Skip to main content

38e jaargang nr.  6 (nov.. 2024)
thema: Rome en Reformatie. Verlangen naar zichtbare eenheid

Mart Jan Luteijn
Laatst geboekt
Minder mens: wat techniek met ons doet

‘Hebben ze in een klooster eigenlijk ook smartphones?’ Opeens stelde het jonge gemeentelid mij die vraag – en iedere predikant herkent zulke onverwachte situaties. Ik wist niet direct een goed antwoord, maar samen dachten we dat monniken en nonnen deze technische apparaten alleen zouden gebruiken als dat nuttig was. Het tekent onze ambivalente relatie met hypermoderne middelen. We hebben er elke dag profijt van, en toch kunnen we ze niet onbeperkt accepteren.

Generatie angststoornis
In het afgelopen jaar is deze discussie uitvoerig gevoerd, mede naar aanleiding van het telefoonverbod op scholen. Veel psychologen waarschuwen al langer voor de slechte invloed van sociale media voor de jonge generatie. Een prominente criticus is Jonathan Haidt, met name in zijn onlangs vertaalde en populaire boek Generatie angststoornis. Met een enorme berg aan statistiek laat hij zien dat er een duidelijke correlatie is tussen de opkomst van onbeperkte online toegang in 2010-2015 en de toenemende mentale problemen onder tieners. Deze analyse van Haidt is volgens mij erg herkenbaar. Want je kent inderdaad wel iemand die verslaafd is aan een digitaal spelletje of altijd binnen twee minuten reageert. Of je probeert zelf je telefoongebruik te minderen. Tegelijkertijd zou je je smartphone niet willen missen. Het is toch wel handig om snel iets op te zoeken.
Decennia geleden werd er op een vergelijkbare manier gewaarschuwd voor de opkomst van de televisie, bijvoorbeeld in het boek Amusing ourselves to death van Neil Postman uit 1985. Hij beargumenteert dat wanneer techniek in de huiskamers komt, we zelf minder gaan nadenken. Het maakt ons passief. Toch zouden weinig mensen die analyse nu nog herhalen. De televisie bleek niet het einde van de wereld. Het zou te simplistisch zijn om deze nieuwe uitvindingen de schuld te geven.
Dat doet Haidt dan ook niet. Voorafgaand aan de opkomst van sociale media vanaf 2010, ziet hij een ontwikkeling aan het eind van de vorige eeuw waardoor de digitale vrijheid tot grote problemen kon leiden. Dat is de beschermende cultuur waarin kinderen worden opgevoed. Kort samengevat: vroeger mocht je zelf buiten spelen tot het donker werd; nu word je naar een kindvriendelijke speelplaats gebracht, terwijl je locatie continu wordt gemonitord door de ouders. Paradoxaal genoeg hebben kinderen veel digitale vrijheid, maar ervaren ze tegelijkertijd ook negatieve gevolgen online. Ze worden beveiligd in het echte leven, maar losgelaten op het internet.

Het probleem ligt dus niet alleen in de opkomst van de technologie, maar ook in de acceptatie van een individualistische psychologie. Het kind werd steeds meer gezien als een persoonlijke keuze, als een project. Ook groeide het wantrouwen richting anderen die het kind eventueel iets aan zouden kunnen doen. De smartphone is volgens Haidt dus niet de enige oorzaak van het probleem. Maar waarom heeft de opkomst van sociale media sinds 2010 wereldwijd zo’n impact gehad? Wat is de reden dat ouders hun kind online wel vrijlieten? Waren ze daarin passief, konden ze niet ontkomen aan de opkomst van de techniek?
Dit boek geeft op die vragen helaas geen duidelijk antwoord. Misschien komt dat omdat Haidts sociaalpsychologische methode niet toereikend is voor de complexiteit van dit probleem. Ja, de manier waarop wij als mensen naar onszelf (en onze kinderen) kijken, heeft zeker invloed op hoe we de techniek gebruiken. Maar zou het ook zo kunnen zijn dat techniek ons verandert? Dat die nadruk op het individualistische te maken had met het feit dat iedereen zijn eigen televisie had? Of nog iets sterker gezegd: dat de techniek een tegenmacht is die het menselijk leven ten diepste tekortdoet?

