nr2 • 2014 • Bijbellezen in Zuid-Soedan

29e jaargang nr. 2 (nov. 2014)
thema: Gereformeerde hermeneutiek. Heeft de Bijbel het voor het zeggen?

Bijbellezen in Zuid-Soedan
Samen met alle heiligen
J.A. Haasnoot

Het is vaak verrassend om de Bijbel te lezen met mensen die een andere culturele achtergrond hebben. In mijn werk als docent aan een kleine theologische school in Zuid-Soedan ben ik vaak met studenten bezig een bijbelverhaal te begrijpen. Lezen zij dat verhaal nu heel anders dan ik? Op welke manier speelt de eigen context een rol en hoe verhoudt zich dat tot de universele boodschap van Gods Woord?

Vanuit de praktijk van mijn werk in Zuid-Soedan ga ik op deze vragen in. Ik heb een aantal keer een ‘interculturele bijbelstudie’ gefaciliteerd. Dat werkt als volgt. Ik maak een verslag van een bijbelstudie in Zuid-Soedan en stuur dit naar een bijbelstudiegroep in Nederland. Zij bekijken hetzelfde gedeelte en reageren op het verslag vanuit Zuid-Soedan. De Nederlandse groep maakt ook een verslag en stuurt dat naar mij terug. Deze manier van doen kent ook beperkingen. Omdat ik de lokale taal niet ken, spreken we Engels. Studenten kunnen zich echter beter uitdrukken in de eigen taal. Verder werk ik in een plattelandssituatie en het onderwijsniveau is hier laag. Als je eenzelfde bijbelstudie in een grote stad met hogeropgeleide Afrikanen zou doen, krijg je een wat ander resultaat.

Abraham op de proef gesteld

Ik geef allereerst wat voorbeelden uit een studie over Abrahams offer in Genesis 22:1-18. We praten eerst over het verhaal. Hoe spreekt God eigenlijk tot Abraham (vers 1)? Een student zegt: “God spreekt tot Abraham via een droom of hij hoorde een stem.” En hij voegt eraan toe: “Nu spreekt God nog steeds tot ons via dromen, visioenen en via de Bijbel.”
Wat vinden ze dan van vers 5 als Abraham zegt dat hij met zijn zoon terugkomt na het offeren? Liegt Abraham dan? Overtuigd klinkt het: “Ja, hij liegt! Maar ja, hij moest wel, want anders zouden de knechten het offeren van Izak proberen tegen te houden en Abraham moet God gehoorzamen.” En aanvullend: “Abraham heeft al eerder gelogen, in Egypte (Genesis 12). Toen was het wel fout wat hij deed.” Naar aanleiding van dit laatste vertelt student Lalaka een volksverhaal waarin de moraal is dat liegen fout is.

We kijken naar vers 8: Abraham bouwt een altaar. Hoe doe je dat? Iemand legt uit: “Je maakteen vloertje met stenen. Daarop wordt dan geofferd. Dat werd in onze traditie ook gedaan.” Een Nederlandse groep denkt ook te weten hoe je een altaar maakt: “Stenen op elkaar stapelen, in een rechthoekig vorm en ongeveer een meter hoog.” Ze merken erbij op: “Zoals je in kinderbijbels ziet…”

Ons offer
Dan kijken we wat meer naar de toepassing. Abraham moest een offer brengen. Welk offer moeten wij brengen? Een student zegt: “Ook al hebben we zelf weinig, toch moeten we dat weinige delen met mensen die niets hebben.” Iemand die al predikant is, zegt: “Ik heb Gods stem gevolgd en ben dominee geworden. Maar er zijn perioden dat we als gezin echt heel weinig hebben. Dan vraag ik me af: waarom hebben we zo weinig terwijl we doen wat God van ons vraagt?”
Een laatste vraag bij dit verhaal: wat zegt dit gedeelte over God en over onszelf? Eén student zegt: “In dit verhaal vinden we de verlossing in Christus terug. God geeft de oplossing (Zijn Zoon) voor ons probleem (de zonde).” Een ander meent: “Ik moet in God geloven met alles wat ik heb, want ik heb het allemaal van Hem gekregen.”

