Skip to main content

39e jaargang nr.  1 (jan. 2025)
thema: Jong en vogelvrij? Jongeren, mentale problemen en de kerk

Daniël Maassen van den Brink
Laatst geboekt
Een zoektocht naar schuld en ontschuldiging

Eind november vorig jaar was de release van de film Small Things Like These, dat zich afspeelt in de jaren tachtig. De film gaat over een kolenboer, Bill Furlong. Hij woont en werkt in een Ierse stad waar een lokaal katholiek klooster een grote vinger in de pap heeft in het sociale leven. Het is een publiek geheim dat in het klooster allerlei misstanden plaatsvinden. Aangrijpend is hoe Bills vrouw op een gegeven moment zegt dat wanneer bemoeienis met bepaald onrecht je eigen goedlopende leven in de problemen brengt, je beter kunt wegkijken.

De sociale dynamiek bij misstanden die aan het licht komt in deze film is op zich al confronterend. Maar het sluit ook naadloos aan bij een boek dat vorig voorjaar verscheen en dat ik vanuit het pastoraat getipt kreeg om eens te lezen: Het hele dorp wist het van Rinke Verkerk. Het is een boek dat sindsdien in mijn gedachten is blijven resoneren, ook nu mijn zoontje van vier sinds vorig zomer voor het eerst naar de basisschool is gegaan. Het is niet dat ik elke keer met deze ogen rondloop op het schoolplein en mensen en kinderen analyseer, maar die ene statistische zin op de achterzijde van het boek zet me stil bij de rauwe werkelijkheid van wat er achter voordeuren gebeurt of kan gebeuren: ‘(…) in elke basisschoolklas zit gemiddeld één Lenneke.’

Het hele dorp wist het
Deze Lenneke (een fingeerde naam, evenals alle andere namen) is de hoofdpersoon van het boek, dat vrucht is van een journalistiek proces. Verkerk schrijft voor De Correspondent en is ‘gespecialiseerd in verhalende reportages en achtergrondverhalen’. Dat is te merken in de opbouw van het boek: dat is gestructureerd in vier overzichtelijke delen, waarbij het slot van elk hoofdstuk door middel van een cliffhanger je aandacht direct naar het volgende hoofdstuk trekt, waardoor je in één keer door wilt lezen.
Gaandeweg het boek verneem je dat het eigen levensverhaal van Verkerk de aanleiding is om Lennekes levensverhaal – en dat van anderen die haar levensverhaal weer raken – op papier te zetten. Wanneer Verkerk namelijk door de geboorte van haar dochter in haar hoofd te maken krijgt met allerlei beelden en geluiden rondom seksueel misbruik, en door therapie heeft uitgesloten dat haarzelf op dit vlak iets is aangedaan, komt ze uit bij Lenneke. Lenneke en zij hebben bij elkaar op school gezeten. En al kenden ze elkaar verder niet goed, de keer dat ze zes kilometer met elkaar samen hebben gefietst, heeft Lenneke haar van alles over haar misbruik verteld. Iets wat Verkerk jarenlang had verdrongen.
Lenneke is het meisje dat opgroeide in Kluiterdijk, het buurdorp van Verkerk. Het eerste hoofdstuk valt meteen met de deur in huis en vertelt over het bewuste moment van misbruik door haar opa Leen Veenstra. De man krijgt er zes maanden voorwaardelijke celstraf voor. Maar Lenneke is niet de enige geweest. Zij komt erachter wat het dorp allang wist: opa heeft meerdere vrouwen misbruikt. Daar heeft hij eerder ook al een aantal jaar celstraf voor gekregen en daadwerkelijk voor vastgezeten. Ook Lennekes moeder Heleen is slachtoffer, evenals haar twee zussen – de drie dochters van Veenstra – en Tamara, het kantoormeisje van Veenstra dat tevens familie is. Jarenlang heeft hij hen structureel seksueel misbruikt. De details daarover doen je walgen. En telkens weer draait Veenstra de rollen om. Al geeft hij in meerdere rechtszaken toe dat hij het heeft gedaan, het was naar eigen zeggen niet zijn schuld.