Staan in de wereld van nu
Jacques Ellul stelde deze vragen al lang voor de opkomst van digitale apparatuur, in zijn boek Staan in de wereld van nu (1948). Gelukkig is dit boek nu opnieuw beschikbaar in de heldere vertaling van Frank Mulder. Het is een van de eerdere werken van deze moeilijk te plaatsen christenwetenschapper, die zowel schreef over sociologische theorieën als over Bijbelse principes. Ellul geeft een uitgebreid antwoord op de vraag hoe een christen in het leven zou moeten staan. Hij ziet gelovigen als een revolutionaire macht die zich verzet tegen wat mensen kleineert. Want ook al lijkt de wereld steeds sneller, efficiënter en makkelijker te worden, we raken daarmee ook iets kwijt. Het maakt ons minder mens. Want dat is wat techniek ten diepste doet.
Zo zijn we ook weer terug bij de smartphones in het klooster. Ten diepste voelen we namelijk aan dat er een spanning bestaat tussen Gods wil voor ons leven en de manier waarop moderne middelen ons beïnvloeden. De smartphone is daarvan slechts een uitvloeisel, vanuit Ellul gedacht. De opkomst van techniek begint veel eerder, daar waar de mens wil heersen over zijn omgeving. Een christen zou daar niet in mee moeten gaan, maar juist ertegenin.
Toch blijft de oplossing die Ellul ons biedt wat onbeholpen. Hij lijkt te pleiten voor een dialectische verhouding: in de wereld, niet van de wereld. Het wordt alleen nooit helemaal duidelijk wat dat precies inhoudt. Moeten we de techniek dan alleen voor het goede gebruiken? Maar hoe kunnen we dat, als techbedrijven met hun algoritmen juist het tegenovergestelde proberen te bewerken? Kunnen we dan wel hoop vinden in onze eigen tegencultuur? Daar kom ik zelf niet helemaal uit. Ellul was een groot denker, en hij had zeker een vooruitziende blik eind jaren veertig. Toch bleef hij ook een eenzame profeet, een roepende in de (digitale) woestijn. Zijn werk is nog steeds moeilijk in te delen en ingewikkeld om samen te vatten. Maar Ellul inspireert wel om de strijd aan te gaan en deze moderne mogelijkheden niet alleen maar over ons heen te laten komen.

De kunst van mensen kennen
Zo kom ik bij een derde boek dat hiermee verband houdt, maar wat persoonlijker is dan Haidt en praktischer dan Ellul. Journalist David Brooks is eveneens goed op de hoogte van de spanning rondom techniek. Als mensen zijn we steeds verder uit elkaar gegroeid. Daarom pleit hij in zijn boek De kunst van mensen kennen voor een doorleefde respons. Als we verder willen komen, dan hebben we daarvoor de ander nodig: iemand die ons kent, die ons iets nieuws kan laten zien. Alleen zo kunnen we onze individualistische neigingen de baas.
Hoewel het op het eerste gezicht het zoveelste zelfhulpboek lijkt, peilt de meditatieve analyse van Brooks dieper. Hij probeert bij zichzelf na te gaan waarom het zo moeilijk is om een goed gesprek te voeren. Daarvan kun je de smartphone de schuld geven, maar het onderliggende probleem is van alle tijden. Dat ligt namelijk bij onszelf, in ons eigen karakter. We moeten weer opnieuw investeren in goede vaardigheden, in deugden. Alleen op die manier kunnen we het volhouden in deze verwarrende tijd, als we vanuit onze eigen pijn de ander kwetsbaar tegemoet treden. Dat is lastig via een digitale connectie, omdat je elkaar in de ogen moet kijken, moet aanvoelen. Brooks geeft daarvoor ook verschillende tips.
Toch is het boek veel meer de beschrijving van zijn persoonlijke zoektocht. Kun je als mens wel groeien in je relatievaardigheden? En zo ja, hoe kan je jezelf dan bijsturen? Ik herken veel in wat Brooks schrijft. Het verlangen naar echt contact, maar ook de manier waarop je met name jezelf tegenvalt. Steeds weer kom je met onnodige verhalen of geef je de ander niet het onvoorwaardelijke vertrouwen dat diegene nodig heeft. Misschien is een pastoraal gesprek ook een van de weinige plaatsen waarbij je een gesprek voert zonder dat je iets van de ander wilt. Juist daar mag je elkaar tot in het hart leren kennen. Brooks geeft een treffend voorbeeld, in hoe eerlijk hij zijn eigen weg beschrijft. Dit boek is een aanrader voor iedereen die deze zoektocht herkent, en het contact met anderen wil verdiepen.