Culturele bril

In een tweede studie over het eten van vlees geofferd aan de afgoden (1 Kor. 10:23-11:1) spelen culturele gewoonten een belangrijke rol. Student Mikaja zegt zonder twijfel dat een christen nooit vlees mag eten dat aan de afgoden is geofferd. Hij verwijst dan naar de eigen traditionele cultuur waarin ook ritueel geslacht wordt. Een christen eet dat vlees niet! Ik vraag dan aan de groep of ze de verzen 27-29 nog een keer willen lezen. Na herlezing en een gesprek daarover ontdekken ze dat Paulus toch wat anders zegt: het eten van ‘afgodenvlees’ is geen probleem, zolang je daar zelf geen problemen mee hebt en zolang je geen aanstoot geeft aan een broeder of zuster. Mikaja zegt dan: “Ik zie nu dat ik de tekst vanuit onze eigen cultuur las. Wat Paulus hier schrijft, is bij velen van ons niet bekend.” Mozes komt met een ander voorbeeld: “Sommige christenen storen zich aan het gebruik van traditionele muziekinstrumenten in de kerk. Ik vind echter dat we deze instrumenten kunnen ‘heiligen’ en gebruiken tot Gods eer.”

In vers 31 zegt Paulus dat we alles moeten doen tot eer van God. Hoe doen we dat? Emmanuel stelt: “Ons leven, voedsel, alles wat we bezitten, hebben we aan God te danken. Daarom danken we hem voor alles: voor elke maaltijd, voor thee en voor frisdrank. Met ons gebed kunnen we Hem eren.” Mozes vult aan: “En zelfs als we niets te eten hebben, als onze maag leeg is, dan nog geven we God de eer. Want Hij is het waard!”

We zijn allemaal leerling

Wanneer we samen de Bijbel lezen, dan worden allerlei verschillen minder belangrijk. Er is wel verschil in onderwijsniveau en bijbelkennis, maar ook dat valt weg als de ervaring van het geloof ter sprake komt. Als we samen bijbellezen, zijn we allemaal leerling. Dat verbindt ons. In het contact met christenen in Zuid-Soedan ontdek ik – vaak onverwacht – meer van de geweldige dimensies van de liefde van Christus (Ef. 3:18-19). Het is duidelijk dat ik intercultureel bijbellezen als een verrijking zie. Ik licht dat nog wat verder toe.

Allereerst hebben we elkaar nodig om te zien dat we allemaal de Bijbel lezen vanuit onze eigen cultuur en traditie. Sommige christenen zien dat als een bedreiging, maar dat is het niet. Het onderstreept juist dat de universele boodschap van de gekruisigde en opgestane Heer in élke taal en cultuur ‘vertaalbaar’ is (Lamin Sanneh). Daarbij laten Afrikaanse christenen mij telkens weer zien wat mijn blinde vlekken zijn (en andersom gebeurt dat ook). Wat doe ik bijvoorbeeld met bijbelse noties als gastvrijheid, gerichtheid op de gemeenschap, het delen van wat je hebt en gerechtigheid?

Ten tweede is het verfrissend om te zien hoe in Afrika de Bijbel vaak intuïtief begrepen en op een directe manier toegepast wordt. Natuurlijk levert dat ook wel weer problemen op, maar het is inspirerend dat Gods Woord betekenis heeft voor het leven van elke dag. In situaties van armoede, ziekte, conflict, maar ook bij blijdschap over een geboorte of bij genezing. En dan wordt het verhaal van de Bijbel regelmatig gekoppeld aan volksverhalen, liederen en spreuken vanuit de Afrikaanse traditie.

Tenslotte doen we onszelf in het Westen te kort als we denken het zelf wel te kunnen. Onze westerse theologie heeft namelijk niet het antwoord op alle vragen. Andrew Walls omschrijft theologie als het maken van christelijke beslissingen in kritieke situaties. Die kritieke vragen zien we vooral dáár waar het christelijke geloof culturele grenzen overschrijdt, in zendingssituaties. Het is een voorrecht om mee te maken dat het aloude Evangelie nieuwe antwoorden geeft in nieuwe situaties.

Drs. Jaap Haasnoot is uitgezonden via de GZB en geeft les aan een kleine predikantenopleiding van de Anglicaanse kerk in Kajo-Keji, Zuid-Soedan.

Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Om dit nummer te bestellen, klik hier

 

Afdrukken