31e jaargang nr. 5 (mei 2017)
thema: Sola scriptura, maar welke scriptura?

I. Visser
De juiste woorden vinden in het Ellomwe

De uitdagingen van bijbel vertalen in de setting van de Llomwe zijn anders dan in de Nederlandse context. De Llomwe vormen een bevolkingsgroep van zo’n negenhonderdduizend mensen in het zuidoosten van Malawi. Hun ‘wortels’ liggen in Mozambique en hun taal, het Ellomwe, is daarom meer verwant aan de Mozambikaanse dan aan de Malawiaanse talen.

Dat is één van de belangrijkste redenen dat de Llomwe nog geen volledige Bijbel in hun eigen taal hebben. In tegenstelling tot in Nederland is er onder de Llomwe geen lange vertaalgeschiedenis om op terug te vallen bij bijbel vertalen. Dat geeft vrijheid aan de ene kant, maar vraagt nauwkeurigheid en creativiteit aan de andere kant om de juiste terminologie te vinden.
Het eerste voorbeeld om dat te illustreren komt uit Matteüs 3:4, waarin het gaat over een kameelharen mantel en het eten van sprinkhanen. Kamelen zijn onder de Llomwe onbekend en veel mensen hebben zelfs nooit een afbeelding van een kameel gezien. Aangezien kamelen veel voorkomen in de Bijbel is het onmogelijk die door een ander, wel bekend dier te vervangen. Voor de vertaling van de term ‘kameel’ is daarom gekozen voor een leenwoord in combinatie met een afbeelding. Sprinkhanen en het eten daarvan zijn daarentegen in Malawi heel gewoon. De term ‘sprinkhanen’ vertalen was dus geen probleem. Echter, het was wel even opletten welke vertaling precies gebruikt moest worden. Er zijn namelijk verschillende soorten sprinkhanen in de Llomwe provincies: sommigen zijn eetbaar, anderen veroorzaken juist een plaag. De juiste soort kiezen in verschillende contexten is belangrijk om een ‘mismatch’ te voorkomen.
Het tweede voorbeeld betreft varianten van ‘heilig’ en ‘heiligen’. Voor de Hebreeuwse en Griekse termen die daaraan ten grondslag liggen, is in het Ellomwe niet één bepaalde vertaling beschikbaar. Men kent wel de termen ‘wit/rein zijn’ en ‘apart gezet zijn’, die beiden een connotatie van ‘heilig’ weergeven. In de vertaling is besloten om afhankelijk van de context één van beide Ellomwe termen te gebruiken. Dat kan lastig zijn als de context helemaal niet zo duidelijk is of als eigenlijk beide betekenissen van toepassing zijn (bijv. Lev. 11:44-45). Hoewel deze vertaalkeuze goed verdedigbaar is, kan die leiden tot meer interpretatie dan wenselijk is.
Het derde voorbeeld gaat over de besnijdenis van Johannes en Jezus in respectievelijk Lukas 1:59 en 2:21. Onder de Llomwe was besnijdenis van jongens zo rond hun twaalfde levensjaar tot voor kort heel gewoon. Het maakte deel uit van een wekenlang inwijdingskamp waar deze jongens ‘man’ werden. Besnijdenis wordt vandaag de dag minder toegepast, maar veel Llomwe hebben wel het volgende beeld bij besnijdenis: het betreft jongens van ongeveer twaalf jaar, het is een overgangsrite naar het man-zijn en seksueel actief worden, de setting is een inwijdingskamp waar ook veel andere rituele gebruiken plaatsvinden. Om deze besnijdenis te beschrijven, is een specifieke Ellomwe term beschikbaar. Onze vraag was of we deze term in de Bijbelvertaling konden gebruiken of beter niet. Na consultatie met verschillende Bijbelvertaalprojecten in de regio en met een grote groep meelezers uit verschillende kerkgenootschappen in Malawi, is uiteindelijk besloten de meer eufemistische term ‘snijden’ te gebruiken, zoals dat ook in verwante talen en kerken wordt gedaan; het beeld dat mensen op dit moment (nog) hebben bij het Ellomwe begrip voor besnijdenis wijkt op te veel punten af van de betekenis van besnijdenis in het Oude en Nieuwe Testament.
Bovenstaande voorbeelden zijn slechts een kleine greep uit de talloze keuzes die gemaakt moeten worden, maar geven hopelijk een inkijkje in het nooit saaie werk van een Bijbelvertaler.

Drs. Ilse Visser is Bijbelwetenschapper bij Bible Society Malawi en het Nederlands Bijbelgenootschap. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  



Afdrukken