nr3 • 2012 • Kroniek

januari 2012 (26e jaargang nr. 3)
C. van den Berg

Kroniek
V(erbi) D(igitalis) M(inister?’

 

 Another lonely night

Stare at the TV screen

I don’t know what to do

I need a rendez-vous

(.....)

I program my home computer

beam myself into the future

 

 Kraftwerk, Computer love (1981)

 

Wat schetste mijn verbazing toen ik De Volkskrant van 11 november opensloeg? Een paginagroot artikel over geestelijken die hun eerste schreden zetten op het pad van de sociale media! Je verwacht zoiets niet in deze krant. Dat woord ‘geestelijken’ zou nog te maken kunnen hebben met de rooms-katholieke achtergrond van deze kwaliteitskrant, maar in het vervolg wordt er volledig gefocust op de dominees: “Het woord ‘dominee’ roept bij de meeste mensen waarschijnlijk eerder een beeld op van iemand die preekt vanaf een kansel, dan van iemand die twittert vanaf een smartphone. Toch het sluit het één het ander tegenwoordig niet meer uit. Ook dagblad Trouw liet zich op 16 november niet onbetuigd. In de tweewekelijkse serie ‘Het Theologisch Elftal’ gaven ds. Abeltje Hoogenkamp en ds. Wim van Vlastuin hun visie op nieuwe media en het predikantsambt. Kernvraag daarbij was: Moet de dominee op Twitter? De oude en vooral vertrouwde Waarheidsvriend had deze keer al veel eerder de trend gezet met een artikel over ‘Dominee op internet’ (9 juni 2011). Hierbij werd een drietal gereformeerde bondspredikanten geïnterviewd over hun gebruik van de sociale media en hun visie daarop.

Eerder dit jaar verschenen er ook twee onderzoeken over deze thematiek. Mirthe Martinus schreef een masterscriptie over ‘Twitterende dominees – geloven in sociale media’. Albert Wieringa deed een onderzoek naar het gebruik van sociale media voor gemeenteopbouw in de Protestantse Kerk in Nederland (onder de titel ‘Sola Media’). Kortom: dit onderwerp is bijna ‘trending topic’. Dat hadden de gemeenteleden die zelf twitteren of op Facebook of Linked-in zitten natuurlijk al lang ontdekt. Steeds vaker kom je daar ook dominees tegen.

Criticasters

Nu roept het beeld van twitterende en digitaal netwerkende dominees niet bij iedereen enthousiaste reacties op. In het genoemde interview in Trouw zegt ds. Wim van Vlastuin: ‘Twitter en Facebook zijn niets voor mij. Het kost heel veel tijd, niet alleen om zelf berichten te verzenden, maar ook om te reageren op anderen. Ik ben druk genoeg met e-mail. Dat kost me al minstens één uur per dag. Ik houd meer van verdieping dan van verbreding.’ Deze kritiek op sociale media wordt door meerderen gedeeld: het kost veel tijd om het bij te houden, het is oppervlakkig en vluchtig. Van Vlastuin zegt het bondig – als was het een tweet - ‘Twitteren is meebewegen op de waan van de dag. Het Koninkrijk Gods kenmerkt zich door rust.’ Nu is op dat laatste nog wel het nodige af te dingen. Kenmerkt het Koninkrijk van God zich immers ook niet door een heilige onrust? Maar goed, de stelling van collega Van Vlastuin raakt wel het tijdelijke en vluchtige karakter dat met name twitteren heeft. Het is ook niet bij te houden. Zeker als je veel ‘volgers’ hebt en zelf de nodige mensen ‘volgt’, dan zijn de in- en uitgaande tweets, bij wijze van spreken, een bredere stroom dan de Donau op dit moment.