De omstanders
Wat een centrale rol speelt in Het hele dorp wist het, is de vraag naar het omstanderschap. De inleiding stelt dat gelijk al aan de orde: kinderen op school willen de pannenkoeken van Lennekes moeder Heleen niet eten. Het is een publiek geheim dat Heleen misbruikt is. Voordat Lenneke zelf misbruikt is, meden mensen deze familie daarom al het liefst. Zo gebeurt het tegenovergestelde van waar slachtoffers behoefte aan hebben. Dat heet victim blaming: hoewel gedrag of opmerkingen van mensen vaak niet eens slecht zijn bedoeld, ‘wordt het slachtoffer verantwoordelijk gemaakt voor het probleem waar het onder lijdt’ (p. 74). Mensen vinden het te moeilijk om met deze situaties om te gaan, doen liever alsof het er niet is. Dat alles bij elkaar zorgt voor ‘the second rape’ (p. 83): ‘niet het misbruik zelf, maar de negatieve, beschuldigende gedachten die slachtoffers door het misbruik over zichzelf krijgen slaan de diepste wond’ (p. 82).
Gelukkig is er in het boek ook ruimte voor goede omstanders. Zoals Nelis, de zoon van Leen Veenstra. Met tact zorgt hij ervoor dat het misbruik van Tamara en dat van zijn zussen aan het licht komt. En ook de kerk komt er – in tegenstelling tot zovele andere voorbeelden – niet negatief van af. Zo brengt de ouderling van een kerk in de buurt het misbruik van Tamara aan het licht. En zo probeert de kerkenraad van de plaatselijke kerk waar Veenstra zelf lid is door middel van vele gesprekken Veenstra tot verootmoediging te bewegen, ook al blijft het zonder succes. Desalniettemin helpt het de slachtoffers sociaal gezien niet: Veenstra is sociaal verweven met het dorp, iedereen wil hem te vriend houden en geen onrust en problemen veroorzaken.
Lennekes verhaal is uniek, in die zin dat dit boek haar persoonlijke verhaal vertelt en dat van haar familie en omgeving. Tegelijk ‘is Lennekes verhaal een klassiek verhaal over kindermisbruik’ (p. 12), met elementen die ik herken in de verhalen van mensen die zelf ook te maken hebben gehad met misbruik. En net als velen van hen snakt Lenneke ernaar dat anderen haar ontschuldigen: dat anderen haar als slachtoffer vertellen dat het niet haar schuld is (p. 55).
‘Misbruik bestaat uit een complex web van daders, slachtoffers en omstanders’ (p. 133). Het vereist daarom veel inzicht en tact om de luchtdichte stolp van geweld en misbruik te laten barsten. Maar kijk als omstander in elk geval niet weg, is de boodschap die het boek wil meegeven.

