32e jaargang nr. 1 (sept. 2017)
thema: Laten wíj bidden!

M.J. Ouwerkerk-Louter
Laatstgeboekt

‘Stigmata van de eenzaamheid’

“Scobie (…) moest opeens weer denken aan die brief met de handtekening ‘Dicky’, aan dat onvolwassen handschrift, aan de schroeiplekken van de sigaretten op de stoelen, aan de detectiveroman van Wallace, aan al die stigmata van de eenzaamheid. Over het lijden van Christus hebben ze de laatste tweeduizend jaar op precies dezelfde manier gesproken, dacht hij, ook zo koeltjes en nuchter.” (p. 290)
Begin dit jaar verscheen bij Uitgeverij Bint de vertaling van Graham Greene’s ‘The heart of the Matter’ (1948), met een meeslepend voorwoord van Désanne van Brederode die het boek een ‘sacrament’ noemt. Ik las het in één adem uit, bladerde af en toe terug, streepte wat aan om vervolgens naarstig verder te lezen. Nu ik het uit heb en iets wil verwoorden van mijn leeservaring merk ik, dat ik het boek nog een keer moet lezen. Zoals met de meeste van Greene’s boeken denk ik het geval is. Te gauw lees je ergens over heen, terwijl cruciale zinnen als uit het niets tevoorschijn komen en je bij de kladden grijpen. Zoals die bijna achteloze zin waarin hij de ‘stigmata van de eenzaamheid’ verwoordt. Een uitdrukking die geen commentaar behoeft, je kent ze tenslotte vaak zelf.

Scobie is assistent-commissaris bij de politie in een Britse kolonie in Afrika. “Hier kon je van de medemensen houden zo ongeveer als God van ze hield, zonder je enige illusies over hen te maken.’ (p. 53) Scobie is een kalme, integere man. In de moeizame relatie met zijn vrouw probeert hij uit alle macht de vrede te bewaren. Hij beziet zijn vrouw met medelijden en weet dat ze het zonder hem niet redden zal. Ze voelt zich miskend in de gemeenschap van ambtenaren en uiteindelijk steekt Scobie zich in de schulden om voor haar een ticket naar betere oorden te regelen. Bij haar afwezigheid wordt hij in zijn hart geraakt door een jonge weduwe die hem in haar treurige toestand aan zich weet te binden. Opnieuw is het medelijden waar hij door geleid wordt. Dan komt zijn vrouw onverwacht terug. Scobie raakt verstrikt in zijn deugdzaamheid en hij verzandt met al zijn streven naar oprechtheid, naar zuiverheid misschien, in een hopeloos ingewikkelde situatie. Al zijn gewetensvolle plichtsgetrouwheid blijkt een keerzijde te hebben. Alsof zijn verantwoordelijke handelen, waarin hij zich zo eenzaam voelt, als een roepende in de woestijn, zich tegen hem keert. Alsof zuivere integriteit, onbezoedeld medelijden, niet bestaat. Er lijkt een doem over Scobie te komen, zonden kleven hem meer en meer aan.
Halfhartig biecht Scobie bij de priester, om zijn vrouw tegemoet te komen en samen met haar ter communie te kunnen gaan. Maar priesters zijn in de romans van Greene over het algemeen niet zo bekwaam tot datgene waar ze toe geroepen zijn. De last ligt nog altijd op Scobies schouders en wordt steeds zwaarder. De schuld die hij ervaart naar zijn vrouw en de weduwe, beschouwt hij ook als een schuld naar God toe. Een schuld die wordt verzwaard doordat hij toch ter communie gaat.
Van alles trof mij dat het meest, het gewicht van het sacrament, van de biecht en de eucharistie. De last van wat er tussen jou en God staat. Ergens heel vervreemdend, dacht ik tijdens het lezen. Schuld klinkt al zo snel zo groot, zo tobberig. En zijn de dingen wel zo eenduidig? En tegelijk, zo herkenbaar. Voor het aangezicht van God valt alle mooimakerij weg. In onze gemeente bidden wij aan het begin van de dienst een drempelgebed. Een mens kan niet zomaar voor God verschijnen, er staat vaak iets tussen. Een gebed op de drempel, om daar genadig overheen getild te worden. Voor Scobie lijkt het echter alles of niets. Als hij eenmaal een misstap heeft begaan, is er geen biecht en geen priester meer die tot hem een bevrijdend woord kan spreken. Hij ziet geen andere weg meer dan de hand aan zichzelf te slaan. Waarin hij zich vergelijkt met Christus zelf. En paradoxaal genoeg zoekt hij daarin vergeving. “Zou het dan niet mogelijk voor Hem zijn de hand van vergeving uit te strekken tot in de duistere, chaotische sfeer van de zelfmoord, terwijl Hij toch ook bij machte was geweest zichzelf uit de dood op te wekken in die spelonk achter de grafsteen? Christus was immers niet vermoord. Niemand kon God vermoorden. Hij had zichzelf gedood.” (p. 283)

