nr1 • 2013 • Kroniek

28e jaargang nr. 1 (sept. 2013)

Kroniek

P.L. de Jong

Ergernissen

Wie wel eens kijkt naar De wereld draait door van Matthijs van Nieuwkerk, loopt aan het eind van de maand kans met Jan Mulder geconfronteerd te worden, die je laat delen in zijn vijf grootste ergernissen van de maand. Afgelopen zomer had het mij niet veel moeite gekost in een religieuze variant – bijvoorbeeld bij de NCRV of de EO – minstens vijf ergernissen te noemen. Uit het vele wat zich aanbood – van mazelenmanie tot Diederik Stapel of een eed van onderwijsbestuurders, waarvan het evangelie al zegt dat je die zeker moet wantrouwen - een Kroniek van mijn selectie.

Vijf

Ik las begin juli op het strand het boek De Bijbel op de Zuidas van dr. Ad van Nieuwpoort en ds. Ruben van Zwieten. De laatste was in de Nacht van de Theologie juist uitgeroepen tot meest spraakmakende theoloog van 2012. De Nacht werd dit keer in Rotterdam gehouden, hoewel het wel een echt ding is met hoog nultwintig gehalte. In de stuurgroep zitten ook meer journalisten dan theologen.

Van Zwieten en Van Nieuwpoort zijn al enkele jaren in het nieuws met een stichting Zingeving Zuidas, een initiatief vanuit de Thomaskerk. Het gaat daarbij om een ontmoetingscentrum met conferenties, cursussen, dure lunches en ontvangsten voor de mensen die daar werken: juristen, hoge bestuurders, economen, fiscalisten en wie er allemaal in die stroom meezwemmen. Mannen en vrouwen die allemaal heel hard werken en veel verdienen, maar in hun eigen leven vaak in de sores zitten, iets wat Jord Kelder ons al heel vaak met veel empathie heeft uitgelegd. Van Zwieten heeft een groot talent om met hen contact te maken en bijeenkomsten te organiseren in hun sfeer en stijl en hen te interesseren voor Bijbellessen. Daarvoor is bij hen veel interesse, zo ontdekte hij. En ik geloof dat graag, want de Bijbel is gewoon een heel inspirerend boek voor elk mens. Bijzonder is zeker dat het Van Zwieten lukt hen te interesseren. Of je dit missionair mag noemen? Van mij wel. Dus respect, respect.

Maar het lezen van het boek werd voor mij een teleurstellende strandervaring. Na een nogal gewild inleidend verhaal, gaat het voornamelijk over foute Bijbelopvattingen, foute beelden van God, foute beelden van Jezus, van geloof en moraal (‘Handjes boven de dekens’), de hemel en de religie. Heel veel fout dus. Veel misverstanden die, volgens de auteurs, door de kerk in leven worden gehouden en waarmee het nu eens klaar moet zijn. Van de Bijbel wordt meteen ferm gezegd: `Wie de Bijbel serieus neemt, moet allereerst tot de conclusie komen dat alle mogelijke dingen die in de Bijbel staan, inderdaad niet kunnen…het heeft ook geen enkele zin wat in de Bijbel staat aannemelijk te maken…over de zee wandelen is onmogelijk, om nog maar te zwijgen van opstaan uit de dood of geboren worden uit een maagd.’ Na zo’n alinea weet je al: dit kan nergens meer spannend worden. En dat wordt het ook niet. Het gaat vooral over misverstanden van gisteren en allergieën waarvan zij zelf nooit last hadden, zeg maar overgeërfde allergieën. Het gaat om het zoeken van zingeving, lees ik, maar juist op dat punt zijn ze juist heel erg vaag. Moet je nu God zeggen of god of `god’? Of moet je helemaal niets zeggen? Het werd mij niet duidelijk. Heel jammer. Ik kan me niet voorstellen dat op de Zuidas iemand hiervan opknapt.

