Skip to main content

39e jaargang nr.  3 (mei 2025)
thema: Herbetovering. Om al uw tekens te verstaan

Gerard den Hertog
Kroniek
Wanneer de grondslagen vernield zijn…

Ik schrijf deze kroniek in de week na de ‘lintjesaffaire’. Dat is eigenlijk niet een thema om over te schrijven. Met dit onverkwikkelijke en beschamende stukje parlementaire geschiedenis zou ik graag zien gebeuren wat wel met bepaalde ambtelijke stukken wordt gedaan, namelijk dat woorden, zinnen en soms zelfs hele lappen tekst zwartgelakt worden. Ik ga dan ook niet op de ‘lintjesaffaire’ zelf in, maar stip een paar dingen aan die er naar mijn gedachte onder liggen. En die we maar beter niet over het hoofd kunnen zien.

Het eerste is het onwaarachtige van het verhaal. Een minister van Asiel en Migratie heeft de verantwoordelijkheid voor een rechtvaardige en respectvolle omgang met en opvang van asielzoekers. Hoe die minister denkt over omvang en regeling inzake toelating van vluchtelingen is één ding, de behandeling van statushouders is iets anders. Die dient welwillend en waardig te zijn, en gericht op integratie. Een minister die iets wil bereiken kan zich alleen maar in de handen knijpen dat er mensen zijn die belangeloos als vrijwilliger willen helpen asielzoekers met verblijfsvergunning hun weg in de Nederlandse samenleving te laten vinden. Dan ligt het alleszins in de rede dat juist een minister die vooral de negatieve aspecten van asiel naar voren haalt, zoals overlast en falende integratie, de toekenning van een koninklijke onderscheiding aan deze vrijwilligers met vreugde ondertekent.
Zo niet minister Faber, en de vraag is daarom wat daarachter steekt. Ik laat de feiten hier maar voor zichzelf spreken. Wanneer de Raad van State fundamentele kritiek op haar plannen heeft, de burgemeesters eensgezind protesteren tegen haar (gebrek aan) beleid, de mensen in het veld zeggen dat dit onwerkbaar wordt en de problemen alleen maar vergroot, en wanneer de minister bovendien niet hard op zoek is naar steun om haar wetten er in de Eerste Kamer door te krijgen, dan is duidelijk: deze minister wil geen oplossing. En dat de kwestie is uitgelekt naar de Telegraaf op een moment dat de handtekening allang geregeld was, laat maar één conclusie over: Wilders ziet de daling in de peilingen en zoekt de aandacht, en met ‘zijn’ minister Faber wil hij niet een andere benadering die op een verantwoorde wijze leidt tot reductie van het aantal asielzoekers. Het doel is chaos. Alleen al de mantra ‘strengste asielbeleid ooit’ laat zien dat het niet gaat om inhoudelijk beleid, maar om beeldvorming. Onvriendelijkheid is het keurmerk. En dat ‘ooit’… Wanneer je dat als program nastreeft, moet je je rekenschap hebben gegeven van wat je daarmee zegt. Dan heb je in de huidige sfeer van oplaaiend antisemitisme teruggekeken, en dan moet je ook overwogen hebben wat er eind jaren dertig gebeurde, hoe streng ons land zich destijds opstelde tegenover Joodse vluchtelingen. Daar wil je dus overheen. Misschien hadden ze daar bij de PVV niet bij stilgestaan toen ‘strengste asielbeleid ooit’ als kreet gekozen werd, maar anderen dachten er wel aan en vroegen wat hen bezielde. De leuze bleef, ontegenzeggelijk bewust.
In ‘lintjesgate’ ontbrak ieder ‘moreel kompas’ en bleek het dragende ‘midden’ van de politieke filosofie van de PVV ‘leeg’. Je kunt wel in een regeerakkoord de rechtsstaat denken te verankeren, maar als je als deelnemende partijen niet van plan en in staat bent gezamenlijk het ‘gemenebest’ te zoeken, blijven per saldo de eigen belangen over. Onthullend en beschamend was het te zien dat een partij als NSC de rechtsstaat hoog in het vaandel heeft, maar als een konijn in de koplampen van Wilders keek – en opnieuw zweeg en het liet passeren. Daarmee lieten ze een laatste kans op herstel van respect en vertrouwen liggen.
Overigens, het lijkt me voor de gedecoreerde vrijwilligers plezierig om te weten dat déze minister tegen jouw koninklijke onderscheiding was, maar er geen enkel verhaal bij had. En vooral ook: deze minister komt echt nergens voor in het proces dat tot jouw koninklijke onderscheiding heeft geleid.

