nr5 • 2014 • ‘Verdraagt elkanders lastigheden’

28e jaargang nr. 5 (mei 2014)

thema: Lastige liefde? Over homoseksualiteit en kerk

R. de Reuver
‘Verdraagt elkaars lastigheden’

Homoseksualiteit is een beladen onderwerp. Voor menigeen is het een identity marker. Voor veel orthodoxe en evangelische christenen is het de lakmoesproef voor bijbelgetrouwheid; voor meer liberale christenen de voorwaarde voor hedendaags geloven. Buiten de kerk is het niet veel anders. In veel landen kunnen homoseksuelen nauwelijks voor hun geaardheid uitkomen.
Homoseksualiteit roept veel op. Dit maakt het gesprek niet gemakkelijk. Toch is dit gesprek, zeker ook binnen de kerk, heel hard nodig. Voor christenen tellen Bijbelse argumenten zwaar. De Bijbel is immers de bron voor geloof en theologie. Alleen blijkt een direct beroep op de Bijbel niet zo simpel. Een goed gesprek over homoseksualiteit is gediend met het besef dat het gaat over interpretatie van Bijbelteksten, maar draait om christenen die worstelen met hun geaardheid. Jijzelf of je kind moet maar in het geding zijn…

Dubbel luisteren
De kerk is een geloofsgemeenschap van mensen. Ze is te vergelijken met een ellips met twee brandpunten. De ene kern staat voor verbondenheid met Christus, de andere voor verbondenheid met elkaar. Paulus drukt dit uit met het beeld van een lichaam met verschillende leden (1 Kor. 12) en Christus als hoofd (Ef. 4:15). Zonder Christus geen christen; zonder gemeenschap van christenen geen kerk. Deze dubbele binding dwingt elke christen tot dubbel luisteren: naar God en naar elkaar. De kerk verbindt gelovigen met God en met elkaar. In de kerk ontvangen gelovigen zusters en broeders. Onder deze broeders en zusters zijn er die worstelen met hun geaardheid. Juist deze geloofsverbondenheid biedt ruimte om elkaars geloofs- en levensverhalen te horen. Wie niet dubbel luistert, die kan beter zwijgen in het gesprek over homoseksualiteit.

Een veilig thuis?
Christenen denken verschillend over homoseksualiteit. Grof gezegd staan orthodoxe en evangelische christenen afwijzend ten opzichte van homoseksualiteit terwijl liberale christen het aanvaarden. Toch is dit beeld te ruw. Gelovigen die ruimte geven aan homoseksualiteit zijn niet per definitie liberaal. En evangelische christenen zijn niet per definitie tegen homoseksualiteit.
Ad Prosman1 beschrijft in Homoseksualiteit tussen Bijbel en actualiteit de recente visieontwikkeling van veel kerken op homoseksualiteit. Nagenoeg alle kerken vinden dat zij een veilig thuis moeten bieden aan gelovigen die worstelen met hun geaardheid en dat het gesprek over homoseksualiteit gevoerd moet worden. Toch voelen veel homo’s en lesbiennes zich niet veilig in de kerk. Naar hun beleving worden zij pas als zuster of broeder aanvaard als zij de dominante visie binnen hun kerk op homoseksualiteit delen. Justin Lee, oprichter en directeur van Gay Christian Network, beschrijft in zijn coming-out-biografie Verscheurd2 hoe ongenadig hard het gesprek over homoseksualiteit door christenen doorgaans wordt gevoerd.

Vier posities
Vier ‘Bijbelse’ visies op homoseksualiteit zijn te onderscheiden. Alle vier doen een beroep op de Bijbel. Toch variëren zij van afwijzing tot aanvaarding. Deze constatering relativeert. Het confronteert elke christen met de vraag hoe om te gaan met de onderlinge verschillen. Wat betekent het dat een broeder of zuster naast mij aan de avondmaalstafel waarschijnlijk anders over homoseksualiteit denkt dan ik?
Misschien is het wel belangrijker hoe we met deze verschillen omgaan, dan te kijken welke visie de beste papieren heeft. Bij elk van de visies stel ik een aantal vragen. Het is duidelijk dat mijn visie op homoseksualiteit hierbij meespeelt. Geen enkele vragensteller ontkomt hieraan. Juist deze kleuring maakt de vragen extra spannend.