Vier

Nog een kleintje. Het Liedboek. Zingen in huis en kerk had een vliegende start. Al snel was het kerkboek uitverkocht. Het was één en al halleluja wat je kon horen in welke bespreking of recensie dan ook. Als je het boek in je handen hebt en open doet, moet je ook wel een kerkelijke bruut zijn als je dit niet fantastisch vindt. Misschien een koster die nu wel eens erg veel cijfers nodig kan hebben om de liederen netjes op de borden te krijgen. Al lezend en bladerend kan ik nog niet goed overzicht krijgen. In een vorige Kroniek maakte ik de opmerking dat het wel eens een erg wit boekje zou kunnen zijn geworden: van witten, voor witten. Voorlopig word ik daarin bevestigd. En dat ergert me. Ook omdat van alle hallelujarecensenten het niemand opvalt, laat staan stoort. Intussen zijn 'de negers' in het lied van W. Barnard `Jeruzalem, mijn vaderstad’ (Liedboek 265:19; Nieuw Liedboek 737) blijven staan. In 1973 kon dat misschien nog, maar in 2013? Als Commissie wil je dan gewoon iets niet zien. Het is een prachtig lied, tot vers 19. Vorig jaar was ik in een kerkdienst in Rotterdam waar we heel het lied moesten zingen. Daar ben je wel even mee bezig, soms speelde de organist even een strofe op z’n eentje, zodat wij even op adem konden komen, daarna wij weer. Maar bij vers 19 viel ik stil. Na Luther en Bach kwamen de negers...Thuis zei mijn vrouw: `Waarom zingen jullie niet Miles Davis, om zijn trompet gaat het toch?’ Misschien een goed voorstel:

Miles Davis met zijn loftrompet,

de joden met hun ster

Wie arm is, achterop gezet

de vromen van oudsher

Drie

Ik ben meteen bij ergernis drie. De viering van de Afschaffing van de slavernij, 100 jaar geleden op 1 juli. Ofwel Keti Koti, doorsnijden van banden. Ik had niet de indruk dat het ook maar een beetje een item was in ons land. Ook niet in plaatselijk gemeenten. Alleen de Raad van Kerken schoot ineens uit haar slof met een openlijke verklaring van schuld en verdriet over de lucratieve slavenhandel waaraan Nederland zo uitvoerig had meegedaan. Hoe je dat en naar wie je dat precies moet doen, is best ingewikkeld, maar dat heeft de Raad niet gehinderd een echt woord te zeggen. De PKN sloot zich er ook meteen bij aan. Het was een gebaar dat mij goed deed. En echt niet alleen omdat onder mijn kleinkinderen er ook een aantal gekleurden kinderen zitten, want als student schreef ik al kritische stukjes - tot ergernis van medestudenten uit de refowereld die de politiek in Zuid-Afrika steunden. Goed dat die Raad er nog is! Alle kranten en radioprogramma’s waren er rond 1 juli natuurlijk ook wel even mee bezig. Maar veelal in de begrijpende sfeer. In de zaterdagbijlage van Trouw schreef historicus dr. Piet Emmer een verhaal van vier (!) pagina’s waarvan de teneur was: het is goed dat het afgeschaft is, maar laten we niet overdrijven. Het viel wel mee, het is vooral een ons aangepraat trauma. De meeste slaven had je in Azië en in Zuid-Afrika en daar hadden ze het beter dan een doorsnee arbeidersgezin in Nederland. `Onze handel’ werd ons door Afrikanen en Arabieren aangeboden, dat waren pas boeven. De slavenhouders in Suriname e.o. waren eigenlijk nog heel aardig. Want gek waren ze niet. Behandel je een slaaf slecht, dan werkt hij niet hard. Dus…

En zo schrijft een historicus pagina’s vol. Gelukkig schreef minister Timmermans in dezelfde krant een heel goed artikel: de missie van Lincoln was nog niet af! Namens de regering sprak minister Asher van berouw en diepe spijt, verder ging hij niet. Heel diep zat dat berouw bij de regering wel niet, want drie weken later zei premier Rutte op bezoek op Curaçao: u hoeft maar te bellen en dan doen we u van de hand. Geheel gratis. Later deze zomer verscheen er een boek over Europeanen die door Afrikanen werden gevangen genomen en ook als slaaf hadden moeten werken. Christenslaaf, moslimmeester! Maar dat bleek meer om ontvoering te gaan en dwangarbeid. Met een beetje losgeld had je je familie weer vrij. Zo wordt het begrip slaaf bewust vervuild, zometeen horen die Poolse aspergestekers er ook nog bij. Maar slaaf en slavernij hadden in Amerika en Europa met zwart te maken en een bijbelse legitimering. Dat is wat anders dan dwangarbeid. Als dominee zegt mijn gevoel: hier wordt iets nog steeds onder de pet gehouden. Volgens Psalm 32 is dat niet verstandig. Dat breekt je een keer op.

