nr1 • 2012 • Laatst geboekt

september 2012 (27e jaargang nr. 1)

Laatst geboekt

Onvoltooid verleden tijd

Dr. P.A. Verbaan

Het radio1 programma ‘Onvoltooid verleden tijd’ op zondagmorgen tussen 10.00-12.00 uur beluister ik graag. Meestal achteraf. Soms lukt het bij het terugrijden na een kerkdienst elders het staartje van het programma te horen. De boeken die ik bespreek, laten zich, ieder afzonderlijk en in hun gezamenlijkheid, met die uitdrukking, die ingesleten is sinds wij het werkwoord leerden, typeren.

Op 11 oktober is het precies vijftig jaar geleden dat het grootste christelijke event van de twintigste eeuw, het ruim drie jaar durende Tweede Vaticaanse Concilie, begon. Het was een ongekend (media)spektakel. Meer dan 1000 journalisten waren erbij betrokken, en ook bijna 200 niet-katholieke deskundigen / waarnemers onder wie Nederlandse protestanten als G.C. Berkhouwer en H.A. Oberman. Het zal, naar ik vermoed, dit najaar niemand ontgaan. Het Vaticaan kan wel wat positieve publiciteit gebruiken bij de schandalen rond het lekken van informatie en het misbruik van minderjarigen. Bovendien bewaren vele ex-katholieken juist aan dat Tweede Vaticaanse Concilie – ‘aggiornamento’ – goede herinneringen.

50 jaar Nederlands katholicisme

De historicus Maarten van den Bos heeft het gewaagd de laatste vijftig jaar van het Nederlandse katholicisme in beeld te brengen. Gewaagd ja, want volgens de (in 2003 overleden) rooms-katholieke historicus prof.dr. Jan Roes behoren de lotgevallen van de katholieke beweging in die periode tot de grootste raadsels van de Nederlandse geschiedenis. Schreef Anton van Duinkerken over het katholicisme in de jaren dertig ‘Onze Lieve Heer zou wel heel tevreden zijn over Nederland’ en vormde in de jaren vijftig ‘Nederland’ een belangrijke stut voor Rome, in de jaren zeventig en tachtig beschouwde men daar het Nederlands katholicisme eerder als ‘enfant terrible’.

Het mooie van het proefschrift van Van den Bos is dat het veel meer is dan een beschrijving van de Nederlandse inbreng in het Tweede Vaticaanse Concilie en van de door- en tegenwerking van de daar ontvouwde perspectieven in de decennia daarna. Van den Bos stelt dat nu de secularisatiethese – met de modernisering van de wereld is de rol van de religie verminderd – achterhaald is, de geschiedenis opnieuw moet worden geschreven, nu zonder samenvattende theorie. Hij laat zijn boek beginnen met 1953, omdat het toen honderd jaar geleden was dat de Nederlandse kerkprovincie – eeuwenlang gemarginaliseerd in ons protestantse vaderland – weer eigen bisschoppen kreeg. Van den Bos laat zien dat waar de één het concilie voor het begin hield van de nieuwe katholieke identiteit, de ander de conciliedocumenten als het eindpunt van de vernieuwing beschouwde en dat ten gevolge daarvan de decennia daarna de Nederlandse kerkprovincie tussen twee ijzeren tangen van conservatieven en progressieven kwam te zitten. Waarbij, in de woorden van Bomans ‘de brandgangen naar het verleden, naar het innige en vertrouwde, door de ontwikkelingen werden geblokkeerd’.

Ik moet zeggen dat de laatste twintig jaar van de in de ondertitel aangekondigde periode er in het onderzoek wat bekaaid afkomen en dat de onderzoeker mij de implosie van de katholieke wereld teveel tracht te beschrijven vanuit binnenkerkelijke ontwikkelingen. Ik heb me af zitten vragen hoe dat komt. Is dat een kwestie van methode, van afbakening van onderzoeksveld of nog iets anders? Hebben wij protestanten misschien, bij gebrek aan een instituut als het Vaticaan, eerder de neiging een verklaring voor de secularisatie in termen van tijdsgewricht en cultuur te zoeken in plaats van bij ‘de kerk’ en de gelovigen – bijvoorbeeld omdat we daarvan zelf (kerkenraad, synode) deel uitmaken?

