36e jaargang nr. 5 (mei 2022)
thema: Een vloeibare generatie

Ronelle Sonnenberg
Zijn millennials tolerant?


Millennials en tolerantie passen bij elkaar. Althans, dat wordt beweerd in een recente studie. In deze bijdrage verken en bevraag ik de relatie tussen millennials en tolerantie. Ik beschrijf waarom Perrin de waarde van tolerantie verbindt met millennials. Vervolgens stel ik de vraag in hoeverre het hier om tolerantie gaat. Daarna ga ik terug naar praktijken en bespreek deze in het licht van tolerantie.
Ik begin echter met een casus die ik graag met studenten bespreek. Het gaat om het volgende. Iemand die aan het zoeken was naar een kerk die bij hem en zijn gezin zou passen, vroeg een informatief gesprek aan met de predikant. Hij was een millennial, maar het had vast ook iemand uit een de generatie ervoor of erna kunnen zijn, en wellicht uit elke generatie. Op een gegeven moment vroeg hij hoe de lokale kerk tegenover avondmaal en inclusief gemeente-zijn stond. Even doorpraten leverde op dat zijn werkelijke vraag was of de kerk ook niet-gedoopte leden toelaat aan het avondmaal, want dat was voor hem wel heel belangrijk.

Nu zijn in de kerk van oudsher doop en avondmaal aan elkaar verbonden. Maar diverse praktijken zetten die koppeling onder druk. Zoals in evangelische kerken het opdragen en zegenen van kinderen, of het gegeven dat veel (jonge) mensen in de protestantse traditie sacramenten relativeren, door het te contrasteren met het gezag van een gelovig hart. Ruth Perrin noemt in haar veel geprezen boek Changing Shape: The Faith Lives of Millennials authenticiteit, tolerantie en participatie als drie kernwaarden van millennials. Het zijn dergelijke waarden die vaak ook doorslaggevend zijn in de collegezaal als aan studenten wordt gevraagd hoe ze tegenover participatie van niet-gedoopte gemeenteleden aan het avondmaal staan. Kort gezegd, de objectiviteit van de verbinding tussen doop en avondmaal legt het af tegen de ervaring. Mij is gevraagd om te schrijven over tolerantie in relatie tot millennials. Zoals Tabitha van Krimpen in het eerste artikel schrijft, is de term ‘millennial’ gereserveerd voor mensen die zijn geboren tussen 1981 en 1995.

Tolerante millennials
Jongvolwassenen in het Westen zijn opgegroeid in een pluriforme context en vinden tolerantie belangrijk, zo concludeert de Britse Ruth Perrin. Zij interviewde 47 millennials. Deze eind-twintigers en dertigers, staan voor de uitdaging om bepaalde exclusieve religieuze overtuigingen te verbinden met huidige culturele waarden. Bij die overtuigingen valt te denken aan dat er een externe bron van gezag is, namelijk God of het goddelijke, of dat heil een bepaalde groep aangaat. Bij die culturele waarden valt te denken aan tolerantie en inclusiviteit (p. 143), zelfexpressie (p. 12-13), en ervaring boven objectiviteit (p. 13). Millennials worden wel omschreven als de ‘great agreement generation’ (p. 12, p. 143, vertaald ‘de grote overeenkomstgeneratie’). Deze houding ‘great agreement’ heeft ook zijn weerslag op geloof. Jongeren benaderen geloof niet vanuit een coherente samenhang van geloofsovertuigingen en -praktijken. Perrin gebruikt de term tolerantie om weer te geven dat er door millennials wordt gezocht naar punten van overeenstemming, meer dan dat verschil wordt benadrukt. Dit gebeurt in de kerk en daarbuiten (p. 12). Dat betekent dat er een complex geheel ontstaat waarin steeds wisselend commitment is aan verschillende geloofssystemen (p. 144-145). Dat commitment kan ook nog eens heel eenvoudig (digitaal) gevoed worden vanuit de hele wereld. Interessant in dat licht van breed commitment zijn ook de uitkomsten van een Amerikaans onderzoek (2022) dat aangeeft dat christelijke Amerikaanse ouderen in een enquête vaker aankruisen dat ze protestants zijn, dan dat christelijke Amerikaanse twintigers, dertigers en veertigers dat doen. Zij kiezen eerder voor de bredere aanduiding ‘christen’.
Dat veel millennials gemakkelijk tussen geloofssystemen en geloofsgroepen bewegen, blijkt uit allerlei verhalen. Soms wordt voor de muziek gekozen en worden bepaalde overtuigingen in de gemeente op de koop toegenomen. Er wordt ook geshopt tussen geloofsgemeenschappen: de ene keer hier, de andere keer daar. Mijn vraag ligt dan ook niet zozeer bij de omschrijving van millennials als een generatie die zich richt op overeenkomst, meer dan op verschil, en die niet zoekt naar sluitende geloofssystemen, maar naar religieuze ervaringen. Mijn vraag ligt bij de door Perrin gekozen term ‘tolerantie’, om deze waarde te duiden.
Maar gaat het bij de ‘great agreement generation’ inderdaad om tolerantie? Het boek Deugdelijk leven. Een inleiding in de deugdethiek geschreven door filosoof Paul van Tongeren, die van 2021 tot 2023 Denker des Vaderlands is, helpt me bij het stellen en beantwoorden van die vraag.

