nr5 • 2010 • Kroniek

mei 2010 (24e jaargang nr. 5)

Kroniek

PThU naar VU

P.L. de Jong

Kort na het bekend worden van het besluit van de PThU om de universiteit onder te brengen bij de VU in Amsterdam – met nevenvestiging Groningen - had ik op een morgen een Utrechtse predikant aan de lijn. Zijn vraag luidde: ‘Ga jij nog lobbyen voor Utrecht?’ Ik hoefde niet lang na te denken. Mijn reactie was zonder aarzeling: ‘Nee. In de kerk of via de synode lobbyen helpt sowieso niet. Maar men heeft het ook aan zichzelf te danken. Zeker in Utrecht.’ 

Het leek aanvankelijk een 1 aprilgrap. Maar als je bedenkt hoe de laatste tijd het Landelijk Dienstencentrum van de Protestantse Kerk in Nederland vrijwel dichtgetimmerd is, zodat geen woord naar buiten komt dat niet eerst drie keer gewogen is door de woordvoerder - journalisten klagen steen en been - zou het bericht gewoon moeten kloppen. Al vroeg het wel veel van je geloof omdat Utrecht sinds jaar en dag als een dijk heeft gestaan in alle herstructureringsgolven van de predikantsopleiding. Anders dan Leiden, Kampen en Groningen. Hoe kon het zo ver komen dat zelfs Utrecht, waar ook ik studeerde, werd opgegeven als opleidingslocatie voor PKN-predikanten?

Lang verhaal
Over de predikantsopleiding was altijd al veel te doen. Het is een lang verhaal. In de tijd dat ik predikant was in Nunspeet moesten we ons op de classis buigen over een dik rapport met de afkorting IWOOD of zoiets. Tegen de tijd dat wij op de Veluwe het begrepen, hadden de opstellers het al lang weer zelf afgeserveerd of in een andere jas gegoten, hun eigen belangen daarbij nooit vergetend. Zo zou het steeds weer gaan. Ook de move van 1 april hebben  bestuurders en docenten vooral aan zichzelf te wijten.
In de tien jaar dat ik als lid van de synode meende dicht bij het vuur te zitten, kwamen we in 1999 voor de beslissing te staan opleidingen te sluiten of samen te voegen. Er moest gekozen worden tussen de vier hervormde opleidingen (Amsterdam-UVA, Leiden, Utrecht en Groningen) en de twee gereformeerde (VU en Kampen). ‘Is dit echt nodig?’ vroegen we in de synode. Vanaf het podium werden we zwaar onder druk gezet. Gebruikelijke argumenten zijn dan altijd: de minister eist… en hij eist voor 1 juli… en nieuwe Europese regels eisen. Het aantal studenten neemt schrikbarend af,  de kwaliteit kan niet meer gewaarborgd worden en natuurlijk eist ook de financiering dat heel snel ingegrepen wordt, want anders zou het een ramp zijn als…. Met dit soort argumenten - waar je als synodelid bij voorbaat door plat gewalst wordt - plegen bestuurders van faculteiten en opleidingen doorgaans het moderamen onder druk te zetten, dat vervolgens het zelfde doet met een zaal vol synodeleden voor zich. Je komt er niet meer tussen.
Eind jaren negentig eiste bovendien het Samen op Weg-proces een nieuwe verdeling van de predikantsopleidingen. Er ontstond een keiharde lobbystrijd tussen hervormde en gereformeerde opleidingsbelangen. Vooral van de VU die zichzelf als allerbeste uitriep en een strijd voerde van een tegen allen. Als synodelid werd je van alle kanten bedolven onder lobbypapier, hoogleraren belden je persoonlijk op. Behalve uit Utrecht en Amsterdam. Want Utrecht had  zich bij voorbaat geplaatst wegens de vele studenten. En Amsterdam was bij voorbaat afgevallen, daar was geen hoop meer voor. Wegens te weinig studenten en het inruilen van theologie voor religie en geesteswetenschappen.