Moedergetijden

Van de moederkerk naar een concrete moeder. In het prachtige boek van Erwin Mortier Gestameld Liedboek beschrijft de voor zijn vorige boek Godenslaap gelauwerde auteur het ontluisterende dementieproces van zijn moeder. Het verlies van taal wordt hier in taal vervat, schreef een recensent. Natuurlijk, het genre is niet nieuw. Ik weet me te herinneren hoe Bernlefs boek Hersenschimmen in 1984 indruk maakte, juist door de wijze waarop het was opgezet vanuit de ik-persoon en je al lezend iets van de beleving van dementie ging en gaat meevoelen (Hersenschimmen beleefde in 2010 z’n vijftigste druk).

Mortiers opzet is anders. Het is een autobiografisch verhaal, vanuit het perspectief van een zoon geschreven, waarin de moeder, of eigenlijk nog meer, haar ziekte van Alzheimer, centraal staat. Het is dagboekachtig – vandaar de ondertitel ‘moedergetijden’ – bijna filmisch ook, maar het zijn de woorden, waarnemingen en metaforen van Mortier die het zo treffend maken. Daar waar de ziekte een mens ‘ontwoordt, onttaalt en ontherinnert’, trakteert Mortier op taal die de lezer niet licht vergeet en die o zo herkenbaar is voor wie zelf in zijn werk of privé met een patiënt(e) en diens familie te maken heeft. Enkele voorbeelden: ‘Dit is de mond waar ik in de wieg ik weet niet hoe lang naar gestaard heb. Dit is de mond wiens gymnastiek van liefkozing, slaaplied, gefluister me op het spekgladde oppervlak van de woorden overeind moet hebben getrokken. Dit is de mond die haar spraak nu ontbladert, de woorden klinker voor klinker uitkleedt in pufjes adem, tandengeknars, gesmak. Soms mompelt ze borden vol pap naar buiten, ben ik het die luister en met een zakdoek de woordmoes van haar kin veegt’. ‘Mijn vader klampt zich vast aan elk teken dat ergens in dat wegkwijnende organisme nog steeds de vrouw woont die hij kent’. Tussen de regels door hoor je ook de irritatie over opmerkingen van verpleegkundigen en onbegrijpelijke dokterstaal: ‘Dokters zijn voor ons geen genezers maar tolken: wat wij in gewone woorden weten, vertalen zij in begrippen met Grieks-latijnse oorsprong. Laat de filologie voor wat ze is. Ik houd van dokters die het ook niet allemaal weten en dat in zoveel woorden zeggen’. ‘Cardiovasculair, intramusculair. Mijn moeder verkiezelt in brokjes glashard latijn’.

Chic en scabreus

Nu we het toch over moeilijke woorden hebben… Met het woordenpaar ‘chic en scabreus’ typeert rechtbankverslaggever Fred Soeteman in het woord vooraf de auteur van het volgende boek, advocaat Bram Moszkowicz. Hij is ‘chic als het kan, scabreus (= onwelvoeglijk) als het moet. ‘Zoiets moet jij ook eens lezen’, werd me toegevoegd en ik heb er geen spijt van. Het boek houdt het midden tussen een zelfportret van Bram Moszkowicz jr. en een publieke verantwoording voor zijn conflict met journalisten in 2007 naar aanleiding van de zaak Holleeder (‘maffiamaatje’) en voor de wrakingsverzoeken in de zaak Wilders uit 2010.

Je leert veel bij over een wereld die je niet kent dan van momenten op de tv. De drive voor dit boek verwoordt Moszkowicz zelf als volgt: ‘Uiteraard zou ik het prettig vinden wanneer u na lezing van dit boek zou denken: Goed dan, misschien moet ik niet alles wat ik over Bram hoor of lees geloven. Maar ik zou het nog prettiger vinden wanneer u werkelijk wat sceptischer wordt over álles wat u leest of hoort, wie daarvan ook het onderwerp is’.

Een kritische geest, een vechter komt je uit het boek tegemoet. Misschien deformeert 25 jaar advocatuur je ook wel. Het valt Moszkowicz zelf ook op wanneer hij zijn eigen woorden over leest: ‘Ik lees terug. Irritaties, wantrouwen, vechtlust: geen woorden die eeuwige vrede oproepen. Soms lijkt het wel prettig om een rabbijn op zijn woord te geloven. Eenvoudig, in elk geval. Te geloven dat er een hogere macht over je heerst. Misschien kun je dan je bokshandschoenen eens uitdoen en je overgeven. Maar ik geloof er niks van. De titel van het boek spreekt voor zichzelf’.

