39e jaargang nr. 3 (mei 2025)
thema: Herbetovering. Om al uw tekens te verstaan
Dick Wolters
Heilige praktijken in seculier Amsterdam
Tien mensen zitten in een kring rondom de paaskaars. Tien mensen uit ons missionaire netwerk. We zijn bij elkaar voor een cursus over gebed. Of dat zeg ik verkeerd. Het is geen cursus. En ik ga ook niets vertellen over gebed. We gaan het gewoon doen. We gaan samen bidden. Zij gaan het doen. Mensen waarvan sommigen nog nooit hebben gebeden, waarvan sommigen niet eens geloven dat er zoiets als een god bestaat. Maar toch gaan we het doen.
In mijn achterhoofd is dat kritische stemmetje: ‘Kan het wel? Moet je niet eerst in relatie met God komen voordat je gaat bidden? Zou ik ze niet eerst heel veel moeten vertellen over wat bidden is en over wie God is? Gewoon uitleggen, zoals ik dat op andere cursussen al zo veel heb gedaan?’ Maar dan herinner ik mezelf er weer aan dat het precies mijn onvrede was over al die andere cursussen en mijn reflectie daarop dat ik het roer heb omgegooid en dat we nu rondom de paaskaars zitten.
Met de wereld wachten op God
Als de Amerikaanse theoloog Andrew Root verwoordt hoe de kerk de wereld kan helpen God te zoeken, dan begint hij met de belijdenis: ‘Dat weten en kunnen we niet.’ God is God. God is de heilige, de gans andere. Wij kennen Hem niet. Wij bezitten Hem niet. En daarom kunnen wij Hem ook niet aan de wereld schenken. Zodra de kerk claimt dat ze weet wie God is, dan is ze de God-die-God-is kwijtgeraakt. Ze communiceert hooguit een Godsbeeld en laat ‘God’ buikspreken. God zelf moet komen en zich aan de wereld bekend maken.
Root is daarmee volop een luthers theoloog. De kerk speelt geen enkele bemiddelende rol tussen God en mens. Het gaat hem om de directheid in het contact tussen God en mens. Om God die roept en de mens aanspreekt. Er is niets wat de kerk kan doen om dat te bewerkstelligen. De kerk moet met de wereld wachten op de komst van God – ook in het leven van individuele mensen.
In mijn boek De kerk als contrastgemeenschap leg ik uit dat er een fundamenteler contrast is dan het contrast tussen kerk en wereld en dat is het contrast tussen God en mens. En het is precies dit contrast dat het hart van kerk-zijn vormt. In de kerk wachten we op God die doorbreekt in onze werkelijkheid en ons opent voor Hem en zijn aanspraak op ons leven. Dat dit gebeurt, hebben we niet in de hand.
Kerk-zijn-met-de-wereld is dus niet maakbaar. Daardoor worden ook allerlei begrippen die gangbaar zijn in onze tijd, zoals ‘succes’, herijkt. Het doel dat de kerk najaagt (haar ‘succes’) – dat het heilige gebeurt, dat God doorbreekt in de tijd – is alleen te ‘bereiken’ als je het najagen van dat doel loslaat. Dit klinkt net zo paradoxaal als Jezus’ uitspraak dat wie de grootste wil zijn, de minste moet zijn. Het missionair delen van God begint met de belijdenis dat we God niet kennen noch bezitten.
Verhalen delen
Wat mij opvalt in de boeken van Andrew Root is zijn voorliefde voor het vertellen van verhalen, te midden van al zijn theologische reflecties. Of scherper gezegd: het zijn deze verhalen die zijn theologie dragen en vormgeven. Immers, als wij God niet kunnen beschrijven, als wij moeten wachten tot Hij komt, dan rest ons de positie van toeschouwer. Dan openen we onze ogen en oren en zijn we alert op de komende God. En dan kunnen we slechts getuigen van hoe we Hem hebben zien komen. We passen voor te snelle veralgemeniseringen. Zodra we God in woorden proberen te vangen, breekt Hij daar weer uit los en komt Hij op onverwacht andere manieren. Zoals de wind, die waait waarheen hij wil – ongrijpbaar is deze God.
In ieder geval merk ik dat mijn eigen voorliefde om verhalen te delen hiermee te maken heeft. Toen ik begon als pionier-predikant in Amsterdam had ik een redelijk beeld van wat mijn werk inhield, wat de plannen van de pioniersplek waren en hoe ik daar gestalte aan zou geven. Maar vaak had het geplande weinig ‘resultaat’ (als je onder resultaat de ontmoeting van Amsterdammers met de levende God verstaat), terwijl er toch veel onverwachte heilige momenten waren. God is wel degelijk aan het werk. En vaak mocht ik daar getuige van zijn, zonder dat ik er iets aan had gedaan. Daarbij moest ik geregeld denken aan de uitspraak van Jezus: ‘Ik stuur jullie eropuit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen’ (Joh. 4:38).