Ik zal nu vier posities nagaan: 1. homoseksualiteit als zonde, 2. aard zonder daad, 3. gebrokenheid en 4. variatie in de schepping.

Homoseksualiteit als zonde
Deze positie lijkt evident. Wie in de Bijbel zoekt naar ‘homoseksualiteit’ vindt teksten die er niet om liegen: Genesis 19, Richteren 19, Leviticus 18:22 en 20:13, Romeinen 1:26-27, 1 Korintiërs 6:10 en 1 Timoteüs 1:10. Lezing van deze teksten lijkt maar één conclusie over te laten: homoseksualiteit is zonde. Het is tegennatuurlijk en God gruwelt ervan. Het onderscheid tussen aard en daad kennen deze teksten niet. Het gaat in deze teksten om homoseksuele daden: seksueel misbruik van gasten, over mannen met mannen en vrouwen met vrouwen en over ‘schandknapen en knapenschenders’ (‘male prostitutes en practising homosexuals’, TNIV). In de tijd van het Oude en het Nieuwe Testament kwam homoseksualiteit dus al voor, ook binnen Israël en in de gemeente van Christus. De Bijbel roept op je met dergelijke zonden niet in te laten.
Op grond van deze teksten wijzen veel christenen homoseksualiteit af. Homoseksualiteit is zonde. Aard en daad zijn niet te scheiden. Beide zijn zondig. Een christen moet zich hoeden voor de daad en vechten tegen de aard. Een christen moet homoseksualiteit zien te overwinnen.

Hoe helder deze visie op het eerste gezicht ook lijkt, juist een nauwkeurige exegese van de teksten stelt de nodige vragen. Bij nadere beschouwing blijken de Bijbelteksten niet te gaan over een homoseksuele relatie van twee volwassen mensen die uit liefde en trouw voor elkaar kiezen. In Genesis 19 en Richteren 19 gaat het over geweld tegen vreemdelingen. De teksten over schendknapen en knapenschenders hebben betrekken op Romeinse ‘heren’ die het niet nauw nemen met de intimiteit van hun volwassen en niet-volwassen onderdanen. In de eerste hoofdstukken van de Romeinenbrief stelt Paulus dat iedereen voor God schuldig is: joden en niet-joden, inclusief seksueel vrijbuitende Romeinen. Paulus doet dit niet om iemand af te schrijven, maar om de grootheid van Gods genade voor allen te laten schitteren. De teksten uit het boek Leviticus komen het dichtst in de buurt bij wat wij verstaan onder homorelaties. Toch is ook dit maar ten dele zo. De toevoeging dat deze daad ‘een gruwel’ in de ogen van God is, verwijst naar de tempelprostitutie. Bovendien staan de twee Leviticusteksten in een opsomming van seksuele verboden. Maar aan bijvoorbeeld seksuele omgang met een menstruerende vrouw schenken wij nauwelijks aandacht. Hooguit vinden wij dit niet hygiënisch. Voor zover ik weet is er geen christen die op grond van deze Leviticustekst pleit voor de doodstraf voor overtreders van dit gebod. Ook ken ik geen christen die pleit voor de doodstraf van homoseksuelen. Blijkbaar gaan wij selectief met de teksten uit Leviticus om.
Een ander probleem is, dat wie homoseksualiteit kwalificeert als zonde, af moet zien van genezing. Zonde is niet te genezen maar vraagt om vergeving.
Wellicht is de pastorale vraag nog wel het meest nijpend. Elke theologische kwalificatie heeft pastorale consequenties. Wat betekent het voor het zelfbeeld van christenen die homo blijken te zijn en de gave ontdekken van onthouding, als hun homo-zijn zondig wordt genoemd? Kan dit geen desastreuze gevolgen hebben? En: zijn hetero’s van nature minder zondig dan lesbiennes en homo’s? In Romeinen 1 betoogt Paulus toch juist dat voor God allen even schuldig staan.