Een ander kritiekpunt op sociale media is het exhibitionistisch karakter dat ze vaak hebben. Er zijn mensen die hun hele dagelijkse activiteitenprogramma twitteren of op Facebook zetten. Een beroemd (of zo u wilt: berucht) voorbeeld hiervan is de tweet van Femke Halsema: ‘… en nu een stoombad. Fijne avond allemaal!’ Zulk digitaal etalagegedrag wordt op vele manieren getoond. Of het nu gaat over wat er op het fornuis staat, of over de eerste melktandjes van dochterlief, of over de stand bij de Weight Watchers, enz. enz. Grote vraag bij dit alles is: willen we dit weten en moeten jouw volgers dit weten? Past het bovendien bij de waardigheid van bijvoorbeeld een volksvertegenwoordiger om zaken uit je privéleven zo te etaleren? En in het geval van een dominee: past het bij zijn/haar ambt om aan zulk exhibitionisme mee te doen of het bij anderen te volgen? Kritische vragen genoeg!

Waarom wel?

Mirthe Martinus geeft in haar genoemde onderzoek een aantal redenen waarom dominees twitteren (deze redenen zijn wat mij betreft ook toepasbaar op de andere sociale media van Facebook en Linked-in). In de eerste plaats kan een predikant sociale media gebruiken om zichtbaar te zijn voor de buitenwereld. Dr.ir. Jan van de Stoep, lector Religie in Media en Publieke Ruimte aan de CHE en docent aan de faculteit wijsbegeerte aan de VU, schrijft in De Waarheidsvriend van 16 juni 2011: ‘Het mooie van sociale media is dat ze het onderscheid tussen buiten en binnen kleiner maken. Ze slechten de muren van de kerken, zodat mensen die niet zo snel de drempel van de kerk over durven stappen, toch de kans krijgen om binnen te kijken.’
De tweede reden voor het gebruik van sociale media is om transparant te zijn voor de gemeente/gemeenteleden. In de interviews met predikanten blijkt dat de meesten vooral op twitter gevolgd worden door gemeenteleden en medechristenen. Zij kunnen via de sociale media inzicht krijgen op wat hun dominee bezighoudt. Hij kan bijvoorbeeld een paar prikkelende tweets zenden met het oog op zijn komende preek. Hij kan verwijzen naar een boeiende maatschappelijke discussie. Hij kan een tweet linken aan zijn weblog waar hij zaken breder en dieper neerzet. Die transparantie heeft mijns inziens niet alleen met het ambtelijke te maken. Als dominee ben je ook mens. Die (mede)menselijkheid kan ook geschetst worden via de sociale media. Hier dreigt het genoemde gevaar van exhibitionisme. Doseren is dan ook belangrijk. Maar aan de andere kant: waarom zouden gemeenteleden niet iets mogen zien van je hobby’s, interesses en humor? We leven in een cultuur met een gezagscrisis. Dat geldt ook voor het gezag van het kerkelijke ambt. Er is niet bij voorbaat een hoge achting voor het ambt. Dat gezag moet verworven worden. Het ambt is gepersonaliseerd. Juist door iets persoonlijks via de sociale media te laten zien, kan het ambt van de predikant menselijker en daardoor nabijer worden.

Predikanten blijken volgens Martinus ook sociale media te gebruiken om ‘sociaal kapitaal te creëren door collegiaal contact’. Uit de interviews wordt ook duidelijk dat predikanten veel twitteren met collega’s. Het predikantschap heeft solitaire kanten. Veel zaken doe je alleen. Dan kan twitteren een manier zijn om contact te leggen. Dat hoeft niet altijd van een hoog vakmatig niveau te zijn. Ds. Abeltje Hoogenkamp zegt: ‘Twitter is niet voor diepgaande conversatie, maar vervangt het gesprek bij de koffieautomaat’. Dit is natuurlijk niet de enige functie van Twitter, maar het geeft wel aan dat in het regelmatig solitaire bestaan van een dominee zulke gesprekken bij de ‘digitale koffieautomaat’ hun betekenis hebben. Daarnaast kunnen die collegiale contacten ook wel meer beroepsmatig zijn. Diverse predikanten hebben met elkaar een ‘twitter-preekvoorbereiding’, waarin ze met elkaar kort exegetische vondsten en dilemma’s delen, verrassende intro’s of goede commentaren/preekschetsen.

De redenen om sociale media te gebruiken lijken mij legitiem. Vanuit de klassieke omschrijving ‘verbi domini minister’ voor predikant vind ik de reden om zichtbaar te zijn en zich te mengen in het publieke debat het meest boeiend. Als een Paulus op de sociale digitale Areopagus…

Digitale Areopagus?

