39e jaargang nr. 5 (september 2025)
thema: Wij geloven - 1700 jaar Nicea
Gerrit van Meijeren
Kroniek
De zonde van de empathie
Voorop de NRC staan foto’s die de wereld raakten en de publieke opinie deden kantelen: van het ‘napalmmeisje’ Kim Phuc dat in 1972 naakt over straat rent na een Amerikaanse gifgasaanval, de naamloze Iraakse gevangene die op een doos staat in de beruchte Abu Ghraib gevangenis, klaar om gemarteld te worden, en de foto van de anderhalf jaar oude Muhammad Zakaria Ayyoub al-Matouq in de armen van zijn moeder, het gezicht van de hongersnood in Gaza.
Al deze aangrijpende foto’s hebben gemeen dat ze empathie oproepen, een beroep doen op ons medelijden en op onze bereidheid om hulp te bieden. Met empathie is evenwel veel mis zo ontdekte ik. In Amerika wordt gesproken over ‘de zonde van de empathie’ en zelfs over ‘toxische empathie’. Het zijn gedachten die ook in Nederland opgeld doen. Zo schreef enkele maanden geleden een columniste van De Waarheidsvriend een instemmend stukje over dit thema naar aanleiding van het boek The Sin of Empathy van een zekere Joe Rigney.
Rigney onderscheidt sympathie en empathie aan de hand van een voorbeeld over drijfzand. Als iemand wegzinkt in drijfzand strekt een sympathiek persoon zijn hand uit naar de persoon in nood maar blijft zelf aan de rand staan. Een empathisch mens verplaatst zich zo zeer in de emoties van de ander dat hij of zij zelf ook in het drijfzand springt. En dan kom je in zondig vaarwater, zegt Rigney, want dan worden gevoelens van meeleven belangrijker dan de waarheid. Voor je het weet ga je mee in het gedachtegoed van de moderne cultuur.
Volgens de columniste in De Waarheidsvriend: ‘de deugd van empathie verandert stilletjes en vaak ongemerkt in een destructieve ondeugd. Dat komt door een progressieve samenleving die over onze kerkelijke schouders meekijkt of we wel tolerant en inclusief genoeg zijn. En ook door grote feministische invloed en bijbelleesgedrag om van te huilen.’ Heel concreet wordt dat zichtbaar in de empathie die betoond wordt aan ‘achtergestelden’, waarbij de bijbelse waarheid van scheppingsorde, genade en oordeel op losse schroeven komt te staan.
Het staat er wat cryptisch, maar bedoeld wordt dat door een empathische houding er zoveel begrip komt voor bijvoorbeeld mensen die transgender zijn of een homoseksuele gerichtheid hebben of een ongedocumenteerde vreemdeling zijn, dat het niet langer lukt om daar afstand van te nemen. Dat is de ‘donkere kant’ van de empathie, je wordt vatbaar voor alles wat woke is, een zonde die in Amerika om zich heen grijpt volgens pastor Rigney, en hij staat daarin niet alleen.
Het gevaar van empathie
In een veelbeluisterde podcast stelde Elon Musk: ‘De fundamentele zwakte van de westerse beschaving is empathie’. En vicepresident J.D. Vance bepleitte als legitimatie voor de rigide migratiepolitiek van de huidige regering een orde van liefde (ordo armoris) die allereerst kiest voor de inner circle van familie en buren en pas in laatste instantie toekomt aan de liefde voor mensen buiten de Verenigde Staten. Een standpunt dat paus Franciscus onder verwijzing naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan subtiel maar beslist van de hand wees.
Zoals bekend deed bisschop Marian Budde tijdens de National Prayer Service bij de inauguratie van Trump een beroep op diens mededogen voor gemarginaliseerde groepen zoals ongedocumenteerde migranten die het land draaiend houden, LHBT-kinderen en mensen die op de vlucht zijn voor de vervolging in hun eigen land. Haar slotwoorden waren: ‘Onze God leert ons dat we barmhartig moeten zijn voor vreemdelingen, want we waren allemaal ooit vreemdelingen in dit land. Moge God ons de kracht en moed geven om de waardigheid van ieder mens te eren, elkaar in liefde de waarheid te vertellen en nederig met elkaar en onze God te wandelen, ten goede van alle mensen. Ten goede van alle mensen in dit land en de wereld.’
