33e jaargang nr. 2 (nov. 2018)
thema: Geloofsverantwoording

T.W.D. Prins-van den Bosch
Redactief

Omdat ze net weer een nieuw boek had geschreven, dook Beatrice de Graaf overal op. Zo ook bij het tv-programma van Matthijs van Nieuwkerk, waar ze aanschoof om over dat boek te vertellen. Wat opviel was de nieuwsgierigheid van Matthijs naar haar persoonlijke geloofsleven. Het leek wel alsof hijzelf overtuigd wilde worden van het vertrouwen dat Beatrice uitstraalde. Dat ging natuurlijk gepaard met de gebruikelijke woordenvloed: ‘Beatrice, jij bent religieus, gereformeerd…’ Waar Beatrice heel nuchter, to-the-point op reageert: ‘Christelijk, gewoon christelijk’. ‘Leg mij eens uit’, zegt Matthijs, met nog wat omhalen, ‘hoe jij erop kunt vertrouwen dat er een einde komt aan het kwaad.’ En je ziet Beatrice dan even schrikken. Na haar wetenschappelijke betoog, wordt het nu persoonlijk. En ze zegt iets over een ander register in haar dat ze nu moet aanspreken. Toch weet ze wat woorden te vinden, die niet al te veel tale Kanaäns bevatten. Maar je ziet Matthijs aarzelen. En Beatrice verwoordt die aarzeling, door te constateren dat geloven toch een sprong blijft, ook al weet ze zelf eigenlijk niet wanneer ze die sprong maakte.

Die sprong, dat blijft een geheim, iets waar woorden maar moeilijk bij kunnen komen. De bijdrage van dr. Sarot in dit nummer laat zien dat geloven dan ook niet iets is dat je kunt leren, zoals je kunt leren autorijden, of zoals je het abc kunt leren. Voor veel dominees, zeker als ze nog niet belast zijn met veel ervaring, zoals ik, is dat toch weer eens goed om te lezen. Zodat we niet in de valkuil trappen van hoge verwachtingen van onszelf, van ons geloof, van de maakbaarheid van de kerk. Desalniettemin is het prachtig als het geloof op een heldere, aansprekende manier verwoord kan worden. Dat mensen inzien dat het niet onredelijk is om te geloven, dat je niet je verstand of je opleiding daarvoor opzij hoeft te schuiven. Daar is nog heel veel te winnen, bij catechisanten, bij luisteraars, bij pastoranten. Hopelijk kan dit nummer daar een bijdrage aan leveren.

In september hadden we als redactie een beraadsdag en hebben we Maarten Vogelaar uitgenodigd om eens wat knuppels in ons hoenderhok te gooien. Hij werkt nu bij IFES en bij Via Nova. Ooit begon hij zijn missionaire werk door de hort op te gaan bij studenten. Hij merkte dat studenten helemaal niet zaten te wachten op het goede nieuws, dat hij dacht dat hij voor ze had. Maarten stelt dat er vijf fasen zijn waar iemand doorheen gaat, voordat hij een toegewijde kerkganger wordt. Veel studenten zaten bij fase 1. Ze moesten überhaupt eerst vertrouwen krijgen in een christen, dat die integer is. Dan zou je met fase 2 kunnen denken aan het open stellen van het wereldbeeld, dat iemand open moet staan voor het hogere. De kerk doet veel rond fase drie, als mensen al enige interesse hebben in het christelijke geloof (denk aan een Alphacursus), maar heel weinig met eerdere fasen. Het begint ermee dat mensen gelovigen gaan vertrouwen, dat die iets zinnigs kunnen zeggen, dat die hem of haar in zijn waarde laten. Dat sluit wel aan bij wat wiskundige en filosoof Emanuel Rutten zegt, als hij stelt dat eerst de grond voor theïsme ontgonnen moet worden, voordat we over het christelijke geloof kunnen beginnen. Interviews met beide mannen vindt u in dit nummer. We eindigen het themanummer met wat kortere bijdragen van mensen die zich op een Areopagus begeven. Hoe ziet die eruit?

Ds. Desiree Prins-van den Bosch is predikant (PKN) te Staphorst en hoofdredacteur van Kontekstueel. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 


Afdrukken