Vogel-synode
Er moest gekozen worden tussen a. Leiden, Kampen en Utrecht of b. VU, Groningen en Utrecht. In deze strijd voerde ieder zijn eigen - vaak sluwe en dubbele - spel: bestuurders, docenten, de Commissie TWO (Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs, later Raad voor...) en het moderamen dat wilde dat de synode voor optie VU/Groningen zou stemmen. 
Een week voor de beslissende synodevergadering meldde zich drs. Jaap van Heijst, van beroep synodelid te Bunnik. ‘Wij gaan toch wel voor Leiden, hè?’ zei hij. Ik zei: ‘Oké!’ Utrecht was safe en Kampen was een aan de synodegebonden opleiding in tegenstelling tot de VU. ‘Ik heb de lijst synodeleden bij de hand. Als jij nu - een rij namen volgde die ik meteen aanvinkte - voor je rekening neemt, doe ik de rest.’ Binnen een paar dagen hadden we ruim 45 synodeleden, voldoende voor een motie pro Leiden / Kampen.
Het werd een spannende bijeenkomst in het Vogelpark Avifauna met actievoerende bestuurders, docenten en studenten achter in de zaal. De studenten zaten ook wel te klaverjassen in de koffieruimte - voor sommige synodeleden de bevestiging dat die opleiding zeker weg kon. Van Heijst hield zoals verwacht een helder, indringend en uitvoerig betoog. Zijn motie met zoveel namen mishaagde echter het podium. Want ‘met 45 namen vooraf loop je de heilige Geest hier voor de voeten’, zo was het argument. Alsof men zichzelf niet voluit had ingegraven. Kort en goed: de synode volgde uiteindelijk toch het moderamen. Het werd VU/Groningen, onder andere omdat de VU met veel geld voor de dag kwam. Voor Leiden en Kampen viel het doek.
Echter, ‘das Rad dreht sich’. Dit keer zelfs snel. Want de mensen van de VU overspeelden hun hand, wilden niet luisteren naar het moderamen – ik laat rusten wie ze allemaal kwaad maakten - maar binnen een paar maanden stonden de VU en dus ook Groningen buiten spel. En kregen we toch nog onze zin. Van heilige Geest gesproken! Het werd toch Leiden en Kampen, en Utrecht was al geplaatst. Maar op de achtergrond bleef de VU zich in de race houden. Opzeggen van een contract van meer dan honderd jaar met de kerk (Gereformeerde Kerk) bleek niet mogelijk met een opzegtermijn van drie maanden. Het werd bijna tien jaar.

PThU
Een nieuw moment in dit verhaal werd de stichting van een eigen Protestantse Theologische Universiteit in 2006. Daarmee zou je je als kerk beter kunnen profileren en een centrale organisatie krijgen met alle voordelen die daarbij altijd worden beloofd: schaalvergroting, centraal beheer, meer mogelijkheden voor onderwijs en onderzoek, enzovoorts. De vestiging wist Kampen te regelen, afdelingen bleven in Leiden en Utrecht. In de Dom van Utrecht ging de PThU plechtig van start. Met veel hoogleraren en docenten in toga’s met zwartfluwelen baret. Zo schreden zij binnen. Allemaal heel indrukwekkend.
Maar een succes werd de PThU om allerlei redenen niet. Het werd geen ‘ beeldmerk’. Het had geen uitstraling. De VU te Amsterdam des te meer. Onder de voortvarende leiding van dr. M. Brinkman nam men een vlucht naar voren. Al eerder had men de Pinksterkerken naar Amsterdam gelokt voor de opleiding van hun voorgangers. Evangelisch en charismatisch georiënteerde studenten vonden er hun weg. Afgestudeerden aan een HBO-opleiding vonden een warm en creatief onthaal: veel vrijstellingen en makkelijk instromen. In Utrecht kreeg men nauwelijks een vrijstelling. Zelfs de scheuring in 2004 – in alle opzichten een ramp – wist de VU om te zetten in louter zegen: ook de Herstelden kozen voor hun predikantsopleiding voor de VU. Intussen waren de moslims al binnen voor hun imamopleiding, zodat studenten in djellaba en in driedelig zwart naast elkaar zitten en in de pauze het elkaar misschien moeilijk maken met de vraag wat nu de echte kleding is voor een voorganger.