‘Een klein leven’
Eenzelfde doem, eenzelfde eenzaamheid, loopt door het aangrijpende boek ‘Een klein leven’ (Oorspr. titel ‘A little life’)  van Hanya Yanagihara waarin Jude worstelt met de last van zijn verleden. Het is als hyena’s die hem bespringen, die op de loer ligt om hem te verslinden. Hoewel de taal en de stijl van het boek (of de vertaling) niet geweldig zijn, heb ik het boek in de afgelopen maanden twee keer gelezen. De eerste keer trof mij de diepe schaamte van de hoofdpersoon Jude. Na een dramatische jeugd komt hij terecht op de universiteit, intelligent en gedisciplineerd als hij is. De demonen uit zijn verleden probeert hij het zwijgen op te leggen, al kost hem dat veel; hij snijdt zichzelf om de spanning te verdragen en zwijgt in alle talen over zijn afkomst en zijn jeugd. Zo poogt hij iets op te houden tegenover zijn drie vrienden, Willem, Malcom en JB. Met elkaar doorlopen ze hun studiejaren waarin ze elkaar leerden kennen, en de tientallen jaren die daar op volgen. Tragisch genoeg kan Jude zich er lang genoeg mee redden, met zijn zwijgzaamheid. Ergens weten de vrienden wel dat hij zich snijdt, op de een of andere manier voelen ze wel aan dat zijn jeugd geen gangbare jeugd is geweest. Maar ze schrikken er allemaal voor terug, in een wonderlijke mengeling van egoïsme en angst voor wat onthuld zou kunnen worden.   