In hoeverre gaat het hier om tolerantie?
Tolerantie is een veel bediscussieerd fenomeen en het is een problematische aangelegenheid. Van Tongeren laat goed zien dat je er met enkel kunnen relativeren van overtuigingen niet bent. De dominante culturele waarde dat er geen waarheid is, brengt ons nog niet zomaar bij tolerantie, want als er geen waarheid is, heb je het recht ook niet om het ene beter of meer waar te noemen dan het ander (p. 115). Ook is er het risico dat de verdraagzaamheid die onze tijdgeest kenmerkt superieur wordt gevonden boven andere levensstijlen. Uiteindelijk laat Van Tongeren tolerantie staan als de middenweg tussen vrijblijvendheid en fanatisme. Het gaat volgens Van Tongeren om het uithouden tussen een waarheidspretentie die aan een overtuiging vastzit enerzijds en het besef van relativiteit van elke overtuiging anderzijds (p. 117). Tolerantie als deugd is het uithouden in dit probleem. Dat wil enerzijds zeggen dat aan de eigen overtuiging wordt vastgehouden, en anderzijds dat tegelijkertijd een andere die daarmee in strijd is, wordt toegelaten.
De analyse van Perrin dat millennials zich, naar de pluriforme tijdsgeest, waarin ze zijn opgevoed, meer richten op overeenkomst dan verschil, maakt hen nog niet noodzakelijk tolerant. Het kan namelijk ook een resultaat zijn van onverschilligheid of religieuze universaliteit. Perrin heeft er wel oog voor dat dat niet hetzelfde is als op respectvolle wijze van mening verschillen (p. 143). Maar zij werkt niet verder uit of er bij haar respondenten ook sprake kan zijn van onverschilligheid of religieuze universaliteit. Zij benadrukt in haar studie vooral de complexiteit van het onderhandelen tussen verschillenden overtuigingen en praktijken. Die onderhandeling is dagelijkse praktijk voor millennials. Dit onderhandelen werpt een eigen licht op een schijnbare paradox dat kerken die zekerheid en duidelijkheid bieden aantrekkelijk zijn voor millennials. Kennelijk is in de pluriforme context religieuze duidelijkheid aantrekkelijk voor millennials. Tegelijkertijd bezoeken niet allen dergelijke kerken, omdat ze conservatieve ideeën hebben. Verschil van inzicht wordt op de koop toegenomen, of wordt niet als problematisch ervaren. Met andere woorden: deze opstelling kan vanuit tolerantie geschieden, maar kan ook vanuit onverschilligheid plaatsvinden.

