36e jaargang nr. 4 (maart 2022)
thema: De bedoeling van de verbeelding

Pieter Versloot
Lessen van een Groningse ambachtsman
Een interview met schilder Egbert Modderman

Het is nu zo’n zeven jaar geleden, dat ene Egbert Modderman contact opneemt met de stichting die de Martinikerk in Groningen exploiteert. Hij wil de Martinikerk huren voor een evenement. Daar blijkt een flink prijskaartje aan te hangen, maar bij uitzondering krijgt Egbert korting. Als dank maakt hij voor de stichting een schilderij.

De stichtingsmedewerkers zijn onder de indruk. Het schilderij brengt de heilige Martinus van Tours (ca. 316 -397), waar de kerk naar genoemd is, schitterend tot leven. Ook de bedelaar aan wie Martinus de helft van zijn mantel gaf is met verve weergegeven. Het hoofd van de bedelaar lijkt verdacht veel op het karakteristieke hoofd van een Groningse politieman. De stichting ziet onmiddellijk de hand van een meester in wording in dit schilderij en biedt Egbert de mogelijkheid mee te doen met de zomerexpositie in de kerk. Ze vragen hem argeloos tien werken aan te leveren. Egbert is blij met deze kans maar hij wordt er ook flink nerveus van. Er zijn namelijk nog bijna geen werken en de tijd is kort… Hij sluit zichzelf zes maanden op. Hij komt uit zijn vrijwillig gekozen quarantaine met negen nieuwe, forse schilderijen. Een Amerikaanse bezoeker is diep onder de indruk van zijn werk. Hij vraagt Egbert geregeld naar North-Carolina te komen voor een opdracht.

Zeven werken van barmhartigheid
Het jaar daarop vraagt de Stichting Martinikerk hem de zeven werken van barmhartigheid uit de beelden met zeven enorme schilderijen, die precies in de omgang van het hoogkoor passen. In 2020 wint hij de BP Young Artist Award, een belangrijke prijs die elk jaar wordt uitgereikt door de National Portrait Gallery in Londen. Er zijn bijna 2000 inzendingen van over de hele wereld… Egbert geeft ze met zijn schilderij ‘Rusteloos’ het nakijken.
Egbert is als rijzende ster ook in Nederland niet onopgemerkt gebleven. De redactie van Kontekstueel vroeg mij hem te bevragen op de kracht van verbeelding en de inzet daarvan bij geloofsoverdracht. We treffen elkaar voor het interview in de Librije van de Martinikerk. Een sfeervolle ruimte die op zondag door onze kindernevendienst wordt gebruikt. Doordeweeks gebruikt Egbert het geregeld als atelier. Als hij er niet is voer ik daar pastorale gesprekken. De ruimte ligt dicht onder de gewelven van de kerk en kijkt uit op het hoogkoor. Daar is de afgelopen jaren een aantal van zijn schilderijen onthuld in de maandelijkse vespers van onze wijkgemeente.

Gronings
Tegenover mij zit een onopvallende verschijning. Hij ziet er jongensachtig uit voor een dertiger. Relaxed en nuchter. Geen type voor de catwalk op zijn doorsnee sneakers, in spijkerbroek en shirt. Maar achter deze bescheiden figuur gaat een verrassend creatief en gepassioneerd mens schuil, een boeiende verteller, een scherpe intuïtieve denker met een geweldige verbeeldingskracht.
Hij noemt zichzelf met nadruk een Groningse schilder. Ook voor hem gaat er niets boven Groningen. Bijna al zijn schilderijen ontstonden in het noorden, zijn modellen komen daar vandaan, het leeuwendeel van zijn schilderijen hangt daar en hij woont er. Hij noemt zichzelf niet graag kunstenaar. Het liefst noemt hij zich een ‘Groningse ambachtsman’, die een ‘lokaal product’ maakt. Schilderen is voor hem allereerst het beoefenen van een ambacht. Iets maken wat goed is, wat kwaliteit heeft. Dat wordt van elk mens gevraagd. Het is de roeping en het verlangen van elk mens te scheppen. Al scheppend komt een mens tot zijn bestemming.