Twee

Eind juni kwam de zgn. Statistische Jaarbrief uit van de Protestantse Kerk in Nederland. Daarin vind je alle mogelijke cijfers over 2012. O.a. dat er vorige jaar 67000 mensen uit de PKN-registers verdwenen zijn. Blijft over: 2.1 miljoen. Een landelijke krant bracht het bericht met de kop: `PKN sterft uit, nog 31 jaar’ of iets dergelijks. Bij sommige kranten kan men er niet op wachten, zo lijkt het. Gelukkig kan men nog wel rekenen: 2.1 miljoen gedeeld door 67000 is 31 jaar. Het stelde iedereen weer gerust: het gaat gewoon overal hard terug en dat moet zo blijven, anders moeten we nog echt iets gaan doen of gaan verzinnen in de kerk. De sociologen die dit al decennia voorspellen, zullen bij het lezen wel tevreden geknikt hebben. Reden om even na te kijken wat je er nu echt van moet vinden. In 2012 dus min 67000, maar in 2011 plus 108000. Dat kon natuurlijk niet. Nee, dat kwam doordat begin 2011 het nieuwe systheem in gebruik was genomen en kijk nou: we waren veel talrijker dan we dachten. Maar wees gerust: dat bestand was natuurlijk heel erg vervuild en dat werd snel opgeschoond. En zo klopte het weer in 2012: min 67000. En dat gaan we nu gewoon zo volhouden. Sterker: men heeft nu bedacht dat men naast alle doop en belijdende leden alle `overige’ – ruim 350.000 - niet meer beschouwt als leden van de kerk. Ze worden apart opgevoerd als niet echt horend bij de kerk. Dus zijn er feitelijk nog 1.7 miljoen leden in de PKN. In de Statische Jaarbrief van 2013 lezen we straks waarschijnlijk ‘min 350000’. Als ze dat bij die krantenredactie maar aankunnen. Want 1.7 gedeeld door 0,35 is ...

Soms denk je dat alles pure ironie is in dit soort berichten. De ironie ergert me. Vooral dat saneren van de randen en de overigen. Een echte kerk heeft helemaal geen gezuiverde ledenlijst nodig. Die rekent met de laatste schifting aan het eind – het Boek des Levens - en laat onderweg veel `samen opgroeien’. Voor die randen geneerden we ons ook nooit in de Nederlandse Hervormde Kerk, omdat iedereen wist dat je zomaar – of anders je dochter of kleinzoon – bij die rand kon raken. Nu plaatselijk de PKN overal vorm aan het krijgen is, is men ook driftig gaan opschonen. Dat kan nu ook: als kerkenraad kun je iedereen die niet meer in beeld is –misschien al lang dood, wie zal het zeggen – weg saneren, de uittreders hoeven zelf niet meer te tekenen. Dan gaat het wel hard. Het betekent ook dat van de 67000 die we in 2012 verloren mogelijk vrijwel niemand uit zichzelf heeft bedankt.

In Eindhoven trad ik laatst op in een RK uitvaartdienst van een oudere neef. De leiding had natuurlijk de pastoor, een sympathieke Vlaming. Hij vertrouwde me toe, dat hij in twee jaar 310 uitvaarten had gedaan. Ik keek hem in de sacristie geschokt aan. Hij zei: `Maar er is ook gedoopt! Geen 310, maar het gaat wel door.’ Typisch: die Statische Jaarbrief van de PKN vertelt dat ze helaas geen cijfers hebben over doopvieringen en belijdenisvieringen in 2012. Het is namelijk ondoenlijk om die cijfers te verzamelen. Als kerk wil je dan geen behoorlijke foto van jezelf laten zien, alleen maar bekende lelijke.

