nr6 • 2007 • Laatst geboekt

juli 2007 (21e jaargang nr. 6)

Laatst geboekt
Vergeven en vergeten?!

Drs. P.A. Verbaan

Bovengenoemde grote woorden vormen samen een lastig begrippenpaar. Er is al zoveel over gezegd en geschreven, dat je er doorgaans beter over kunt zwijgen. Iedere roman belicht weer een ander facet, ieder levensverhaal masseert die woorden op een eigen manier. Hier generaliseren leidt tot platitudes en tegeltjeswijsheden. Hoe makkelijk is het niet gezegd en hoe confronterend en caleidoscopisch is niet de werkelijkheid.
Zelfs de zinsnede die ik jaren geleden opving in een preek en die enige tijd mijn leidraad vormde - women forgive but don’t forget; men forget but don’t forgive – heb ik, hoewel niet altijd onwaar, inmiddels verlaten. Hoe mooi het ook allitereert, ook dit vademecum helpt niet verder.

Herinnering als schild en zwaard

Het jongste boek van Miroslav Volf dwingt me echter de hele problematiek van vergeten en vergeven opnieuw te doordenken. Hoewel ik met aarzeling hier een Engelstalig boek bespreek -  het dwingt mij allerlei begrippen te vertalen en niet ieder zal het zelf ter hand nemen – het kan alleen tot onze schade ongelezen cq onbesproken blijven.
De schrijver - hoogleraar systematische theologie aan de Yale Divinity School in de USA - begint zijn boek ermee te vertellen dat hij zelf enige tijd gold als een bedreiging voor de nationale veiligheid. Toen hij de foto’s van de mishandelde soldaten in de Abu Ghraib gevangenis in Irak zag en de discussies erover hoorde, kwamen bij hem de herinneringen aan zijn eigen detentie en verhoren in het communistisch Joegoslavië van 1984 boven.
Zelf was hij niet zó ernstig fysiek toegetakeld, maar wel maandenlang vernederd en psychisch mishandeld. Een van de schokkendste constateringen uit die periode was voor hem de ontdekking, dat de eenheid waarvan hij in 1983 deel uitmaakte en waaronder hij vrienden meende te hebben, een schat aan belastend bewijsmateriaal over zijn vermeende spionage voor de CIA bleek te hebben verzameld. Zijn proces kreeg iets kafkaësk: men sprak van acht jaar celstraf, wat door een gesloten militair tribunaal kon worden uitgevaardigd. Verder werden alle ‘gewone’ feiten door een bepaalde lezing als subversieve elementen hem ten laste gelegd – een vader als predikant gold in communistisch Joegoslavië als verdacht, het hebben van een Amerikaanse vriendin, van wie de vader ook predikant was, als een prachtige dekmantel voor spionage, theologie studeren in Duitsland met internationale contacten wees op netwerken, etc. Dwingend legde de leider van zijn zaak, Kapitein G., hem de onontkoombare conclusies in de mond……
Nadat de verhoren uiteindelijk even abrupt ophielden als ze waren begonnen en Volf te horen kreeg dat hij nog goed behandeld was, begon het verwerken van die ervaring.
In feite begint daar het boek te lopen en komt de thematiek in beeld: hoe gaan we om met onze herinneringen? Wat is het toch dat je als slachtoffer jezelf wil genezen door andere te beschadigen? Wat betekent het liefhebben van je vijanden en hoe ver gaat het eisen van herkenning? Ervaringen van geweld worden met andere woorden onderdeel van een persoonlijke of collectieve identiteit.
Maar Volf legt dan de vinger bij een menselijke trek: met dat de ervaring van geweld in tijd verder weg komt te liggen, en het innerlijk verwerkingsproces voortgaat, is er de neiging degene die kwaad deed als maar zwarter af te schilderen, waardoor het slachtoffer als maar meer in het licht komt te staan. Maar met deze narratieve identiteit maakt het slachtoffer zich zelf schuldig: op deze wijze wordt de herinnering een schild en zwaard. Zeker wanneer we vervolgens die morele oordelen voor absolute oordelen uitgeven, stileren we onszelf wel heel gemakkelijk tot uitverkoren heiligen. Maar als Paulus ons oproept het kwade door het goede te overwinnen (Rom.12:21) betekent dat dan ook niet dat we onszelf moeten afvragen of onze herinnering niet uiteindelijk zelfrechtvaardiging was en is? Worden niet daarom soms slachtoffers zelf daders, juist op rekening van hun – gereconstrueerde – herinneringen? Dient er niet zoiets te zijn als een ethiek van de herinnering? Volgens Volf zijn we in de eerste plaats daarin zondaren, dat we in onze herinneringen voortdurend anderen veroordelen en onszelf rechtvaardigen, van anderen van alles eisen – in plaats van te leven van de vreemde vrijspraak over onze eigen ongerechtigheid en ook anderen daarvan te laten leven! Verwerken betekent anders gezegd niet alleen onze herinneringen bewaren, maar juist ertegenin strijden!