Een paar maanden geleden bezocht hij het Vigeland Museum in Noorwegen. De werken van deze wereldberoemde beeldend kunstenaar maakten indruk. Bij elk stuk borrelden deze woorden bij Egbert naar boven: ‘Het is goed, dat dit gemaakt is.’
‘En waarom is het dan goed dat ze gemaakt zijn?’ vroeg ik.
‘Omdat een mens die iets goeds maakt, doet waarvoor hij gemaakt is. Dat verleent zin aan zijn bestaan. Het maakt je leven van betekenis. Vigeland maakte wat hij moest maken. Een mens die lange tijd niets maakt, gaat zich rot voelen.’

Goed doen
‘Goed doen is een thema in mijn werk: dat komt bijna in al mijn schilderijen aan de orde. Iemand staat in een opwelling van goedheid op en komt tot actie. Hij of zij zegt: “dit moet niet mogen” of “dit slaat nergens op”. Iemand die zoiets doet betekent daadwerkelijk iets voor zijn naaste. Dat opstaan met die sterke emotie, dat vind ik boeiender dan de rest van het verhaal. Dat moment waarop er iets goeds, iets moois gebeurt, probeer ik weer te geven. In die krachtige emotie wil ik met zo weinig mogelijk afleiding de kijkers meenemen.
Als schilder vind ik dat mooi. Ik wil de kijkers betrekken bij het schilderij. Dat we gezamenlijk oplossen wat er gebeurd is of gebeurd zou kunnen zijn. Ik hoorde een kunstenaar een keer zeggen: “You draw them in with beauty and you keep them with intelligence.” Vrij vertaald: “Je trekt mensen naar het schilderij met schoonheid, vervolgens houd je ze betrokken met een puzzel die gelegd moet worden.” Om een voorbeeld te geven: Maria Magdalena is in de geschiedenis veel afgeschilderd als prostituee. In mijn schilderij ga ik daar niet direct keihard tegen in. Je ziet een elegante verschijning, maar wel met een gelaagde blik. Die blik suggereert dat er meer is dan het rationele verhaal. Ook heb ik een aantal sleutels — of zeg maar hints — in het schilderij gelegd die je beeld van haar behoorlijk zouden kunnen veranderen.’

Een schilderij dat roept
Egbert maakt schilderijen ‘waar je niet omheen kunt’. Daarom maakt hij graag grote schilderijen die je niet over het hoofd ziet. Mensen op ware grootte hebben veel overtuigingskracht. Ook identificeer je jezelf gemakkelijker met hen. Maar wat nog belangrijker is bij het ‘er niet omheen kunnen’ is dat een schilderij je moet roepen, raken, je een stok in de wielen moet steken. ‘Dat maakt Bijbelse verhalen ook zo geschikt om mee te werken. Er zit zoveel drama en emotie in.’

Verbeeldingskracht
Verbeelding heeft bij Egbert veel te maken met inlevingsvermogen. Verbeeldingskracht met het vermogen een verhaal vanuit een radicaal ander perspectief te benaderen. Hij maakte een levensgroot schilderij met de titel ‘Vertrouwen’ over Abraham, nadat de vader aller gelovigen te horen had gekregen van God, dat hij zijn enige zoon moet offeren. Veel schilders kozen door de eeuwen heen voor het moment dat Abraham het mes heft om Isaak te doden en dat dan de engel van de HEER verschijnt. Maar Egbert las Genesis 22 zorgvuldig en probeerde zich zo diep mogelijk in te leven in deze dramatische geschiedenis. Wat hem het meeste trof, was het kleine zinnetje, waarin gezegd wordt dat Abraham ‘s morgens vroeg opstaat (om alles voor te bereiden). Je ziet hem wakker worden, je hoort zijn gewrichten kraken, hij werpt een blik op zijn vredig slapende zoon, die hij met Sara alsnog kreeg; prachtig cadeau van diezelfde God. Hij gaat naar buiten en begint takken te rapen, die nog vochtig zijn van de dauw, de zon komt majestueus op en wint aan kracht….
Wat een emotie ligt er verborgen in dat ene zinnetje, in die ene scene ’s morgens vroeg. Er zullen weinig mensen zich herkennen in de ontknoping boven op de berg met een ingrijpen van de Engel van de HEER. Niemand zal snel zeggen: dat is een herkenbare emotie. De episode ‘s morgens komt veel dichterbij. Ze kunnen zich veel gemakkelijker identificeren met wat Abraham die morgen doet en wat hij voelt. Egbert: ‘Daar ligt voor mij de dramatische kracht van het verhaal: Die probeer ik te leggen in dat verweerde en door verdriet getekende gezicht van Abraham, waaraan je kunt aflezen door wat voor moeite en twijfels hij heen gaat.’
Egbert doet iets vergelijkbaars bij het schilderij over de weduwe van Nain. Hij beeldt haar af voordat het wonder gebeurt. Wie van ons maakt er nu namelijk zo’n wonder mee? Bijna niemand. En dus zal ook bijna niemand de emotie kunnen ervaren die bij de opstanding van een zoon past. Daar kunnen mensen zich veel minder bij voorstellen dan het gevoel van verlies, wanhoop en verdriet dat de weduwe doormaakt. In dit schilderij komt de geweldige verbeeldingskracht van Egbert in die intense blik van die ene weduwe samen. Dat zorgt voor zo’n heftige identificatie bij sommige kijkers dat ik al heel wat ogen vochtig heb zien worden.