Een

Laatste ergernis. Niet de grootste. Want mijn grootste ergernis deze zomer geldt ongetwijfeld ds. Carel ter Linden, die in zijn laatste boek – Wat doe ik hier inGodsnaam? - omstandig uit de doeken doet dat er buiten deze planeet geen God of Schepper of zoiets is. Hem aanroepen heeft geen enkele zin dus. `Ik geloof in mensen’ is helemaal zijn verhaal geworden. Aan deze visie zouden we een heel themanummer moeten wijden. Daarom laat ik het nu liggen. Te groot voor een Kroniek. Daarom een andere grote ergernis: de mazelenmanie.

Het zat erin, dat zodra de eerste meldingen binnen kwamen van een mazelen epidemie in de Biblebelt meteen alle liberalen op tilt zouden slaan. Zeker in de zomer. Om die mensen in de Biblebelt te wijzen op hun domheid en onverantwoordelijkheid naar hun kinderen. En hun inconsequenties: de dijken liggen er toch ook voor het geval dat? En rijdt u wel in een auto met airbags? Luisterend naar dit soort rare argumenten dacht ik vaak: wat is nu jullie zorg als liberalen? Mazelen moet je niet onderschatten en als je kind het heeft, goed opletten. Zelf heb ik natuurlijk ook mazelen gehad, wie niet? Is dat echt zo’n drama? In Trouw schuwde Ton Planken – indertijd een heel knap politiek journalist bij de televisie, zo goed dat hij voor zichzelf ging – zelfs niet woorden als ‘kinderoffers’ en ‘strafbaarstelling door de staat’. En verder gaf hij als advies dat ‘ds. Carel ter Linde’ (sic) er zich mee zou moeten bemoeien en een soort zendingsreis zou moeten maken door de Biblebelt. Die geloofde zelf immers niets meer en leek hem daarom de juiste persoon om informatie over de wil van God te verstrekken. Soms moet je vast stellen dat bekwame mensen vooral goed waren. In een onbewaakt moment liet premier Rutte zich verleiden de refodominees op te roepen hun parochianen te zeggen dat een mazelenprik ook een geschenk van God kan zijn – `ik ben zelf ook gelovig’ – en ook: `zo’n lijdend kind is toch vreselijk om te zien?’

Toen waren de rapen echt gaar. Voor de getergde dominees was het natuurlijk ook scoren voor open doel. Rutte gelovig? Nooit gemerkt in enig politiek onderwerp. Een lijdend kind? Wilde hij eens gaan kijken naar kinderen die echt lijden en waarvoor zijn regering de knip dicht houdt? En een abortuskliniek met een vrucht van 6 maanden? En een meisje dat leukemie heeft op het vliegtuig naar Brazilië zetten? De woede was niet van d e lucht. Als door een slang gebeten. Soms maak je het de Biblebelt mensen ook echt te gek.

Maar er was ook een ander punt. Waarom zeiden de refo-dominees zo weinig? Waarom hielden ze het op een vrije kwestie waarvoor iedereen in gebed de Here moest raadplegen? Bij Knevel en Van den Brink liet SGP-voorman Kees van der Staay zich niet verleiden een uitspraak te doen: `Ik ben blij dat het in onze achterban een kwestie is waarover iedereen vrij mag denken en zijn beslissing in afhankelijkheid nemen.’ Van een politicus kun je niet meer verwachten. Maar de refo-dominees? Waarom zeiden zij niets? Omdat ze, voor zover ik het heb gevolgd, zelf tegen het inenten zijn. Maar zeg dat maar eens hardop. `Wij dringen niets op’, was de visie. Alsof men dat niet alle zondagen doet: standpunten opdringen. Maar bij dit punt zweeg iedereen. Bang voor de wolf die zich dan zou melden?

Intussen is de liberale hype ineens over. Journalisten stelden vast dat maar 20 % van de niet-inenters in de Biblebelt zat, de andere 80 % waren antroposofen en andere groenlinksachtige lichaam-idealisten. Ineens stilte over alle landen. Zo’n seculiere zomerhype ergert me.

Ds. Piet de Jong is predikant (PKN) te Wijk bij Duurstede en redacteur van Kontekstueel. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Afdrukken