35e jaargang nr. 1 (september 2020)
thema: Sterven: een kunst apart?

Jeroen Hagendijk
Redactief

‘Geloof is de zekerheid dat je hoop werkelijkheid wordt.’ Zo was te horen in de eerste aflevering van Zomergasten. Janine Abbring ging in gesprek met Glenn de Randamie, beter bekend als Typhoon. Zijn uitspraak over geloof, refererend aan Hebreeën 11, deed hij bij een fragment uit de kinderfilm Hook waarin de kracht van de verbeelding zichtbaar wordt. In de scene doen kinderen zich tegoed aan een fantasie-maaltijd. De volwassen Peter Pan die tussen de kinderen aan tafel zit, doet een verwoede poging om daarin mee te komen. In het filmfragment gaat het om de kracht van de verbeelding, maar niet minder om geloof.

Geloof is de zekerheid dat je hoop werkelijkheid wordt. Maar wat is onze hoop? Dit aardse leven is door God geoordeeld en onze hoop is het eeuwige leven, maar dat wordt vaak niet meer gepreekt, constateerde Wessel ten Boom in juli in een essay dat hij schreef voor Areopagus (IZB). Hij meende dat wij ons in de ballingschap van het lichamelijke bevinden, en sprak zich daar kritisch over uit. ‘De kerk zal voor de dag moeten komen wat haar hoop is voor de doden. En die doden dat zijn wij allen.’ Volgens Ten Boom is de PKN (niet als enige, maar wel als typerend voorbeeld) gevangen in de ‘dubbelzinnige taal van dood en leven, tijd en eindigheid.’

Wat is onze hoop? In dit nummer van Kontekstueel gaat het over de dood en over het sterven. En juist dan gaat het ook over onze hoop, want onze perceptie van de dood wordt gevormd door de hoop. Hoe concreet durven we te zijn? Hoe massief mag onze belijdenis van het eeuwige leven zijn?

Niels den Hertog dook voor ons in de zogenaamde troostboekjes: stichtelijke literatuur die de gelovigen in de zestiende eeuw hielp in hun omgang met de dood. We kennen die boekjes eigenlijk niet meer. Hoe komt dat? Hebben we geen vragen meer over de dood? Of liepen we juist vast in de antwoorden die dergelijke boekjes gaven: te vrijmoedig, te stellig?

Martine Oldhoff boog zich over de vraag of de ziel na de dood gaat hemelen, of dat hij toch moet wachten op het koninkrijk van God. Een versimpelde of/of-stelling (met dank aan de redactie) waarbij Oldhoff natuurlijk voor de nodige nuance zorgt. Pieter Veerman interviewde Tim van Iersel, predikant-geestelijk verzorger, die bijna dagelijks met de dood in aanraking komt. Hoe vormt dat je als jong mens? Op verzoek van de redactie stelde Arjan Plaisier ‘tien woorden’ op bij de dood. Sommige zijn verrassend eenvoudig: bid je morgen- en je avondgebed. Wapen jezelf tegen de verstrooiing. En vergeet niet: met de dood valt niet te leven.

Piet de Jong schreef over het eigene van de avonddienst, want die is niet hetzelfde als de morgendienst. Laat daarom dominees hun morgenpreek niet opnieuw opwarmen voor de avond. De kudde in de avond heeft behoefte aan iets anders. Geen leerdiensten, maar verstilling: een avondlied en een avondgebed voor het slapengaan. De avonddienst is misschien zelfs een oefening in stervenskunst, want slapen en ontslapen liggen dicht bij elkaar.

Uiteraard vindt u in dit nummer ook de vertrouwde rubrieken. In de kroniek doet Jos Wienen verslag van de beeldenstorm die deze zomer plaatsvond. Zijn kroniek bevestigde voor mij weer eens de toegevoegde waarde van theologen in maatschappelijke debatten. Daarover gesproken: misschien kan iemand eens een heuse theoloog aanraden bij de VPRO als zomergast voor het volgende seizoen? Ik ga kijken. In 33 seizoenen is volgens mij nog nooit een theoloog te gast geweest. Dat is echt onterecht.

J.J. Hagendijk is predikant van de Hervormde Gemeente Willige Langerak en eindredacteur van Kontekstueel.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Afdrukken