Aard zonder daad
Aanhangers van deze visie zien homoseksualiteit ook als zonde. Ook zij menen dat de genoemde Bijbelteksten geen andere conclusie toelaten dan dat zij de homoseksuele daad afkeuren. Over de homofiele aard zeggen de teksten niets. Deze twee moeten dan ook scherp onderscheiden worden. Men wijst erop dat vanuit de menswetenschappen steeds meer duidelijk wordt dat homofilie niet is aangeleerd (nurture) maar aangeboren (nature). Ook wordt met die feiten aangetoond dat homofilie niet te genezen is. Verhalen als die van oprechte christenen als Justin Lee bevestigen dit. Hij had er alles voor over om anders te zijn. Maar tevergeefs, hij moest accepteren dat hij homo is. Deze visie wijst homoseksualiteit af, maar aanvaardt de homofiele medemens. Niemand kiest immers voor een seksuele aard. Aan aard en gevoelens heeft niemand schuld. Voor een homofiele christen is dan ook alle ruimte binnen de gemeente, mits hij/zij zich onthoudt van de homoseksuele praktijk. De enige weg die voor homofiele christenen openstaat is die van onthouding. Dat is geen gemakkelijke weg. Maar wie in geloof deze weg gaat, ontvangt van God de kracht ervoor.
Deze visie wil recht doen aan het bijbels getuigenis en aan de feiten van de menswetenschappen. Er is pastorale zorg voor homofiele gelovigen, terwijl een homoseksuele praktijk wordt afgewezen. Iemand die samenwoont met iemand van gelijk geslacht leeft in zonde. Voor hen is geen ruimte aan de tafel van Christus of in het ambt. Hun relatie kan en mag dan ook niet in de kerk worden (in)gezegend.
Ondanks de pastorale ruimte die deze visie zoekt, zijn ook hierbij vragen te stellen. Cruciaal is de vraag of het onderscheid tussen aard en daad theologisch houdbaar is. Juridisch klopt de redenering. Een misdaad willen is niet strafbaar, een misdaad plegen wel. Theologisch ligt dit anders. God telt immers niet alleen iemands daden, maar ziet het hart aan. In de Bergrede stelt Jezus: “ieder die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd” (Mt. 5:28). Voor Jezus telt begeerte (aard) blijkbaar even sterk als de daad. In dit kader klinkt ook de waarschuwing van Paulus dat het beter is te trouwen dan te branden van begeerte (1 Kor. 7:9).
Ook vanuit psychologisch en pastoraal oogpunt is het onderscheid tussen aard en daad discutabel. Begrip opbrengen voor iemands seksuele geaardheid, maar verbieden ernaar te handelen, is een anomalie. Seksuele gevoelens zoeken altijd een uitweg. Onthouding is een persoonlijke keuze en geen gebod dat kan worden opgelegd. De winst van het onderscheid tussen aard en daad is dan ook heel gering.