Die titel – Liever rechtop sterven dan op je knieën leven – is Brams levensmotto. Uit het boek wordt duidelijk dat de ervaringen van Auschwitz – dat hij bezocht en dat diepe indruk op hem maakte, niet in de laatste plaats omdat zijn opa daar de dood vond – de belangrijkste aanleiding daarvoor is. Zo schrijft hij: ‘Soms wil ik weten hoe elke centimeter van de veertienhonderd kilometer rook en voelde, in die wagens die mijn vader, zijn zus, broers en ouders van Westerbork naar Auschwitz brachten. De feiten zijn: de trein vertrok dinsdag 21 september 1942, elf uur ’s ochtends. De locomotief trok dertien veewagons. Elke wagon vervoerde om en nabij 60 joden. Alleen mijn vader keerde terug’. Op de titel van het boek – die me bij het zien van deze ijdele man op de cover deed denken: misschien zou jij toch eens wat meer moeten buigen, of beter nog knielen – valt vanuit Auschwitz toch een ander licht.

Revius

Ten slotte wil ik aandacht vragen voor een boek dat veel meer verdient dan een korte typering in dit kader: de fraai uitgegeven dissertatie Eerst de Waarheid, dan de Vrede van neerlandica en cultuurredacteur van het Reformatorisch Dagblad Enny de Bruijn. Zij heeft een knappe biografie geschreven van de dichter, theoloog en geschiedschrijver Jacob Revius (1586-1658) in een zeer leesbare stijl. Ze neemt je alleen al in de inleiding helemaal mee op haar zoektocht als biograaf en in haar afwegingen en methodische keuzes. En dan gaat het verhaal lopen, waarbij je langzaam maar zeker steeds verder kruipt in de huid en het denken van een zestiende, zeventiende eeuwer, waarbij dan op sommige momenten de biografe ook weer getuigt van deskundige distantie.

Een voorbeeld (de auteur is niet karig met haar woorden): ‘De prangende vraag voor Revius wordt wel: hoe moeten sommige Bijbelteksten precies gelezen worden? Hoewel een theoloog in de zeventiende eeuw bij het beantwoorden van die vraag verschillende keuzes kan maken, is bij Revius van meet af aan duidelijk dat hij voor de meest traditionele weg kiest….Ten diepste is het zijn principiële, fundamentele keus voor het Woord bóven de eigen ervaring, die maakt dat hij zich zo radicaal opstelt. Maar wellicht is het toch ook zijn dichterlijke inborst die hem, puur gevoelsmatig, afkerig maakt van de mechanistische en rationalistische wereld van Descartes… Wie halverwege de zeventiende eeuw de geopenbaarde waarheid boven alles wil blijven stellen en vasthouden aan het gezag van de Schrift, moet zich echter realiseren dat zijn standpunt niet langer vanzelfsprekend boven alle kritiek verheven is… Het proces waartegen Revius zich schrap zet, verloopt minder helder en rechtlijnig dan achteraf wel gesuggereerd is. Er zijn in de loop van de eeuwen grootse termen voor bedacht: de wetenschappelijke revolutie, de onttovering van de wereld, de mechanisering van het wereldbeeld. Maar het ‘grote verhaal’ van de overgang van traditie en autoriteitsgeloof naar de exactheid en kritische zin van de moderne natuurwetenschap blijkt veel genuanceerder te liggen dan vaak verondersteld is. Elementen uit de ‘oude’ en ‘nieuwe’ manier van denken kunnen heel goed in één persoon samengaan, en Revius zal daarvan een prachtig voorbeeld blijken’.

Dit is betrokken vakmanschap én… onvoltooid verleden tijd. De auteur opent haar boek met woorden die prijken boven het portret van Revius. Ik geef zijn lijfspreuk graag door: Vincat amor Christi - ‘Dat de liefde van Christus mag winnen’.

Naar aanleiding van:
Maarten van den Bos, Verlangen naar vernieuwing. Nederlands katholicisme 1953-2003, De Wereldbibliotheek, 299 blz.
Edwin Mortier, Gestameld Liedboek. Moedergetijden, De Bezige Bij, 176 blz.
Abraham Moszkowicz, Liever rechtop sterven dan op je knieën leven. Bertram + de Leeuw uitgevers, 215 blz.

Enny de Bruijn. Eerst de Waarheid, dan de vrede. Jakob Revius (1586-1658), Boekencentrum, 600 blz.

Dr. Peter Verbaan is predikant (PKN) te Ermelo en redacteur van Kontekstueel;
mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Afdrukken