Het verhaal van Stefan, bijvoorbeeld. Hij was aanwezig bij een van onze avonddiensten. Een zogenaamde verdiepingsdienst, waarin we kernthema’s vanuit het christelijk geloof stevig belichten. Deze keer was het extra stevig geweest, want we maakten een start met een serie over de zeven hoofdzonden. Ik preekte die dag over hoogmoed. Niet echt een ‘missionair’ thema. Na afloop kwam Stefan naar me toe. De dienst was spot on geweest. En dat terwijl dit zijn eerste keer in een kerk was. De dag ervoor was hij uitgegaan. Het was een fantastisch feest. Maar toen kreeg hij een appje: een goede vriendin was opgenomen in een psychiatrische inrichting. Hij was compleet van zijn stuk gebracht. ‘Wat is dit? Ik ben aan het feesten, terwijl zij er zo doorheen zit. Waarom heb ik het niet gezien? En laat ik mezelf dan wel zien? Ik bedoel: echt zien, zonder het masker van de geslaagde, feestende YUP?’ De dag erna was hij nog steeds van slag en zag hij mensen naar de Noorderkerk gaan. Hij ging ook naar binnen en daar bleken ze taal te hebben voor zijn onrust.
Transformatie
God werkt. Hij komt en spreekt mensen aan. Dat gebeurt, ook buiten onze ‘missionaire strategieën’ om. Of misschien kunnen we dat ‘ook’ maar beter weglaten. Er valt geen ‘model’ te maken. Hij komt steeds weer anders. En daarom vertellen we elkaar dit soort verhalen, omdat het onze blik scherpt om te zien waar God werkt en hoe we Hem mogen verwachten. En het helpt ons vervolgens om daarbij aan te sluiten, om te oogsten wat we niet zelf hebben gezaaid. Daarvoor is theologische reflectie belangrijk.
In zijn boek The Church in an Age of Secular Mysticisms biedt Andrew Root een helpend kader. Hij analyseert diverse memoires, die hij leest als getuigenissen van seculiere mystiek. Dat we in een seculiere tijd leven, betekent niet dat spiritualiteit uit de wereld gebannen is. Sterker nog, deze tijd is zwanger van vele vormen van het heilige. De Nederlandse sociaalpsycholoog Hans Boutellier stelt: ‘Onder radicaal-seculiere condities is iets vinden, denken of geloven noodzakelijk omdat we nergens meer in geloven, en dus overal in kunnen geloven. Mijn keuzes daarin hebben net zoveel recht van spreken als de jouwe, en omgekeerd.’ Seculier is onze tijd niet omdat er geen geloof is, maar omdat ieder kan kiezen waar hij of zij in geloven wil.
Root is echter op zoek naar een spiritualiteit die niet geworteld is in individuele keuzes, maar die een openheid heeft naar God, die komt, spreekt, werkt en transformeert. Dat laatste, transformatie, is volgens hem de kern van mystiek. Het heilige is wat ons leven een nieuwe wending geeft. En er zijn grofweg drie manieren waarop mensen dat zoeken. Allereerst in iets externs. Dan gaat het om de grootheid van wat we kunnen bewerken. Hij noemt bijvoorbeeld Trump en zijn MAGA-beweging (Make America Great Again). Maar ook Raynor Winn, schrijfster van Het zoutpad, die de strijd met de elementen aangaat op een lange afstandswandeling. Het externe transformeert ons van losers tot winnaars. In de tweede plaats kunnen mensen intern het heilige zoeken. Dan gaat het om het volledig tot bloei komen. Het vinden van je eigen identiteit, in je unieke seksualiteit of in een ongekend talent. Van binnenuit word je gevormd. Het probleem van beide vormen van spiritualiteit is dat ze geworteld zijn in het zelf en je kunt jezelf niet volledig transformeren.
Voor Root is werkelijke transformatie pas mogelijk op een derde manier, die van de inbrekende spiritualiteit. Als het heilige van buiten komt en ons innerlijk vormt. We kunnen dit niet bewerken of ons erin ontwikkelen. De verhalen die Root vertelt over God die komt, hebben allen één ding gemeen: ze maken deel uit van een vita passiva. De mens wordt aangesproken en gevormd. Hij kan slechts belijden dat hij tot niets in staat is, dat hij gebroken is. Hij kan slechts ontvangen wat hem wordt aangeboden.