Gedenken en vergeten

Nu leven we in een cultuur waarin er aan het gedenken best veel aandacht gegeven wordt. In onze snelle tijd en bij de korte memorie van hedendaagse mensen wordt als tegenbeweging aandacht gevraagd voor en geld en energie gegeven aan de herinnering, aan de geschiedenis, aan de slachtoffers. En niet te vergeten aan het internationale recht dat ondanks alle juridische voetangels en klemmen toch vaak zorgt voor de definitie van de wandaden, erkenning van de slachtoffers en zo de voorwaarden schept om collectief te gedenken.
De joods-christelijke traditie verdiept dit inzicht door te stellen dat gedenken nog wat anders is dan alleen maar herinneringen ophalen. In het joodse en christelijke Paasfeest schept de herinnering hoop en beïnvloedt de hoop de herinnering – omdat God de Eeuwige en de Levende is, komt er ruimte om opnieuw te hopen, te geloven en lief te hebben.
Alleen de vraag is dan: betekent dat liefhebben niet ook vergeten? Betekent gedenken ook uitwissen? Elkaar weer kunnen ontmoeten aan de Tafel der Verzoening? Juist daar ontdekken dat onze identiteit nog door iets anders wordt bepaald dan alleen door de som van onze ervaringen uit het verleden, onze persoonlijke littekens en onuitwisbare tatoeages?
Moet wel altijd – en Volf denkt hier aan historiografie en aan psychotherapie – de onderste steen boven en alles tot een betekenisvolle eenheid van verleden en heden worden samengebracht?
Volf voert drie denkers op die een vorm van vergeten propageren.
Freud - die op het eerste gezicht hier niet past omdat hij juist dat wat in het onbewuste spookt onder hypnose of door psychoanalyse tot het bewustzijn wil terugvoeren – maakt onderscheid tussen gemotiveerd vergeten en het simpelweg verdwijnen van herinneringen. Zijn voornaamste punt is te zorgen dat de individu niet langer emotioneel aan de herinneringen hangt. Wat bij Freud ontbreekt is de sociale en morele context waarbinnen heling zou kunnen geschieden. Voor de dwarsdenker Nietzsche is vergeten, net als herinneren, van levensbelang. Als iemand zich niets zou herinneren, zou hij nooit een doel kunnen bereiken. Als iemand nooit zou vergeten, zou hij nooit tot handelen overgaan en de grafdelver van het heden zijn. Als alternatief voor het christelijke begrip vergeven poneert Nietzsche een model van ‘aristocratisch vergeten’: ieder mens heeft een hardheid of ongevoeligheid nodig om te overleven. Het leven is nu eenmaal onrechtvaardig!
Kierkegaard betrekt vergeten en vergeven op elkaar: in de mate waarin we ons Christus herinneren, zijn we in staat zelf te vergeven en te vergeten. Liefde bedekt niet alleen de zonde – ze helpt ook die te vergeten. Dat is ook een aspect van de betekenis van bedekken.

Vergeten tot in eeuwigheid?

