31e jaargang nr. 6 (juli 2017)
thema: Liberale theologie versus orthodoxe theologie

H.M. Marchand
Laatst geboekt
Dystopie

Met onze tienerkinderen lees ik zo nu en dan wat over de schouder mee. Harry Potter, inmiddels een klassieker die je iedere tiener toewenst, komt steeds weer voorbij. Je kunt het lezen en herlezen, het blijft een geweldige leeservaring, vol humor, fijne dialogen en boordevol diepere lagen. Willem Jan Otten schreef hier prachtig over (‘Harry is dood’, in Onze Lieve Vrouwe van de Schemering) en noemt de Potter-cyclus een ‘drama van het vertrouwen’.  Je zou ook kunnen zeggen: ‘faith’. Voldemort, het gepersonifieerde kwaad, wordt weerstaan door vertrouwen, vergeving en offer. 

Van recentere datum, lang niet zo adembenemend maar beslist interessant, is de trilogie Divergent van Veronica Roth. Het past in de zogenoemde dystopische trend in de Young Adult literatuur. Denk aan ‘De Hongerspelen’, een klassiek voorbeeld is ‘1984’ van Orwell. Een dystopie, dat is het tegenovergestelde van de utopie. Decor van het verhaal is een denkbeeldige, vaak futuristische samenleving waarin je beslist niet zou willen leven. Een overheid die alles beheerst, robots die het overnemen, de technologische digitale maatschappij in extremis. Privacy staat onder druk of is verdwenen, er is grote klassenongelijkheid.
‘Divergent’ speelt zich af in een verre toekomst, waar na een vernietigende wereldramp Chicago is opgedeeld in vijf facties. Iedere factie heeft zijn eigen ‘kernkwaliteit’: Zelfverloochening, Oprechtheid, Onverschrokkenheid, Vriendschap en Eruditie. Tris, de hoofdpersoon, groeit op in Zelfverloochening, waar de leden grijze kleren dragen, zichzelf onopvallend gedragen en altijd uit zijn op het belang van de ander. Als Tris op 16 jarige leeftijd zoals gebruikelijk getest wordt, om te bepalen in welke factie haar toekomst ligt, rolt er geen duidelijk testresultaat uit: Tris is Afwijkend en loopt het risico bij de factielozen terecht te komen, uitgesloten en onder aan de sociale ladder. Dat de verschillende eigenschappen in haar even sterk vertegenwoordigd zijn, maakt haar tot een kwetsbare prooi van verschillende facties, die uit zijn op eenduidigheid en uniformiteit binnen eigen gelederen. Tris kiest geheel tegen haar opvoeding in voor Onverschrokkenheid. Daar gaat ze de confrontatie met haar eigen angsten aan en ontvangt een training in moed en lichamelijke kracht. In de loop  van het verhaal nemen de spanningen tussen facties toe, tot het moment dat Eruditie de macht probeert te grijpen, door via geïnjecteerde zendertjes de Onverschrokkenen te laten strijden tegen Zelfverloochening.
Waarom dit boek lezen? Het is vlot geschreven, maar geen stilistisch hoogstandje. Het intrigeert mij dat het genre van de dystopie zo populair is, hoe moet je dat duiden? Is het de expressie van een breed gedeelde angst, dat onze planeet en maatschappelijk- economische systeem op instorten staan? De verschillende facties in het verhaal zijn in het leven geroepen, om op de puinhopen een nieuwe samenleving op te bouwen. Roth laat zien, hoe dit project tot mislukken gedoemd is. Het kwaad zit te diep, het loopt niet goed af. Een messiasfiguur als Harry Potter, die zijn leven geeft voor zijn vrienden, waardoor de liefde sterker blijkt dan de dood, ontbreekt in deze serie. Maar wie aan zijn catechisanten iets duidelijk wil maken over het ‘geneigd tot alle kwaad’, bevelen we de drie boeken aan. Zij stellen de vraag, waar wij ons door laten leiden en hoe we het kwaad kunnen overwinnen. De schrijfster durft het bij een open eind te laten, suggererend, dat binnen onze werkelijkheid en met onze menselijke mogelijkheden wij er niet uitkomen. Is het dus een somber stemmend boek? Dat toch ook weer niet, het gaat ook over de kracht van vergeving en biedt een mooie ingetogen beschrijving van een prille liefde.  Een verademing vergeleken bij alle Young Adult boeken waarin het bezit van de zaak vaak het einde van het vermaak is.