De tijd gemist
Intussen ging de tijd door. Nog minder studenten meldden zich aan de PThU-opleidingen. De HBO-lobby zat ook niet stil in de synode. Eerst werd het Latijn afgeserveerd (met instemming van docenten en andere verantwoordelijken!), vervolgens werd er zo met cijfers gegoocheld dat iedereen ging geloven in een groot predikantentekort op korte termijn, zodat de mogelijkheden werden onderzocht de kerkelijk werker (HBO) in bepaalde situaties te upgraden tot een predikant-vicaris: een soort kapelaan die nooit bisschop mag worden. Met dit besluit zullen ongetwijfeld veel hard werkende en waardevolle kerkelijk werkers een droom vervuld zien, evenals de bestuurders van de HBO-theologie opleidingen. Wetend dat als stap A gezet is stap B ook wel een keer komt. Maar voor een kerk die predikanten graag academisch wil opleiden en geen secte wil worden, is dit behalve  een historische ook een heel ingrijpende wending. Inmiddels is volgens de laatste nota (De hand aan de ploeg. Voortgangsrapportage, april 2010) de visie weer dat er een predikantenoverschot komt, maar daarvan zal de HBO-lobby nu niet meer wakker liggen.
De PThU stond intussen het water aan de lippen. Men wilde in elk geval naar een universitaire inbedding. Daardoor zou Kampen moeten afvallen. Duidelijk. Echter, in een synodestuk (april 2010) dat in november besproken gaat worden, lees je dan ineens de merkwaardige zin: ‘De traditie van de PKN recht doende wordt dit (het verlies van Kampen!!! PLdJ) gecompenseerd met de VU als vestigingsplaats.’ Deze overweging slaat nergens op. Zijn we na vijf jaar PKN dan nog steeds een club van hervormde en gereformeerde belangen? En de VU was toch afgeserveerd?
Wat zich heeft afgespeeld achter de schermen op de lijn Kampen-Amsterdam laat zich raden. Kampen deed een stap opzij om de VU aan een hoofdrol te helpen. Via een lange wollige uitleg in het synodestuk wordt verder eerst duidelijk gemaakt dat Leiden en Utrecht zichzelf al hadden gediskwalificeerd, zodat - vanuit bovengenoemd denkraam - de voormalige hervormden uiteindelijk afgespijsd konden worden met Groningen als nevenvestiging. Ja, de Geest waait waarheen Hij wil!

Loslaten doet veel pijn
‘Ga jij nog lobbyen voor Utrecht?’ Toch niet. Naar mijn idee hebben ze in Utrecht ook echt veel aan zichzelf te danken. Tot tien jaar terug werden ze elke keer bij voorbaat geplaatst. Maar toen meende men ook de oversteek te moeten maken richting geesteswetenschappen. Wie had daar nu belang bij? In elk geval niet de kerk of de kerken. Daaraan had men geen boodschap in Utrecht. Sinds jaar en dag was Utrecht de opleidingsplek voor veel confessionele en gereformeerde bonds predikanten. Diverse keren wendde het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zich tot de faculteit in Utrecht om zijn zorg kenbaar te maken. Men trok zich er niets, niets van aan. Wie zo om gaat met grote orderverstrekkers kan het vergeten. De VU deed het anders, had wel oog voor kerken en geloofsgemeenschappen. In die zin kun je zeggen dat men daar verdiend ˋgewonnen’ heeft. Eerlijk is eerlijk. Maar ook moet gezegd dat de gereformeerden op ouderwetse manier de slapende hervormden nog weer eens hebben weten af te troeven.
Voor een hele rij hoogleraren en docenten in Utrecht, Leiden en Kampen, die behalve de wetenschap ook de kerk dienen, is dit een heel ingrijpend besluit. Ook voor studenten. Overigens: mochten studenten nog zin hebben om actie te voeren, ga dan niet naar de synodevergadering in november! De synode kan alleen maar buigen voor de minister, de cijfers, de financiën…Effectiever lijkt me: bezet  de bestuurskamer in Kampen, gooi de bestuurders de gang op en eis van hen dat ze naar het moderamen van de synode gaan, eventueel met een groot mea culpa. En word zelf snel lid van het CNV.