Protest – en de kerk
Er is gelukkig ook een samenleving waar protesten klinken. Jan de Beer heeft het initiatief genomen voor een open brief aan premier Schoof, met handtekeningen van predikanten en voorgangers, en hij houdt het vuur van protest warm. Iedereen die zijn e-mails wil ontvangen stuurt hij updates over wat de brief aan reactie oproept en hoe die doorwerkt. Bij het gaande houden van het protest hoort ook het essay van professor Barend Kamphuis in magazine Tijdgeest van dagblad Trouw van 27 februari 2025. Kern van zijn betoog is dat gastvrijheid niet een subthema in een stelsel van waarden en normen is, dat afgeschaald kan worden zonder dat het jouw moreel kompas als zodanig raakt. In het bijbelboek Genesis zien we hoe basaal en centraal gastvrijheid was voor wat humaniteit in het licht van Gods zegen voor de volkeren mag heten. Voor een wereld zonder een vaste samenlevingsstructuur als de woestijn is elementaire menselijkheid dat je vreemdelingen onderdak, voedsel en drinken geeft. Wanneer Abraham in hongersnood zijn toevlucht neemt tot Egypte, zien we hem rare capriolen uithalen omdat hij het daar niet helemaal vertrouwt. Zelf stuurt hij na de nodige heibel in de tent Hagar de woestijn in, en we slaken een zucht van verlichting wanneer we lezen dat God naar haar omziet. En tussen dat alles staat ook het verhaal van de zonde van Sodom en Gomorra, waarin de ‘onderbuik’ een volksbeweging op gang brengt om de bij Lot aangekomen vreemdelingen te molesteren. Kamphuis heeft gelijk: waar de samenleving zich onherbergzaam toont, is gastvrijheid die de ander recht doet en leven gunt de oervorm van een bijbelse ethiek.
Het initiatief van Jan de Beer is een actie op het grondvlak, het vindt weerklank, maar die e-mails komen van hem, en zijn aanhoudend protest is niet een actie namens een of meer kerken. Dat is wel kenmerkend voor de huidige tijd. Synodes en kerkelijk leidinggevenden houden zich doorgaans stil, en als ze hun stem verheffen is het vooral genuanceerd. De tijd is voorbij dat de kerk kon menen dat aan het ‘christelijk karakter’ van Nederland een zeker recht tot spreken ontleend kon worden en dat de samenleving ernaar uitkeek wat ze te zeggen had. Als ‘de kerk’ zou spreken, loop je ook nog eens kans dat dat je leden kost. Toch vraagt de tijd dat er vanuit het evangelie dingen gezegd worden die helderheid bieden en hout snijden. Steeds minder delen we in ons land bepaalde basisovertuigingen, het zegt voldoende dat ‘polarisatie’ het woord van het jaar 2024 was. Het ontbreken van ‘profetie’ die de wereld in het licht van het evangelie plaatst blijft niet zonder gevolgen, lezen we in Spreuken 29:18: het volk ‘verwildert’, het raakt los van zijn geestelijke ankers. Het is daarom goed dat het ‘grondvlak’ zich roert. Maar het moeten geen eenmansacties zijn, het is belangrijk dat bezinning en actie breder gedragen worden, dat er – zoals in het essay van Barend Kamphuis – ook op gereflecteerd wordt en naar de diepte wordt afgestoken. En het zou goed zijn als de kerken plaatsen zijn waar met elkaar daarover doorgesproken wordt.