Het meisje, de draak en de dominee
Waar Verkerk haar eigen levensverhaal expliciet heeft verwerkt in haar journalistieke boek, vroeg ik me bij een ander boek af in hoeverre daarin biografische elementen zijn verwerkt: Het meisje, de draak en de dominee. Als roman is dit boek weer van een heel ander genre. Maar ook deze hoofdpersoon, Anna, heeft in haar jeugd te maken gehad met seksueel misbruik. Schrijver Jannie van den Brink, zelf dominee, brengt de leef- en gedachtewereld van de hoofdpersoon zo dichtbij, dat het in pastoraal opzicht een verdieping geeft in de worsteling die een slachtoffer van pestgedrag en seksueel misbruik kan doormaken.
Je moet je aandacht er goed bijhouden, want het boek wisselt telkens van perspectief. Allereerst is er het perspectief van Anna’s jeugd, wat zij als meisje heeft meegemaakt. Door een verhuizing komt ze op een nieuwe school terecht. Een school die veel kleiner is dan haar vorige, wat de sociale dynamiek niet ten goede komt. Al snel krijgt ze te maken met pestgedrag: ze ziet het bij een ander, maar maakt het ook zelf mee. Haar zelfbeeld wordt flink geschaad door hoe ze als zondebok buiten de groep valt. Als tweede is er het perspectief van Anna’s studentenleven, hoe ze zich in die tijd als christen ontwikkelt en studeert voor dominee. Dat ze zich nooit goed genoeg heeft gevoeld, draagt ze met zich mee wanneer ze zich bij een studentenvereniging aansluit. Bij deze club mensen leert ze ook de breedte van de kerk kennen, waardoor ze enerzijds de evangelische geloofscultuur leert waarderen, maar anderzijds omgekeerd ook net zo goed haar traditionelere geloofsachtergrond. En als derde is er het perspectief van Anna’s sessies met de vele therapeuten. Na vele jaren, ook wanneer ze al een tijd dominee is, is ze inmiddels aanbeland bij therapeut Nummer Zeven. De draak – de worsteling met de vraag naar schuld, waar God is in het lijden en het negatieve zelfbeeld – zal heel haar leven met haar meegaan, zij het dat ze hem nu wel in de bek kan kijken.

Jobs queeste
Anders dan in Het hele dorp wist het komt in Het meisje, de draak en de dominee het misbruik pas gaandeweg ter sprake. Dat is tegelijk ook de kracht van het verhaal, omdat het laat zien hoe moeilijk het voor iemand is om erover te vertellen, laat staan om erop te reflecteren. Van Anna horen we dat zij in haar jeugd tweemaal te maken heeft gehad met misbruik. Allereerst was er die kapitein van dat schip waar ze ter gelegenheid van de verjaardag van haar oma met heel de familie op voeren. Op een onbewaakt ogenblik kon hij zijn handen niet van Anna afhouden. En als tweede is er dat meisje uit haar klas, Polly, die op een dag bij Anna thuis kwam spelen. Op de plezierboot van Anna’s ouders dwingt Polly haar tot seksuele handelingen.
Dat er pas gaandeweg het boek ruimte ontstaat om over Anna’s misbruik te vertellen, is verweven met de vraag naar waar God is in het lijden. De verhaallijn van het Bijbelboek Job loopt hierin gelijk op en is een belangrijk motief. Waar eerst het misbruik door de kapitein een plek krijgt, volgt het perspectief van Jobs vrienden, die tegen hem zeggen dat het onheil dat hij meemaakt waarschijnlijk zijn eigen schuld is. En nadat Gods uiteindelijke antwoord aan Job Anna op een zeker moment tot een overgave aan God brengt, volgt de onthulling van wat er met Polly gebeurde op die boot.
Waardevol in dit verband was het voor mij nieuwe inzicht dat het Bijbelboek Job niet alleen een queeste is die eindigt in een niet te beantwoorden vraag naar het kwaad, maar ook dat Job ontschuldigd wilde worden: Job wilde van God zelf horen dat zijn lijden niet zijn eigen schuld was. Daar loopt Het meisje, de draak en de dominee ook op uit: Anna wilde door een gesprek met haar ouders ontschuldigd worden. De waaromvragen die ze eerder kreeg toegeworpen – waarom ze bijvoorbeeld niet eerder met het misbruik voor de dag is gekomen – zorgden alleen maar voor het tegenovergestelde effect en deden Anna geen goed. Als lezer krijg je zo de spiegel voorgehouden om niet eerst waaromvragen te stellen, zoals we al snel geneigd zijn te doen, maar vooral te luisteren.

Jannie van den Brink, Het meisje, de draak en de dominee (Uitgeverij Van Wijnen, 2021);
Rinke Verkerk, Het hele dorp wist het (De Correspondent, 2024).

D. Maassen van den Brink is predikant van de Hervormde Gemeente Well-Ammerzoden en eindredacteur van Kontekstueel.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

  • Raadplegingen: 857