Staat van Nederland
Roth schrijft over de oorlog tussen waarden. Dat brengt me bij Bas Heijne, de columnist en essayist van het NRC die altijd het lezen waard is. Zijn jongste essay draagt de titel ‘Staat van Nederland’ waarvoor hij de P.C. Hooftprijs ontving. Heijne buigt zich al jaren over het fenomeen van de multiculturele samenleving, de zoektocht naar identiteit en de opkomst van het populisme. Sinds Trump zich president van de VS mag noemen zijn zijn lezingen nog drukbezochter dan eerst. Hoe kan zoiets gebeuren, wat is er aan de hand? Heijne schetst de clash tussen twee bewegingen, die van mensenrechten, individuele vrijheid, gelijkheid enerzijds,  en identiteit, samenhang, eigenheid en traditie anderzijds. Twee koningskinderen, erfenis van een christelijk Europa, die elkaar al lang niet meer lief hebben en over het water niet kunnen komen, want het is veel te diep. Vlijmscherp brengt hij naar voren hoe het debat verkalkt en verhard is. Wij zijn gewend geraakt in termen van economische cijfers over onze samenleving na te denken, en hebben verleerd dat in morele termen te doen. Bovendien bestaat er een grote angst, om het met elkaar oneens te zijn. Ethische en spirituele overtuigen beschouwen we als explosief, die moeten achter de voordeur blijven. Het is de vraag, zegt Heijne, of het vermijden van een debat over waarden een kwestie is van wederzijds respect. Zelf zou ik zeggen: je kunt dit ook onverschilligheid noemen. Ook in de gemeente kom ik het tegen. Als het een beetje spannend dreigt te worden, begint iemand te roepen: maar we moeten elkaar wel respecteren! Maar al te vaak is dit het einde van het gesprek. Het vraagt lef om iemand met een afwijkende mening nu eens nieuwsgierig en vasthoudend uit te horen: wat bedoel je nu precies? Wees het maar eens flink met elkaar oneens. Op het internet heeft omzichtigheid inmiddels plaats gemaakt voor karikaturen, blaming en shaming (Zwarte Piet, Geert Wilders), maar een werkelijk gesprek over waarden blijft achterwege. Omdat er geen common ground is volgens Heijne. Waarom zou je je mengen in een maatschappelijk debat, als je ervaart dat er op je neer wordt gekeken? Reden om je in de eigen groep terug te  trekken. Heijne weigert hiervoor oplossingen te geven. Hij stelt de vragen, opent de ogen voor bredere ontwikkelingen. Het gaat nu niet, besluit hij, om wie wij zijn. Maar om wie wij willen zijn. Waar wij voor staan, in plaats van waar wij tegen zijn. Dan lijkt een gapend gat zich af te tekenen in post christelijk Europa.
Ik schrijf dit in het Pinksterweekend, waarin de kerk viert hoe de ene Christus, ingegaan in de hemelse heerlijkheid, zijn Geest uitzendt op alle vlees. Met een enorme diversiteit, talenrijkdom, en doorbreking van grenzen tot gevolg. Gemeenschap en individualiteit worden door Hem mogelijk gemaakt. Eén te zijn (gemeenschap) en katholiek (wereld wijd, kosmopolitisch) en apostolisch, het zijn de paradoxen waar wij in de kerk van leven, en waar de samenleving naar snakt.