Op dit punt gekomen, trekt Volf de lijn door naar Christus en ‘het leven der toekomende eeuw’. Hoe ligt het daar eigenlijk met vergeten? Volgens Gregorius van Nyssa betekent verlossing ook verlossing van de herinnering aan zonde, kwaad en lijden. Hoe kan het daar goed zijn als men weet heeft van deze werkelijkheid? Is het kruis een eeuwige gebeurtenis in God? En de wonden van Christus: zijn die blijvend?
Hij heeft ze na Pasen aan Thomas getoond – maar na de Hemelvaart en bij zijn Tweede Komst, dan zullen ze toch niet zichtbaar zijn, zo stelt  Volf – met Luther en Calvijn. Als Christus voor altijd – tot na het Laatste Oordeel – de Gekruisigde zal zijn, nemen we dan het verleden cq de zonde niet te serieus en vergeten we dan niet dat God zal zijn alles in allen?
Het boek eindigt waar het begon: met een (imaginaire) ontmoeting en poging tot verzoening met kapitein G., om zo het intermenselijke vergeven en vergeten in christelijk perspectief dichterbij te brengen. Volf schetst daarvoor verschillende scenario’s.
Volf heeft op het punt gestaan zijn boek – net als de sticker op rookartikelen – te voorzien van een waarschuwing: de inhoud kan ernstige schade toebrengen aan sommige van uw dierbaarste denkbeelden en die van anderen. En ik moet zeggen: Hoewel de schrijver er vanaf zag had de waarschuwing niet misstaan! Het is een indringend boek waar geloof en leven, theologie en psychologie elkaar verrijken. Wat een denkstof wordt hier aangereikt, op een nog veel genuanceerdere manier dan ik hier kan weergeven, zelfs al had ik Volf graag nader gehoord over de plaats van de herinnering in de anatomie van het menselijke brein en over hoe die herinnering zich verhoudt tot geloof en verstand.En zoals het met goede boeken gaat, ook als je dan andere boeken leest neem je die leeservaring – in dit geval de focus op de rol van de herinnering – mee.

Verstoppertje spelen?

Voorbeeld daarvan vormt het boek van Günther Grass getiteld De rokken van de ui.  In zijn boek pelt deze romancier - die lange tijd gold als het linkse geweten van Duitsland maar na de kritiek vorig jaar augustus op zijn late onthulling over zijn tijd bij de Waffen-SS in dit boek in Duitsland van zijn voetstuk gevallen – laag voor laag zijn leven af. Met dank aan de vertaler Jan Gielkens zijn hier prachtige citaten over de herinnering te vinden: ‘De herinnering houdt van verstoppertje spelen zoals kinderen dat doen. Ze kruipt weg. Tot mooipraterij neigt ze en ze smukt graag op, vaak zonder noodzaak. Ze spreekt het geheugen tegen, dat zich pedant gedraagt en twistziek gelijk wil hebben’(8) of ‘mevrouw de herinnering is een nukkige, vaak aan migraine lijdende verschijning, die bovendien de naam heeft al naar gelang de marktsituatie veil te zijn’(64). Het is een fascinerend boek, zelfs al ontgaat je vanaf het begin niet dat de Nobelprijswinnaar uit 1999 ook hier speelt met zijn materiaal en met de lezer. Iedere keer wordt iets gezegd en tegelijk wordt het weer teruggenomen of weg verklaard. Zo doet Grass enerzijds zijn best alles erop te laten wijzen dat de Beierse Joseph met wie hij in de verschrikkelijke strijd aan het front optrekt en zich schuil houdt de huidige paus is, anderzijds neemt hij dat bij monde van zijn zus die hem er hartelijk om uitlacht die suggestie zelf op de hak.
Hoe gestileerd ook, mij trof in Grass’ relaas opnieuw het Duitse perspectief van waaruit de oorlog werd beleefd -  hoe diep zit onze Nederlandse kijk daarop niet door alle (zelfrechtvaardigings?) literatuur? Verder viel op dat de auteur die in oktober tachtig jaar hoopt te worden in dit boek fraai laat zien hoe en waar hij de vroegste herinneringen en ervaringen die hij opdiept uit zijn oorlogsverleden geanonimiseerd in zijn latere oeuvre laat terugkeren. Vergeeft de auteur zichzelf voor de maanden die hij deelnam aan de oorlog en de Waffen-SS en is het boek een zelfrechtvaardiging – of valt er helemaal niets te vergeven? Je krijgt de indruk dat Gräss er voor zichzelf niet uit is. De dingen hebben hun loop en je kruipt niet makkelijk meer in de huid van een zeventienjarige. Of houdt de auteur het laatste voor zichzelf? Dan hoop ik maar dat hij nog eens met diezelfde Jozeph in gesprek gaat om nog een opnieuw te reflecteren over die liefde die – naast alle liefde voor vrouwen en kinderen – volgens 1 Cor. 13: 7 alles bedekt of verdraagt.