Intermenselijk contact
We bevinden ons niet slechts in een verandering van tijdperk, maar in een tijdperk van verandering, zoals Tomáš Halík het verwoordt. Terwijl we navigeren door deze digitale revolutie, moeten we kritisch blijven op de impact ervan op ons dagelijks leven. Eveneens is het verstandig om regels op te stellen voor techbedrijven en scholen. Maar wat mij opvalt, is dat deze drie auteurs verder wijzen. Het probleem zit namelijk niet alleen in die moderne middelen zelf. Wat belangrijker is, is onze menselijke houding. Wij zijn nu eenmaal kwetsbaar, bedoeld voor persoonlijk contact, niet voor massagebruik. Het onbehaaglijke gevoel bij een te grote rol van de smartphone in ons leven laat dat ook zien.
Als we dus goed willen leren omgaan met techniek, moeten we weer naar binnen leren kijken. Onze smartphone beïnvloedt ons zoveel, omdat we blijkbaar bouwen op onze eigen mogelijkheden. Het kan ons pas afleiden als we het zien als een vervulling van een bepaald verlangen. Een verlangen dat ten diepste individualistisch is, schadelijk op de lange termijn, en intermenselijk contact in de weg staat.
Toch voeren deze auteurs geen pessimistisch pleidooi om de techniek geheel te vermijden en uit deze wereld weg te vluchten. Trouwens, dat zou ook niet helpen als men in het klooster inderdaad over smartphones beschikt. Maar deze drie boeken roepen wel belangrijke vragen op over onze omgang met techniek. Hoe kunnen wij, als individuen en als samenleving, de balans vinden tussen het benutten van technologische voordelen en het behoud van onze menselijke waarden?
Maar ook het christelijke antwoord op deze vragen mag niet te simpel zijn. De Bijbel is geen zelfhulpboek en de kerkdienst geen therapiesessie. Beide wekken als het goed is wel op tot een omkeer van ons verlangen, zodat het gericht is op het goede, ja op God zelf. Laten we daarbij de waarschuwingen van deze moderne profeten serieus nemen. De techniek beïnvloedt ons leven en uit onszelf is het lastig om tegen die digitale overmacht te vechten. Al mogen we weten dat we er zelfs in dit gevaar niet alleen voor staan.

Naar aanleiding van:
Jonathan Haidt, Generatie angststoornis. Wat sociale media met onze kinderen doen (Utrecht: Ten Have, 2024);
Jacques Ellul, Staan in de wereld van nu. Uitdagingen in een postchristelijke beschaving [opnieuw vertaald door Frank Mulder] (Utrecht: Kokboekencentrum, 2023);
David Brooks, De kunst van mensen kennen. Hoe je de verbinding aangaat en elkaar echt kunt begrijpen (Amsterdam: Unieboek | Het Spectrum, 2023).

M.J. Luteijn is predikant in de gereformeerde kerk van Vuren en promovendus aan de Evangelische Theologische Faculteit Leuven.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

  • Raadplegingen: 801