Wat kan de rechtvaardige doen?
De titel van deze kroniek is ontleend aan Psalm 11:3. Daar klinkt de benarde vraag wat de rechtvaardige kan doen wanneer de grondslagen van de samenleving vernield zijn. Ik denk bij dat laatste aan wat we zien gebeuren in de Verenigde Staten. De aantasting van de rechtsstaat, de minachting van onafhankelijke rechtspraak, de beknotting van de academische vrijheid, we hebben zulke tendensen eerder gezien. Voor ons is het het meest acuut en in het oog lopend waar het gaat om de steun aan Oekraïne. Dat Rusland de agressor is en doorlopend oorlogsmisdaden pleegt is daar inmiddels niet langer uitgangspunt van beleid, en er is iets anders aan de hand dan een nieuwe kijk op de feiten. De huidige Amerikaanse regering neemt metterdaad afstand van een op recht gebaseerde wereldorde, en is overgestapt op een machtspolitiek die de basale voorwaarden en regels van het samenleven van mensen en volken met voeten treedt, met als direct gevolg dat Oekraïne ‘bungelt’. Europa is wakker geschrokken en er is een ‘coalition of the willing’ gevormd die Oekraïne blijft steunen en ook de eigen verdediging op orde gaat brengen. Maar het gaat niet alleen om wat we ‘buitenlandse politiek’ noemen, het gaat dieper. Iedereen die familie, collega’s, vrienden in de Verenigde Staten heeft merkt het. We verstaan elkaar niet meer en we hebben ook geen gedeelde basis van waaruit we bruggen kunnen slaan om elkaar weer te bereiken. We moeten ons opnieuw oriënteren, maar hoe zullen we dat doen, en met behulp van welk kompas?

Op 8 april was het tachtig jaar geleden dat Dietrich Bonhoeffer in het concentratiekamp Flossenbürg werd opgehangen. In de brieven die hij tussen november 1943 en augustus 1944 vanuit de gevangenis van Berlijn naar zijn vriend Eberhard Bethge schreef, vormt de verwording van de Duitse samenleving en politiek de achtergrond. Die is begonnen met de uitholling van de rechtsstaat, en die is uitgelopen op een vernietigende wereldoorlog, met de Shoah als gruwelijk dieptepunt. Voor Bonhoeffer stond de vraag centraal hoe een nieuwe generatie kon leven wanneer eenmaal de wapens zouden zwijgen.
Wanneer het zoontje van zijn vriend en diens vrouw Renate, een oomzegger van Bonhoeffer, geboren wordt, geeft hij zelf het antwoord in een brief ter gelegenheid van diens doop. Hij schrijft vanuit de ervaring dat de grote woorden van de Bijbel en de christelijke traditie door wat er voor religie werd uitgegeven in Nazi-Duitsland hun betekenis en kracht goeddeels hebben verloren. Maar er komt een dag, schrijft hij, dat woorden als wedergeboorte en heilige Geest, liefde tot de vijand, kruis en opstanding, leven in Christus en navolging van Christus weer gaan spreken en dat het gelaat van de aarde eronder zal veranderen en zich vernieuwen. Tot die tijd zal het aankomen op bidden en doen wat rechtvaardig is onder de mensen. Men heeft wel gedaan of dat ‘bidden’ ook achterwege gelaten kon worden, en beweerd dat Bonhoeffer hier pleitte voor een seculier christendom van de daad. Dat is een misvatting. Als hij in dezelfde brief erop terugkomt, zegt hij dat het ‘bidden’ en ‘doen wat rechtvaardig is’ de ethische gestalte van het wachten op het verlossende woord. Het is wegbereiding, en dat woord had hij in gedachten voor de titel van de ethiek waar hij aan werkte.

Prof. dr. G.C. den Hertog is emeritus hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

  • Raadplegingen: 205