De wijze waarop God komt in de verhalen van Root gebeurt niet alleen in een ‘kerkelijke’ context. Hij geeft ook voorbeelden waarin het heilige inbreekt via natuur of vriendschap. Gods komen kan dus niet worden beperkt tot ‘heilige tijd en ruimte’. Sterker nog, ook het komen Gods in een kerkdienst is een gave waar we geen claim op kunnen leggen. Maar evenmin kunnen we de natuur, of het innerlijk van de mens claimen als vindplaats voor God. Niet elke brandende struik is heilige grond. Niet elke contemplatie doet ons God ontmoeten. In de dynamiek van aanspraak en aangesproken worden gebeurt het heilige en breekt God door.
Het verhaal van Stefan is voor deze transformatie een treffende illustratie. Het appje breekt in tijdens zijn feestavond en zet een beweging in gang die hem brengt tot de belijdenis dat zijn leven verre van geweldig is, dat hij een masker draagt en dat hij, net als zijn vriendin, gebroken is. Het brengt hem tot het besef dat hij iets anders nodig heeft en hij ontvangt de taal die hem in de kerk wordt aangereikt rondom zonde. Taal die ik waarschijnlijk niet gekozen had als ik een op een met hem gesproken had, maar die op dat moment als stem van God zijn leven binnenkwam.
Heilige praktijken
Het is deze inbrekende mystiek die in de kerk centraal staat. Het gaat om God die ons zoekt, aanspreekt en vormt. Dat is, nogmaals, niet maakbaar. We kunnen God niet claimen. Wat we wel kunnen is praktijken aanbieden die ons helpen bij een receptieve houding, die ons opmerkzaam maken op God, die ons in de spiegel van onze gebrokenheid leren kijken, die ons naar de ander leren luisteren, die ons over de drempel helpen van weerstand om tot overgave te komen.
Bijzonder vind ik het om te lezen hoe Willem Jan Otten tot geloof gekomen is. Hoe hij simpelweg mee ging doen met de mis. Hoe hij meegenomen werd in het ritueel. Tot er een moment was dat hij door de knieën ging. Het was een moment van bezwijken, zo noemt hij het. En dat was transformerend. Als kerk hebben we dat moment van bezwijken niet in de hand. Maar de praktijk van de mis, met lofprijzing, schuldbelijdenis, gebed, vredegroet en eucharistie, vormt iemand in ontvankelijkheid vormt iemand in ontvankelijkheid. Ons zelf komt met lege handen voor God en wacht op Hem.
Bewust noem ik hier de mis en het voorbeeld van die verdiepingsdienst. Ik wil het stereotype voorkomen dat alleen innovatieve vormen missionair zijn. De kerk heeft met haar eeuwenoude praktijken goud in handen. En veel te vaak verwaarlozen we dat, zowel door allerlei ondoordachte vernieuwingen als door te denken dat de praktijk gebonden is aan taal en vorm van decennia terug. Het is een hele kunst om de schatten van onze traditie beschikbaar te houden voor tijdgenoten.
Hoe oefenen we ons in een receptieve houding? Ik merkte dat veel cursussen die we binnen het missionaire werk gaven, gericht waren op kennisoverdracht. We gaan er stilzwijgend van uit dat wij weten wie God is en de ander niet. En daarom gaan we de ander cognitief overtuigen. Kan het ook anders?
Recent hebben we in onze pioniersplek een andere cursus ontwikkeld: ‘Op zoek naar God’. We zitten in een kring en delen verhalen. We luisteren naar elkaar. Naar vreugde en verdriet. Naar onze zoektocht naar zin en vervulling. Naar transformerende ervaringen. We doen ook een lectio divina. We zitten in stilte bij elkaar en luisteren naar een verhaal uit de Bijbel. We mediteren daarover, proberen te horen wat God tot ons te zeggen heeft. En vervolgens brengen we dat allemaal bij elkaar. Wat ontdekken we van God in gesprek met elkaar en de Bijbel?
Of, de cursus waarmee ik dit artikel begon: ‘Bidden – Try out’. We bieden diverse gebedsvormen aan, die de deelnemers gaan uitproberen. We dagen hen uit om hun dankbaarheid te uiten, maar ook om hun kwetsbaarheid en schuld onder ogen te zien. We zijn stil: zou God ook iets willen zeggen? We kunnen Hem in ieder geval de ruimte geven om dat te doen. We bidden ook met en voor elkaar. We delen onderlinge zorgen, onvermogen, kwetsbaarheid. We zijn bij elkaar met lege handen. Veel meer kunnen we niet… tot God komt!
Dr. D. Wolters is pionier-predikant in de Noorderkerk te Amsterdam en missionair toeruster bij de IZB.
Mailadres:
- Raadplegingen: 159