Tolerantie in praktijk
Het relativisme uit onze tijd maakt dat ik niet snel het woord ‘tolerant’ zou gebruiken als kenmerkende waarde van millennials. Maar dat wil dan natuurlijk weer niet zeggen dat ze dat niet of nooit zijn. Hieronder bespreek ik twee praktijken in het licht van tolerantie. De eerste praktijk laat zien dat het vaak moeilijk is om te bepalen wanneer iemand tolerant is, laat staan om te bepalen of iemand dat alleen in een specifieke situatie is, of over de hele linie. Tevens is er een verschil in tolerantie belangrijk vinden en tolerant zijn. De tweede praktijk laat zien hoe een kerkgemeenschap zich ook gesteld weet voor de vraag van tolerantie, onder meer richting millennials die vaak meer vanuit ervaring redeneren dan vanuit de objectiviteit van het christelijk geloof.

Praktijk 1
In een klein onderzoek onder acht studenten (generatie Z) over karaktervorming benoemden drie studenten dat zij op grond van waarden als inclusiviteit moeite hebben met de grenzen waar LHBTIQ+ in hun gemeente tegen aanlopen. Die gemeenten varieerden van PKN, GKv en Christelijk Gereformeerd. Eén verlaat het instituut kerk en beschouwt zich een ongebonden christelijke zingever. Een ander benoemt de moeite met deze grenzen, maar is wel verbonden en probeert van binnenuit ruimte te creëren. Ook is denkbaar dat iemand, onder meer vanwege een exclusieve benadering in een kerkgemeenschap, een andere kerk kiest. Dus een open houding richting LHBTIQ+ resulteert in een verschillende gang qua kerkelijk commitment. Niet iedereen houdt het uit in de spanning van eigen overtuiging en die van de ander (in dit geval de lokale kerk). Er wordt inclusief gedacht ten opzichte van LHBTIQ+, maar dat kan ook betekenen dat je niet langer deel wilt of kunt uit maken van een gemeente waarin een – in meer of mindere mate – exclusieve houding is richting hen. Tolerantie is problematisch.

Praktijk 2
Ik keer terug naar de praktijk waarmee ik dit artikel begon. Je zou vanuit de objectiviteit van geloof kunnen indenken dat een kerkenraad besluit om vast te houden aan de expliciete verbinding tussen doop en avondmaal. Maar wat te doen met de kerkelijke praktijk, zoals millennials die hun in een andere kerk opgedragen kind meenemen aan de tafel. Wanneer je als kerkenraad besluit dat te tolereren, en daar zijn denk ik in bepaalde situaties goede redenen voor, dan, zo zou je kunnen zeggen, moet je het als kerk daarin uithouden. Tolerantie is een opgave, je houdt het uit te midden van pluriformiteit, en tegelijkertijd breng je in de dialoog en in de educatie van de kerk in waarom doop en avondmaal van oudsher verbonden zijn. Daar hoef je niet achter terug te gaan.
Deze oefening is gedaan vanuit de deugdethiek waarin wordt gezocht naar een middenweg. In het geval van tolerantie ligt die middenweg ergens tussen onverschilligheid en fundamentalisme. Een andere bepaling van wat goede praktijken zijn, levert een andere uitkomst op. Duidelijk is dat als je exclusief denkt vanuit de ‘regel’ van de verbinding tussen doop en avondmaal je jezelf moeilijker verbindt met de waarde van tolerantie, zoals die aan millennials wordt toegeschreven.

Tot slot
Dat millennials flexibel zijn om zich te verbinden met bepaalde geloofspraktijken, wordt door Perrin terecht beschreven. Dat ze de waarde tolerantie hoogachten is ook wel aannemelijk. Maar daarmee wordt nog niet duidelijk of ze als generatie tolerant zijn. Op die manier bespreekt Perrin het ook niet. Maar categoriseren is krachtig en de indruk is zo gewekt.
Aangaande de kerk geldt dat een kerk die overeenkomsten benadrukt in plaats van verschil past bij het denken van millennials. Paradoxaal genoeg gaan er veel millennials naar kerken die zekerheid en religieuze duidelijkheid benadrukken, inclusief soms exclusieve dogma’s. Open blijft dan de vraag of millennials hier pragmatisch onverschillig mee omgaan, of tolerant.

Dr. P.M. Sonnenberg is universitair docent Praktische Theologie aan de PThU en predikant in de PKN. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Afdrukken