Nostalgie
Met het besluit de PThU te verplaatsen naar Amsterdam geven we heel veel op. Het begon al met de sluiting van de opleiding aan de UVA. Over het sluiten daarvan liet indertijd niemand een traan. Al helemaal geen gereformeerden, wel lutheranen. Maar in mijn studententijd doceerde daar onder anderen drs. Frans Breukelman. Hoewel aantrekkelijke verloofdes op ons zaten te wachten, namen wij op zaterdagmorgen (Wim Dekker, Bas Plaisier en anderen) al vroeg de trein naar Amsterdam. In een zaaltje in de Oude Manhuispoort zie ik Breukelman nog staan. Vanaf tien uur oreerde hij aan een stuk door. Rond half een kregen we een kleine twintig minuten om even iets  te eten, terwijl hij een pijp rookte. En daar ging hij alweer. Tot na vieren. Over de Toledoth van Genesis en de ouverture van Matteüs. Over Calvijn en over Barth. En de gruwelen van nieuwe bijbelvertalingen. (Op de aprilsynode van de PKN was zijn stem nog even te horen in die van dr. Ad van Nieuwpoort.) En het gebruik van verkleinwoorden als een biertje, een wijntje, een vrouwtje, een mannetje. ‘Dat kun je toch niet maken tegenover de Schepper? Doe mij maar een sherrytje? Dat is toch heiligschennis?’ Maar als hij je de Schriften opende, bijvoorbeeld over Lazarus en de rijke man, dan werd de Oude Manhuispoort een poort des hemels.
Voorbij! Voorbij! En niemand stelt nog een vraag. In Utrecht hoorden we professor Van Ruler nog op het Domplein. Bijna alle hoogleraren, ook die van religie, waren predikant. In het theologische dispuut Voetius kritiseerden we elkaars preken tot er geen letter meer van over was. Kan de stad Utrecht zonder theologen? In 1636 hield Gisbertus Voetius de openingsrede. Maar de deur gaat dicht en Utrecht komt in de rij van Franeker, Lingen, Deventer, Harderwijk. En het dispuut zal het niet lang meer maken.
In Kampen hoorde ik nooit een college. Het lag te ver weg. Er schijnt een trein richting Kampen te vertrekken op een achterspoor in Zwolle. Iedereen die daar doceerde droomde altijd al van de VU. Voor die trein heeft men dus gekozen toen men de kans kreeg. In Leiden (gesticht in 1575) was ik meerdere keren op een symposium. En bij promoties. Maar zelfs in Leiden gaat de deur dicht.

Ten slotte
Na deze nostalgische oprispingen kijken we dapper vooruit. Het gaat om de kerk en een goede opleiding van predikanten. Aan de VU hebben ze daarvoor alles in huis. In Amsterdam wonen en studeren leek me altijd al fantastisch. Misschien kan de kerk  - nu men het studieverlof toch heeft afgeschaft en  predikanten allerlei permanente educatie meent op te moeten leggen – ook studenten verplichten in Amsterdam te wonen en gaat men hen daarvoor veel extra punten geven. Verder ligt voor wie theologie wil studeren heel de wereld tegenwoordig open. En er is ook Apeldoorn. Je kunt ook zonder VU.
Voor een aantal docenten voor wie geen plek meer is in de nieuwe aanpak, moet het 1 april bericht 2010 voelen als een persoonlijke ramp. ‘PThU sluit ontslagen niet uit’, kopte het RD. Ineens heb je alle tijd om een boek af te maken. Maar voor wie? Kom naar de stad! Alle kans dat je hier werk vindt en nieuwe inspiratie. Je bent welkom!

Naar aanleiding van de notitie voor de synode van de Protestantse Kerk in Nederland, getiteld ‘De toekomst van de constellatie van de PThU vanaf 2012’.

Afdrukken