Een hemel zonder schroeven
Een hemel zonder schroeven is de 2e roman van Marieke van Meijeren, uitgegeven bij Mozaïek. Van Meijeren groeide op in de Gereformeerde Gemeenten en is nu lid van een Hersteld Hervormde Gemeente. Zij verbleef met haar man een paar jaar in Congo, en raakte na terugkeer in een ernstige depressie. Op de achterflap is te lezen, dat de roman deels autobiografisch is. Deze feiten had ik liever niet geweten, het voegt niets toe en wat mij betreft kan de verbeelding de werkelijkheid soms dichter benaderen dan de werkelijkheid zelf. Nu ik wist van de persoonlijke ervaringen van de schrijver, schoof zij zich bij het lezen van sommige intense passages tussen mij en het verhaal.
Dat neemt niet weg dat het een mooi verhaal is en goed geschreven ook. De roman begint in het jaar 2065, op de dag dat de halfblinde Maria (82) haar man Aron begraaft. Met haar zoon Seth laat ze de zware brokken Zeeuwse klei op de kist ploffen. Van Meijeren schrijft sterk beeldend en zintuiglijk, vol geuren, smaken, indrukken. Religieuze ervaringen staan eenvoudig naast de hoogten en diepten van een mensenleven. De onzichtbare dingen zijn hier net zo wezenlijk als de zichtbare.

‘Vandaag hoefde ze alleen naar onzichtbare dingen te kijken. Naar bloesem die op zich liet wachten. Naar een mannenlijf dat op een dag nog mooier, breder en sterker tevoorschijn zou komen. Naar de scheppen aarde, bergen liefde, waarmee ze Aron zou bedelven. Soms leek het of ze met haar ene blinde oog meer kon zien dan vroeger.’ (p.10)

De lezer ontmoet de oude Maria in haar verwarring, verdriet en rouw, maar ook verlangen en heimwee naar de fysieke liefde van Aron. De roman wordt doorsneden met flashbacks van Maria als jonge moeder, wegzinkend in een diepe depressie en opgenomen in de psychiatrie. Een kwetsbaar mens, teer en creatief,  en ook grillig, moeizaam, moeilijk. Van Meijeren maakt het niet mooier dan het is. Zo is er de gecompliceerde en toch liefdevolle relatie met zoon Seth, die voor zijn moeder een plaats in het verzorgingshuis aan het regelen is, omdat zij steeds meer verward raakt.
Het boek deed me op de een of andere manier aan Jan Siebelink denken, in wiens romans het sensuele, aardse ook zo dicht tegen het mystieke aan ligt. Bij Van Meijeren voeren deze beiden geen strijd. Als er al een strijd is, dan is het tussen het verlangen naar man en zoon en haar afweer. Siebelink en Van Meijeren vergelijkend valt verder op dat de kerk, c.q. een geloofsgemeenschap, in Van Meijerens roman zo goed als afwezig zijn. Aan het eind van de roman komen we een haast mystieke passage tegen, waarin de jonge Maria zich door Christus aan het Avondmaal geroepen weet. De kerkgangers hebben hier slechts de rol van toeschouwers: honderden bevreemde blikken volgen Maria wanneer zij het gangpad af schrijdt, de Bruidegom tegemoet.
Vorig jaar deed iemand die ons al het goede toewenst ons een proefabonnement cadeau op Terdege, reformatorisch gezinsmagazine. Een wonderlijke leeservaring vond ik dat: iedere spanning en vraag, iedere levensongerijmdheid werd weg geplamuurd onder een voorgekookt jargon. Is dat de sfeer waarin Van Meijeren opgroeide en misschien nog steeds beweegt? Dan is dit behalve een mooie ook nog eens een dappere roman. Want Van Meijeren gaat de spanningen aan, gaat de erotiek niet uit de weg, stelt vragen en zet zo een ‘mens tussen God en duivel’ neer, kostbaar en kwetsbaar.

Veronica Roth, Divergent, 2012, 350 p.
Bas Heijne, Staat van Nederland, 2017, 83 p.
Marieke van Meijeren, Een hemel zonder schroeven, 2017, 158 p.

Ds. Leneke Marchand is predikant in Voorburg. Haar mailadres is: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 



Afdrukken