De herinnering winstgevend?

Dat de herinnering soms ook winstgevend kan zijn, toont de heel wat minder beschouwende maar als afleiding verkwikkende pageturner van Vikas Swarup getiteld Questions and Answers, in het Nederlands vertaald als De ongelofelijke lotgevallen van een arme geluksvogel.  Het boek steekt vooral de draak met het fenomeen televisiequiz, maar beschrijft daarnaast de lotgevallen van een weeskind dat op straat leeft. Ram Mohammed Thomas – let op de gemengd hindoeïstische, islamitische en christelijke naam – doet toevallig mee aan een quiz en blijkt uiteindelijk de meest onmogelijke vragen te kunnen beantwoorden waardoor hij in juridische zin recht heeft op de hoofdprijs van een biljoen dollar. Het zijn de herinneringen aan alle twaalf beroepen en dertien ongelukken die hij heeft gehad die hem uiteindelijk steeds bij het juiste antwoord op de gestelde vragen brengen. Als verlang je halverwege het boek wel erg naar de ontknoping, het geeft een aardig inkijkje, zowel in de psychologie van het quizzen als ook in de onderkant van de Indiase samenleving.

Aardse manieren

Ik weet niet of u van science-fiction houdt. Ik niet, zo weet ik al zo’n dertig jaar. Maar ik kan dat niet meer zeggen sinds ik het – ook al uit het engelse taalgebied afkomstige - boek De gevangene (oorspronkelijke titel The Sparrow 1996) heb gelezen. Dit boek met een verbazingwekkende kennis van zaken betreffende antropologische, linguïstische, astronomische en theologische vraagstukken is geschreven door antropologe Mary Doria Russell. Ze beschrijft in deze debuutroman de belevenissen van een groep wetenschappers voor, tijdens en na een reis in 2060 naar een onbekende planeet van waar men op aarde signalen heeft waargenomen.
De wetenschappers zijn op alles voorbereid en het zijn stuk voor stuk mensen – ja, zo levendig worden ze geschilderd – die in aardse termen ook tot heel veel in staat moeten worden geacht. Maar wat hun overkomt gaat alle menselijke verbeelding te boven. Tegelijk, en dat vind  ik het knappe van de schrijfster, wordt het nergens zo futuristisch of onwerkelijk voorgesteld dat ik het niet meer mee kan maken. Door de open sfeer onder de aardse wetenschappers blijf je met hun ogen kijken naar die vergelijkbare en tegelijk zo andere wereld.
Als lezer levert het veel denkstof op: over aardse manieren, over God en het heelal, over hoe superieur of inferieur ons menstype is (de volwassen man op aarde is in de ogen  van de bewoners van Rakhat bijvoorbeeld slechts een kind). En het gaat ook weer in dit boek over de ethiek van de herinnering.
De enige die uiteindelijk terugkeert is een jezuïtisch priester. Daar ook de zendende organisatie die van de Sociëteit van Jezus was, wordt hij uitvoerig in quarantaine gehouden en door een speciale delegatie van de orde ondervraagd. Aanvankelijk menen de ondervragers dat de ondervraagde de feiten in eigen belang wil verdraaien, maar na vele dwaalwegen ontdekken ze hoe ongelooflijk en onbegrijpelijk anders die andere werkelijkheid is en dat zijn herinneringen ook alles met pijn te maken hebben. Zelfs de kaders van de Jezuïeten – over vergeven en vergeten gesproken – passen eigenlijk niet meer.
Vergis u niet, het is geen christelijke literatuur, die andere werkelijkheid heeft (hopelijk!) niets van Gods toekomstige werkelijkheid en de desbetreffende jezuïet is zelf God op zijn tocht kwijtgeraakt. Maar om te reflecteren over mogelijk wereldstructuur en hoe die van de onze kan verschillen (totaliter aliter!) kan dit denkexperiment ons een uitstekende dienst bewijzen.

Naar aanleiding van:
Miroslav Wolf, The end of Memory - Remembering Rightly in a violent World (Grand Rapids, Cambridge 2006).
Gunther Grass, De rokken van de ui (Amsterdam 2007)
Vikas Swarup, Questions & Answers (2005)
Mary Doria Russell, De gevangene (Amsterdam 1999) 

Afdrukken