Stigmata van de eenzaamheid, ze tekenen letterlijk het leven van Jude, wiens lichaam zoveel te lijden heeft gehad, dat hij geen dagen kent zonder pijn, geen nachten zonder dromen. En altijd zijn angst dat mensen zullen ontdekken wie hij is, wat aan hem gedaan is, en dat ze hem daarom zullen verstoten. Als een genadige gave zijn daar vrienden als Willem, een echtpaar als Harold en Julia die hem in hun midden opnemen, en de arts Andy die hem altijd weer verzorgt als een ware heelmeester. Bakens van hoop in het zwaar geschonden leven van Jude. Maar het is niet genoeg. De gapende eenzaamheid in zijn ziel, die stemmen uit het verleden, de grondeloosheid van zijn bestaan, ze slokken hem meer en meer op.
Toen herlas ik het boek, na enige aarzeling, omdat ik het de eerste keer bijna niet kon verdragen. En bij de tweede keer zag ik andere dingen. Op een vrij subtiele en scherpzinnige manier verweeft de auteur door de verhaallijnen heen kenmerkende elementen van onze tijd en cultuur. De jonge vrienden blijven lang hangen in het studentenleven. Relaties worden aangegaan en verbroken, weer aangegaan en weer verbroken. Niemand durft zich echt te binden. En allemaal kennen ze wel relaties met zowel een man als een vrouw. De lijnen zijn vloeiend, het is allemaal niet zo duidelijk, niet zo afgebakend. Grote keuzes worden voor zich uit geschoven; een huis kopen, een huwelijk aangaan, een serieuze baan, het is voor later. Een van de vrienden verwoordt er iets van als hij zegt dat succesvol zijn een zware last is. Als je succesvol bent, moet je zo hard werken om succesvol te blijven, dat het alleen maar minder kan worden. Als je een bestendige relatie aangaat, dan is de vrijheid van steeds weer een andere relatie daarmee afgesloten. Angst voor verantwoordelijkheid, voor plichten en voor ouderdom. En hoe eenzaam een mens kan zijn, met zoveel mensen om zich heen. Hoe Jude zichzelf alleen zo kan bezien, zoals anderen in zijn verleden hem bezagen; als een lichaam, als een gebruiksvoorwerp, als een nutteloos mens waar niet voor gezorgd hoeft te worden. En al die andere stemmen, die goede woorden en lieve mensen, het kan voor hem de leegte niet vullen. Een mens kan zo kwetsbaar, zo beschadigd zijn.
God komt nauwelijks ter sprake in dit dikke boek. Alsof Hij er helemaal niet toe doet, niet eens ter sprake hoeft te komen. Alsof niemand aan Hem denkt. En toch is vriend Willem een gestalte van hoop, denk ik gaandeweg het boek. Voor Jude is Willem de enige mens die hij ten volle vertrouwt. De enige mens tegen wie hij, in het donker en met zijn rug naar Willem gekeerd, iets kan vertellen van wat hem is aangedaan.  

Soms is er een tijd dat ik al het nieuw uitgekomene links laat liggen en een stap terug doe in de tijd, in de geschiedenis. Alsof nieuwe literatuur niet zomaar kan peilen wat er gaande is, wat er onder de oppervlakte ligt van wat we zien en horen en beleven.
Nooit eerder las ik ‘Is dit een mens?’ van Primo Levi. Terwijl juist dat boeken zijn die zo geschreven zijn dat je allerlei andere boeken niet meer hoeft te lezen. ‘Is dit een mens?’  is een weergave van zijn tijd in het concentratiekamp, nergens sentimenteel en misschien juist daardoor zo aangrijpend en verpletterend. Een klein leven, in een grote geschiedenis. Geschreven om te getuigen, zoals Levi het zelf verwoordt. Om het Duitse volk zijn stem te doen horen, om dokter Kapo die zijn vuile hand aan de schouder van Primo Levi afveegde, als een uiterst gebaar van vernedering, alsof hij geen medemens was. (p. 205) Twee elementen sprongen er uit, voortkomend uit de titel. Hoe Levi zichzelf verwaarloost, er geen been meer inziet om zich te verzorgen, zijn gezicht te wassen, het vuil van zijn schoenen te borstelen en zijn hemd te reinigen. Tot een Joodse broeder hem zegt dat juist wel te doen. Om zijn menselijkheid te bewaren, zijn waardigheid, juist ook voor zichzelf. Om zo de ‘verdierlijking’ door de Duitsers te remmen. En dan die verschrikkelijke dagen nadat het kamp verlaten is en alleen zij die niet mee konden, zijn achtergebleven. Hoe er een strijd ontstaat om te overleven en hoe grijs en schemerig het bestaan dan is. “Een deel van ons bestaan berust bij wie naast ons leven: dat is de reden waarom de ervaring van wie dagen gekend heeft waarin de mens voor de mens een ding was, onmenselijk is.” (p. 200) Om zulke woorden is het goed ook deze boeken te (her)lezen.

Graham Greene, De kern van de zaak , Uitgeverij Bint 2017
Hanya Yanagihara,  Een klein leven, Nieuw Amsterdam 2016
Primo Levi,  Is dit een mens?, Meulenhoff 1987

Hanneke Ouwerkerk-Louter is predikant van de Protestantse Gemeente te Schoonhoven. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Afdrukken