34e jaargang nr. 2 (nov. 2019)
thema: Humor en geloof

Jeroen Hagendijk
Redactief

Dit nieuwe nummer van Kontekstueel gaat over geloof en humor. Misschien roept dat wat scepsis bij u op. Het is immers niet zo’n voor de hand liggend thema voor een tijdschrift dat zich richt op gereformeerd belijden. Bovendien, wat moet je met zo’n thema? Iemand schreef: ‘Het analyseren van humor is als het ontleden van een kikker. Niemand is erin geïnteresseerd en de kikker gaat ervan dood.’
Dat belooft niet veel goeds. Toch leek het de redactie de moeite waard om een nummer te wijden aan dit onderwerp. De aanleiding hiervan kwam niet van gereformeerden huize, maar van – hoe kan het ook anders – katholieken huize: ‘Humor en geloof stellen allebei het ongerijmde centraal. Je hebt twee paradoxale dingen en die los je op met een clou. Het was mij volkomen vreemd dat het moeilijkheden kan opleveren wanneer je grappen maakt over geloof.’
Deze woorden klonken in een prachtig interview met Herman Finkers tijdens een aflevering van Adieu God? eerder dit jaar. Zijn uitspraken over geloof en humor vormden de aanleiding voor dit nummer. De bedoeling van dit nummer is niet dat we de legitimiteit van humor in de kerk bewijzen. We willen juist humor tegen het licht houden en zo de zin en onzin van het duo met geloof wat scherper krijgen.

Het eerste thema-artikel is een poging om het veld van geloof en humor wat te verkennen. Hoe kunnen we vanuit de Bijbel en de kerkgeschiedenis theologisch spreken over humor? Het tweede thema-artikel gaat over de grenzen van het komische: blasfemie. Jan Martijn Abrahamse, onder andere docent systematische theologie aan de CHE, heeft dit artikel verzorgd en neemt ons mee in een uitdagende interpretatie van het derde gebod. Het derde thema-artikel is geschreven door Leo Mock, docent Judaïca. Hij ontvouwt enkele verhalen uit de Tenach en de Talmoed om ons te laten zien dat humor niet op zichzelf staat, maar meestal als middel een groter doel dient. Koos van Noppen, werkzaam bij de IZB, heeft voor ons een mooi interview verzorgd met literatuurwetenschapper Lieke Stelling. Zij doet onderzoek aan de Universiteit Utrecht naar humor in de Engelse literatuur van de Reformatie. Eén van haar stellingen is dat de hedendaagse huiver voor humor over religie weleens een symptoom zou kunnen zijn van een simplistisch beeld van religie. Het vijfde thema-artikel is geschreven door Piet Verhagen, die onlangs promoveerde op het onderwerp psychiatrie en religie. Hij benadert humor vanuit existentieel en psychologisch perspectief en legt uit dat humor een gezond afweermechanisme is.
Omdat humor lastig valt te definiëren (er bestaat een breed spectrum van betekenissen), wordt u als lezer gevraagd mee te bewegen in het discours dat de verschillende auteurs hanteren.

Wanneer u wat tegenwicht wilt bieden aan alle luchtigheid in dit nummer, kunt u zich laven aan de Laatst geboekt-rubriek van Hanneke Ouwerkerk. Zij las voor u drie romans over schuld en schaamte; zware romans. Het nieuwe boek van Oek de Jong, Zwarte schuur, kon niet ontbreken. Prachtig om te lezen hoe in alle boeken iets van hoop blijft gloren.
Op 9 september 2019 overleed prof. dr. H.W. de Knijff, die geregeld voor Kontekstueel heeft geschreven. Begin dit jaar interviewde Koos van Noppen hem nog voor Kontekstueel over zijn boek Tussen woning en woestijn (1995) over milieuzorg. Gerard den Hertog herinnert hem in zijn Kroniek, waaruit blijkt hoe relevant het werk van De Knijff nog steeds is. De minister van OCW krijgt in deze Kroniek de nodige kritiek. Er is kortom weer voldoende leesvoer voor de komende maanden. U kunt direct beginnen met de Bijbelstudie van de hand van Douwe de Roest, sinds april predikant in Kapelle-Biezelinge-Eversdijk: ‘grijp uw kans!’

 

Afdrukken