Niet alleen de president was not amused over deze preek, ook anderen vielen over Budde heen. Op X viel deze tekst te lezen: ‘Bega niet de zonde van empathie. Deze slang [bisschop Budde] is Gods vijand en ook de uwe. (…)’.
Terug naar Joe Rigney. Rigney was korte tijd president van het bekende (Baptist) Bethlehem College waar ook John Piper aan verbonden was. In 2022 is hij daar wegens verschil van inzicht vertrokken. Hij schurkt qua opvattingen aan tegen de nationalistische MAGA-beweging van Trumpsupporters. Ter illustratie: in een tweegesprek tussen Rigney en Albert Mohler, de invloedrijke president van The Southern Baptist Theological Seminary, over de zonde van de empathie wijst Rigney erop dat het vooral vrouwen zijn die gevoelig zijn voor de gevaarlijke effecten van empathie. Zij voelen namelijk intuïtief aan wat anderen voelen. Zij reageren met zorg en compassie op lijden. Maar kunnen zij nog wel staande blijven als hun gevoel zo wordt aangesproken? Dat is trouwens ook waarom vrouwen uitgesloten zijn van kerkelijke ambten, want daarin moeten nu eenmaal heldere lijnen worden getrokken, aldus Rigney. Het is niet eens de meest onthutsende passage uit een conversatie van twee mannen die het roerend met elkaar eens zijn.
Waarom zou je in een kroniek aandacht besteden aan zo’n extremistische stem? Omdat Rigneys opvattingen niet alleen resoneren in een eerbiedwaardig tijdschrift als De Waarheidsvriend. Ze zijn tekenend voor het gepolariseerde klimaat in de Verenigde Staten. Er spreekt zoveel hardheid uit de woorden die gebruikt worden en eigenlijk ook zoveel angst.
Morele oordeelsvermogen
Natuurlijk valt er meer te zeggen over empathie. Het begrip duikt voor het eerst op in het Engels in 1908, als vertaling van het Duitse Einfühlung. Empathisch zijn betekent volgens het woordenboek zowel invoelend als inlevend zijn. Daar zit een emotionele en ook een cognitieve kant aan. Niet alleen invoelen wat die ander voelt, maar dat ook proberen te begrijpen. Duidelijk is dat empathie als een zeer positieve waarde wordt gezien. Barack Obama sprak in 2009 over het empathietekort als het grootste probleem van onze tijd. En er zijn literatuurwetenschappers en filosofen die stellen dat het lezen van literatuur van groot belang is voor de vorming van ons morele oordeelsvermogen. Doordat je je inleeft in personages die een roman bevolken wordt je empathisch vermogen vergroot. Als lezer ervaar je hoe het is om een onbekende ander te zijn.
Zo kent de rechtsfilosofie het betrekkelijk jonge vakgebied ‘Recht en literatuur’. Daarin wordt het belang van het lezen van literatuur onderstreept voor de rechtsspraak. Door het lezen van literatuur kan de rechter empathisch vermogen ontwikkelen en dat komt dan weer ten goede aan het oordeelsvermogen. Althans, dat is de bedoeling.
In haar fraaie dissertatie over deze thematiek Dialoog in recht en literatuur laat Claudia Bouteligier evenwel zien dat empathie in de rechtszaal haar beperkingen heeft. Meursault, de zwijgzame hoofpersoon uit Camus’ beroemde roman De Vreemdeling, wordt uiteindelijk ter dood veroordeeld wegens moord, hoewel de rechter toch echt empathie probeert te tonen. Het lukt hem echter niet Meursault te begrijpen. Dat is het probleem met empathie: dat het inleving betreft op basis van herkenning van de ander of identificatie met de ander. En daarmee wordt die ander in feite een verlengstuk van jezelf. Er is veel goeds van empathie te zeggen, maar tot een wezenlijke dialoog met de ‘vreemde ander’ leidt empathie niet, aldus Bouteligier.