Kleine clous en tijdloosheid
Al verslag leggend van het gesprek met hem besef ik dat de kracht van Egberts werk ligt in de hoge mate van identificeerbaarheid (als dat tenminste een woord is). Die maakt hij enerzijds mogelijk, door niet de gebruikelijke clou (of scopus) van het verhaal weer te geven. Die is vaak veel te groot. Hij gaat daar net naast zitten met een kleiner onderdeel vanuit een ander perspectief. Dit maakt de mogelijkheid tot identificatie behapbaar. En anderzijds vergroot hij de mogelijkheid tot identificatie door een bepaalde mate van tijdloosheid in zijn werken te leggen. Ik kreeg een scherpe vraag mee van de Kontekstueel-redactie: ‘Hoe komt het dat we in je schilderijen geen jeans of sneakers aantreffen?’ Egbert gaf daar een doordacht antwoord op, waar we als kerk ook onze winst mee kunnen doen: ‘Met sneakers en jeans ben je tien jaar modern. Dan raak je uit de mode en ben je vijftig jaar ouderwets. Daarna moet je maar afwachten of je felbegeerd vintage wordt of afgedankt wordt op de gemeentewerf.’ Sneakers en spijkerbroeken staan al snel het proces van verbeelding en identificatie in de weg.

Geloof en verbeelding
Egbert komt uit een Gereformeerd vrijgemaakt nest. Hij groeide op met een geloofsleer die veel antwoorden en weinig vragen kende. ‘Ik beweeg me nu in de brede diversiteit van het christendom. Hij ziet zichzelf op het moment meer als toeschouwer dan als deelnemer in het christelijke landschap. Verbeelding helpt hem niet te geloven. ‘Geloof is iets ongrijpbaars. Ik kan me niet voorstellen hoe God eruitziet.’
Volgens mij blokkeert hier zijn identificatie om dezelfde reden als bij de ontknoping op de berg Moria. De clou is te groot en onherkenbaar qua emotie, om er iets bij te kunnen ervaren. Dat betekent dus niet dat hij niet in de clou van het christendom gelooft. God in Christus aan het kruis is zo onvergelijkbaar en onvoorstelbaar, dat Egbert kiest voor kleinere ervaringen en emoties, die hem vanuit een andere hoek dichter bij het geheim brengen.

Fullness-ervaringen
Hij gelooft wel dat een bepaalde sfeer gevoelens van geloof kan oproepen. Hij ziet dat gebeuren bij het maandelijkse Spoor van Licht in de Martinikerk. De brandende kaarsen, de donkere kerk, de live muziek creëren ruimte voor verschillende emoties, er is ruimte voor het onverklaarbare, mensen krijgen het idee mee: ‘Dit is iets heel belangrijks.’
Egberts antwoord doet me denken aan de fullness-ervaringen waar Charles Taylor het over heeft in A Secular Age (2007, p. 43). Taylor ziet in maatschappijen als de onze een grote behoefte aan zogenaamde ontroerende en ontregelende ervaringen die doen vermoeden dat er een hogere volheid bestaat, een plaats of een activiteit of toestand waar het leven rijker is.
Ik zie zelf daarnaast een grote behoefte aan stilte. De onthullingen van Egberts werken in de vespers van onze wijkgemeente vonden allemaal plaats in stilte. Om met Marinus Nijhoff te spreken:

‘een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.’

P.A. Versloot is predikant van de Martinikerk-gemeente in Groningen.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Vertrouwen Kontekstueel

 

 

Afdrukken