Als we dat beeld van Paulus op de Areopagus nog even vasthouden, dan valt in Handelingen 17 op dat Paulus eerst zijn ogen goed de kost geeft. Hij loopt rond in de stad Athene en merkt de ‘buitengewone godsdienstigheid’ (vers 22) van de inwoners. Vervolgens sluit hij daarbij aan en verkondigt hun het evangelie. Deze boodschap wordt dus niet plompverloren gedropt, maar gaat gepaard met observeren, luisteren en zo zoeken naar een aansluitingspunt, zónder tekort te doen aan het kritische en vreemde karakter van het evangelie. Er is in ieder geval sprake van echte communicatie.

Het viel mij op bij een aantal theologen die Twitter en andere sociale media gebruiken, dat zij vooral boodschappen zenden en niet ontvangen. Mensen als Tim Keller en John Piper hebben duizenden ‘followers’. Ze beperken zich tot duidelijke en prikkelende bijbelse en theologische statements in hun tweets. Deze tweets worden vervolgens weer doorgegeven door volgers aan hun eigen volgerskring. Zo is de reikwijdte hiervan behoorlijk groot. Naast deze reikwijdte is het voordeel hiervan de helderheid en beperking tot het wezenlijke. Die tweets gaan wel ergens over!

Aan de andere kant behoort Twitter tot de sociale media. Maar de nadruk ligt hier volledig op het tweede woord uit die term. Het sociale of beter gezegd: het communicatieve aspect verdwijnt zo nagenoeg. Is het niet veel beter om als een Paulus op de digitale Areopagus vanuit dat communicatieve ook te luisteren en te ontdekken waar de ander ‘zit’? En biedt dat geen mogelijkheid dat mensen ook op jou kunnen reageren, zodat het werkelijk een platform wordt?

Ethiek?

Tijdens de laatste synodevergadering van de Protestantse Kerk in Nederland (november 2011) werd een uitgebreide gedragscode voor predikanten en kerkelijk werkers besproken en aanvaard. In die gedragscode van 13 pagina’s en 41 regels zijn slechts enkele regels gewijd aan de predikant / kerkelijk werker en internet: 'De predikant of kerkelijk werker verstrekt met het oog op meeleven door anderen alleen herkenbare gegevens indien betrokkene daarmee instemt en publiceert deze gegevens niet op internet'. Verschillende synodeleden vonden dit onvoldoende. Zij wilden meer aandacht voor met name sociale media. De predikant op internet kan niet worden losgekoppeld van zijn ambt en dus zijn gedragsregels wenselijk. Scriba Arjan Plaisier erkende de noodzaak hiervan en liet weten dat hij op korte termijn met een aanvulling komt. Die aanvulling is er nog niet. Op de website ‘Social Missie’ (www.socialmissie.blogspot.com) wordt een zevental (!) handreikingen gedaan voor een normen- en waardenkader voor het gebruik van sociale media door voorgangers:

 