Gebrokenheid
Homoseksualiteit kan ook gezien worden als gebrokenheid van de schepping. Mens-zijn naar het beeld van God komt tot uitdrukking in de complementariteit van mannelijk en vrouwelijk (Genesis 1:27). Aan man en vrouw vertrouwt God het scheppen toe. Zij worden geroepen kinderen voort te brengen en de aarde in cultuur te brengen (Genesis 1:28). Mannen en vrouwen zijn hier beiden voor nodig. Het huwelijk tussen man en vrouw is dè samenlevingsvorm die het beeld van God weerspiegelt.
Nu is het hoge ideaal van de schepping lang niet altijd en overal realiteit. Er is veel gebrokenheid in de schepping. Eén van deze gebrokenheden is de homoseksuele geaardheid. Eén geslacht weerspiegelt slechts ten dele het beeld van God. Voor veel christenen die ontdekken homo of lesbisch te zijn is dit een bittere ervaring. Zij zouden wel anders willen, maar zijn niet anders. Hun geaardheid is niet een keuze, maar een feitelijkheid waarmee zij te leven hebben.Nu heeft God geen mens, hetero’s noch homo’s, bedoeld om alleen te zijn (Gen. 2:18). Samenleven kent vele vormen. De meest omvattende is die van een huwelijk. Het huwelijk weerspiegelt het beeld van God dat bestaat in de tweeheid van vrouwelijk en mannelijk. Aan dit beeld kunnen homo’s en lesbiennes niet voldoen. Toch zijn ook zij schepsel van God. Ook zij zijn bedoeld om samen met anderen mens te zijn. Binnen de christelijke gemeente moet er daarom ook ruimte zijn voor mensen met een andere relatie dan het huwelijk. Er is ruimte om mensen van gelijk geslacht die in liefde en trouw samenleven Gods zegen mee te geven.
Deze visie ligt ten grondslag aan het artikel in de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland over het huwelijk en over alternatieve levensverbintenissen (Ord. 5.3 en 5.4). Bewust spreekt deze ordinantie over het ínzegenen van een huwelijk van man en vrouw, en het zégenen van alternatieve levensverbintenissen, waaronder homoseksuele relaties. Op deze wijze wil men recht doen aan het unieke van het huwelijk tussen man en vrouw en ruimte bieden aan het gezegend samenleven van mensen van gelijk geslacht.
Deze visie geeft aan mensen van gelijk geslacht alle ruimte binnen de gemeente van Christus.
Het verschil dat wordt gemaakt tussen homo’s en hetero’s is meer inhoudelijk dan praktisch. De vraag is of het onderscheid tussen de inzegening van een huwelijk van man en vrouw en de zegening van een homorelatie niet gekunsteld is. Is dit verschil theologisch hard te maken? Bovendien is homoseksualiteit als gebrokenheid zo wel heel sterk vergelijkbaar met een aangeboren chronische ziekte. Wordt homoseksualiteit zo niet gezien als een (aangeboren) ziekte? En, gedachtig aan het woord van Paulus, is het niet beter te trouwen dan te branden van verlangen? Waarom spoort de kerk hetero’s die samenwonen aan om te trouwen terwijl dit aan homo’s en lesbiennes wordt afgeraden?

Variatie in de schepping
In toenemende mate zien christenen homoseksualiteit als variatie in de schepping. Homo’s zijn immers evenzeer schepping van God als hetero’s. Juist een christen belijdt dat God hem/haar in de moederschoot heeft geweven (Ps. 139:15). Gods schepping omvat ook de geaardheid van mens. De Bijbelteksten die gewoonlijk tegen homoseksualiteit worden gebruikt, acht men niet van toepassing op een homoseksuele relatie van twee mensen in liefde en trouw. God roept mensen om met de door God geschonken aard, in liefde en trouw met anderen te leven. Deze relatie kan uitgroeien tot een unieke huwelijksrelatie. Niet het geslacht bepaalt de waarde van een huwelijk, maar de kwaliteiten van liefde en trouw. Dit geldt voor zowel hetero’s als homo’s.
Ook bij deze aanvaarding van homoseksualiteit zijn vragen te stellen. Genesis 1 spreekt uitdrukkelijk over mannelijk en vrouwelijk. Hoe komt dit tot zijn recht in een homohuwelijk? God heeft zijn schepping aan de mens uitbesteed. In de tweeheid van man en vrouw is de mens geroepen om zorg te dragen voor de voortgang van het menselijk geslacht. Hoe kunnen twee mensen van hetzelfde geslacht aan deze roeping gehoor geven? Stokt de voortgang van Gods schepping niet met een homohuwelijk?

Verdraagt elkaars lastigheden
Het is duidelijk: christenen denken verschillend over homoseksualiteit. Hoewel ieder zich beroept op de Bijbel zijn bij alle posities vragen te stellen. Deze constatering maakt bescheiden. Niemand heeft patent op dé christelijke visie op homoseksualiteit. We zullen moeten accepteren dat christenen verschillend denken over homoseksualiteit. Beslissend voor een goed gesprek over en ruimte voor homoseksualiteit binnen de christelijke gemeente is de oproep van Paulus: “verdraagt elkaars lastigheden” (Galaten 6:2, Naardense Vertaling). Ook dus de lastigheid van een andere geaardheid en die van verschil van visie op homoseksualiteit. Paulus voegt aan zijn oproep de belofte toe: “zo leeft u de wet van Christus na” (Galaten 6:2).

Dr. René de Reuver is predikant (PKN) in de Marcuskerk te Den Haag.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

1 Heerenveen 2013, zie ook het artikel van W. Dekker in dit nummer.

2 Verscheurd, Ark Media, Amsterdam 2014.   

 

Verdraagt elkanders lastigheden’

Afdrukken