Medemenselijkheid en naastenliefde
Terwijl daar nu juist zoveel nood aan is in een gepolariseerde samenleving. Rigney en J.D. Vance zouden het in het licht van het evangelie daarover moeten hebben. Hoe kan ik die ander, die ik niet begrijp, die mijn empathie te buiten gaat, verstaan? Dat vraagt om een gesprek, om een ont-moet-ing, om openheid om naar die vreemde ander te luisteren. Het tamboereren op de ‘zonde van de empathie’ maakt medemenselijkheid verdacht, het ondermijnt de naastenliefde en sluit de vreemde ander uit of erger.
De Bijbel trekt radicalere lijnen dan Rigney doet. Ik denk aan Johannes die indringende vragen stelt aan gelovigen die hun hart toesluiten voor broeders en zusters die gebrek lijden (1 Joh. 3). Ik denk aan wat ik las in een in memoriam voor de op 5 juni overleden oudtestamenticus Walter Brueggemann. Brueggemann werd ooit diep geraakt door de woorden in Jeremia 22:16 waar de Heer vraagt: ‘Het recht beschermen van armen en behoeftigen (…), is dat niet: Mij kennen?’ In zijn commentaar schrijft hij: ‘Op basis van deze tekst zou men kunnen concluderen dat de beoefening van rechtvaardigheid de realiteit van JHWH zelf is. In de meest radicale bewoordingen anticipeert dit stukje poëzie op het inzicht van Calvijn dat de rechte kennis van God bestaat uit gehoorzaamheid.’
Ik besluit met de geladen woorden, opgetekend in de Volkskrant, van rabbijn Edward van Voolen die samen met collega’s uit de hele wereld premier Nethanyahu aanspoort om het geweld in Gaza te stoppen: ‘In de Hebreeuwse Bijbel staat dat alle mensen naar Gods evenbeeld zijn geschapen, en dus allemaal gelijk zijn. Die hebben recht op alle vormen van menselijke waardigheid. Ook is een centrale opdracht dat je je naasten liefhebt, want zij zijn zoals jijzelf bent. Verder hebben de Bijbelse profeten altijd opgetreden tegen onrecht en zich ingezet voor recht en rechtvaardigheid. Dat zijn de waarden waar ik voor sta en die ik als rabbijn uitdraag. En die waarden worden in Gaza, op de Westbank, in Zuid-Libanon en in Syrië door de Israëliërs op schandalige wijze beschaamd.’
Ten slotte
Op 7 juli overleed in Utrecht dr. J.J. (Hans) Visser. Hans Visser was ooit medewerker van Kontekstueel en schreef onder andere voor deze rubriek. Hij had zijn wortels in de Gereformeerde Gemeenten, werkte als historicus in Zambia en later via de GZB in Kenia. Zijn dissertatie culturele antropologie (1989) ging over de godsdienst van de Pokot-stam in Kenia. Jarenlangs was Visser docent en vanaf 1993 rector van het befaamde zendingsinstituut Hendrik Kraemer (HKI) dat in 2004 van Oegstgeest naar Utrecht verhuisde en ter ziele ging. In die rollen heeft hij velen in de breedte van de kerk(en) geïnspireerd. Later was Visser adviseur van Samen Kerk in Nederland. De migrantenkerken in Nederland gingen hem zeer ter harte. Bij zijn afscheid in 2004 verwoordde Visser in een interview voor het Reformatorisch Dagblad de kern van zending als volgt: ‘dat je de Bijbel vertaalt naar de situatie waarin de ander zich bevindt. Daarnaast is het vormen van gemeenschappen erg belangrijk. De kerk moet een gemeenschap zijn, maar dan wel een die naar buiten is gericht.’
Hans Visser is tachtig jaar geworden. Dankbaar schrijft de familie op de rouwbrief dat Hans zeer betrokken was op medemens, kerk en wereld. Zijn gedachtenis zij tot zegen.
Dr. G. van Meijeren is classispredikant van de Protestantse Kerk in Zuid-Holland Zuid.
Mailadres:
- Raadplegingen: 167