Besef dat, wat je ook zegt op Twitter en Facebook, je daar de voorganger blijft en zo de kerk vertegenwoordigt. Zij wordt daarop beoordeeld. Dit besef zal filterend moeten werken.
Het meeste op internet is openbaar en blijft bewaard. Ook die tweets die je er achteloos uit rammelt, blijven staan (zo is die tweet van Femke Halsema’s stoombad nog altijd terug te vinden…). Denk daarom altijd eventjes na voordat je een tweet plaatst of een reactie online zet.
Sociale media kunnen een verslavend effect hebben. Is het de behoefte aan nieuws, aan continu in contact blijven met de wereld, voortdurend aanwezig en bereikbaar willen zijn? Juist in de wereld van drukte en chaos heeft een christen behoefte aan rust, meditatie en stilte. Daarin mag en moet de voorganger een voorbeeldfunctie vervullen.
Sociale media zijn heel nuttig voor ‘selfbranding’, jezelf in de markt zetten. Als geestelijk leider moet je er echter voor waken jezelf te veel groot te maken: was je eigenlijke taak niet om Jezus Christus groot te maken?
Af en toe iets over privézaken twitteren of op Facebook en Hyves zetten maakt je deelname persoonlijk, maar er zijn grenzen. Dit geldt overigens ook voor de partner van de voorganger, als die actief is op sociale media.
Meld online geen ambtsgeheimen, geen privézaken en geen opmerkingen dat je baalt van je werk. Behandel anderen zoals je in het dagelijks leven ook zelf behandeld wilt worden. In 140 tekens kun je snel kwetsen; ga niet in op provocaties van een ander, ga niet schelden, blijf hoffelijk. Ruzies in de privésfeer los je ook in de privésfeer op, niet via internet.
Als voorganger heb je een belangrijke voorbeeldfunctie. Gemeenteleden die je online volgen zullen je leven toetsen aan wat je preekt of in gesprekken voorhoudt. Het is lastig voor hen als blijkt dat jij in je dagelijks leven helemaal niet naleeft wat je zelf preekt; je tweets en berichten geven een duidelijke boodschap over jezelf af. Als gemeenteleden bijvoorbeeld lezen dat je voortdurend met andere dingen dan gemeentewerk bezig bent, terwijl ze zelf op een pastoraal bezoek wachten, kan dat gaan wringen.Hier worden behartenswaardige zaken genoemd. We wachten vol spanning met welke gedragscode de synode gaat komen.

 

Twibbatical

Sinds een paar maanden ben ik zelf ook op Facebook te vinden. Twitteren is daarentegen niets voor mij. Beperking is altijd al een hindernis voor mij geweest en ik moet er niet aan denken om elk bericht te persen in een mal van maximaal 140 tekens. Bovendien vind ik Facebook meer mogelijkheden bieden tot het creatief delen van informatie in de vorm van muziek, filmpjes, foto’s en zelfs hele preken!

Ik merk wel dat er een verslavende werking van uitgaat. Het praten bij deze ‘digitale koffieautomaat’ kan uit de hand lopen. Soms heb ik al wel eens gedacht na een paar uurtjes ‘couch surfen’ (dat is met laptop of iPad op de bank surfen over het internet en in dit geval het communiceren via Facebook): waar ben ik mee bezig? Had ik niet beter een goed boek kunnen lezen of een mooie film kunnen kijken? Terwijl ik deze Kroniek schrijf, is het de adventstijd. Dat is ook de tijd van inkeer en verstilling. Niet toevallig kwam ik heel recent de term ‘twibbatical’ tegen: een tijdelijke onthouding in het twitteren of Facebooken. Zoiets lijkt me, in en buiten de adventstijd, zinvol, voor predikanten én gemeenteleden.

Toevoeging

Sociale Media zijn niet meer weg te denken in het maatschappelijke leven anno 2012. Wil de kerk ook hierin ‘uitgedaagd door de tijd’ worden, dan zal ze zich ermee moeten verstaan. Ook haar voorgangers. Daarin zijn genoeg mogelijkheden. Die rol kan per voorganger ook verschillend ingevuld worden. Gelukkig maar. Tegelijk zijn er naast de uitdagingen ook valkuilen. Niet voor niets wordt er gevraagd om een gedragscode of ethiek. Juist ook in de sociale media kunnen christenen zich onderscheiden in ‘praat en (digitaal!) gewaad.’

De sociale media moeten ook niet overschat worden. Ze vormen een toevoeging op wat dominees al tot hun beschikking hebben: de preek, het persoonlijk contact en de e-mail. Dr.ir. Jan van der Stoep wil het ook niet groter maken dan het is: ‘Sociale media kunnen pastorale gesprekken in het echte leven niet vervangen. Sowieso schieten deze media tekort bij grote levensmomenten, als geboorte, lijden of dood. Qua communicatie zijn ze een aangename aanvulling naast een geregeld live-contact, niet meer en niet minder. Je kunt er veel mee, maar ze bieden slechts een heel beperkte vorm van contact.’

Uiteindelijk is een gesprek, van aangezicht tot aangezicht, in en buiten de kerk, onvervangbaar!

Drs. Kees van den Berg is predikant (PKN) te Nieuw-Vennep

Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Afdrukken