Skip to main content

nr6 • 2024 • Waarom een platform Rome Reformatie?

38e jaargang nr.  6 (nov.. 2024)
thema: Rome en Reformatie. Verlangen naar zichtbare eenheid

Arjan Plaisier
Waarom een platform Rome Reformatie?

Aan het begin van dit jaar is het platform Rome Reformatie in de openbaarheid getreden, en wel met een Verklaring over kerkelijke eenheid. Een lichte verzuchting kan ik me hierbij wel voorstellen. Weer een loot aan de dicht vertakte oecumenische boom? Er is toch al een Raad van Kerken? En een Nationale Synode? Een Nederlands Christelijk Forum? Er is zelfs een Oecumenisch Forum voor Katholiciteit. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat nu weer?

Ik kan hier alleen op antwoorden dat het platform geboren is uit het verlangen de oudste breuk in de kerk van het Westen te herstellen. Het is deze specifieke gerichtheid op deze breuk tussen Rome en de Reformatie waar de Verklaring zich over uitspreekt en die de enige raison d’être is van het platform. Een nieuw instituut wil dit platform niet zijn. Een strategische agenda is er niet. Er is wel een scherp besef dat het na vijfhonderd jaar niet zomaar verder kan met de gescheidenheid.

De breuk in de christenheid
De breuk in de kerk van vijfhonderd jaar geleden werd toen als huiveringwekkend gezien. De idee van een kerkreformatie resulteerde in een tweede kerk. Weliswaar was er voor Rome maar één kerk, daarnaast waren schismatieke groepen, die onderling maar zeer ten dele eenheid vormden. Voor de Reformatie gold dat er geen nieuwe kerk was opgericht maar dat de bestaande kerk was ‘hervormd’. Er was de verwachting dat steeds grotere delen van het kerkelijk leven ingevoegd zouden worden in deze kerkhervorming. Toen echter het stof was opgetrokken, bleek er nog steeds een kerk van Rome te zijn en daarnaast een kerk (of beter: kerken) van de Reformatie. De christenheid scheurde middendoor en deze breuk heeft tragische gevolgen gehad. Eén ervan is de secularisering van de Europese politiek. Deze zocht, nu er geen eenheid van geloven meer was, haar fundament steeds meer in een op rede en geweten gegronde staatsvorm.

Intussen kende de kerk van Rome ook haar Reformatieconcilie en ontwikkelde de kerk der Hervorming zijn eigen traditie. Beide kerken waren kerken waarin het geloof in de drie-enige God en in de verlossing door Jezus Christus centraal stonden (en staan), in beide kerken werd gedoopt (ook kinderen) in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, in beide kerken was de Bijbel (hoewel op onderscheiden wijze) ultieme bron van gezag, in beide kerken was een vorm van kerkregering die uitdrukking wilde geven aan het feit dat Christus de kerk regeert. En toch gingen deze kerken uiteen op een aantal fundamentele punten. Het heeft tot veel bitterheid geleid. Hoe kan het: één Heer, één doop, één (apostolisch) geloof, maar toch twee kerken? Na verloop van tijd werd de anomalie niet meer gevoeld en na vijf eeuwen lijkt het om twee religies te gaan.

Dit alles kreeg zijn beslag in een wereld die ‘christelijk’ was. De Latijnse wereld was een gekerstende wereld, wat ook van de aard van deze kerstening gevonden mag worden. Langzaam is deze wereld voorbijgegaan. We leven nu in een postchristelijke tijd. En nog steeds zijn er twee kerken, die van Rome en die van de Reformatie, die geloven in Christus en die getuigen van het evangelie. Ik geef toe, de kerk van de Reformatie is intussen een lappendeken van kerken, maar toch kan van een gemeenschappelijk DNA gesproken worden.

De kerk scheurde in de overgang van de middeleeuwen naar de nieuwe tijd. Was deze scheur exponent van deze overgang? Daar valt veel voor te zeggen. De kerk heeft in de periode van de moderniteit een los-vaste relatie gehad met de moderne cultuur. Het Corpus Christianum van de middeleeuwen brokkelde wel af, maar kerk en christelijk geloof hebben niet nagelaten de cultuur van de moderniteit diep te stempelen. Dat gebeurde op een meer rooms-katholieke en een meer protestantse wijze. Het protestantisme leek meer opgewassen en meer proportioneel te zijn aan de moderne tijd, terwijl het rooms-katholicisme zich meer defensief heeft opgesteld. Het protestantisme bleek vanuit de gloeiende kern van het geloof wendbaar en flexibel, waar het rooms-katholicisme vanuit het overgeleverde geloof en de overgeleverde kerkelijke traditie vaak statisch en star leek. Omgekeerd leek het protestantisme vaak wel erg vatbaar voor de tijdgeest en vertoonde het rooms-katholicisme meer weerstand hiertegen. Twee wijzen van geloven en kerk-zijn hebben op onderscheiden manier het geloof in Christus geleefd en voorgeleefd. Het hoorde er nu eenmaal bij en de wereld was er wel min of meer aan gewend. Voor protestanten was de wereld van de Rooms-Katholieke Kerk die van een verzonken wereld van oudheden, waar de waarheden van de Reformatie tegenover werden gesteld. Of het was een wereld die wachtte op zijn uur om de wereldheerschappij weer over te nemen en waartegenover men waakzaam moest blijven. Voor de rooms-katholieken waren de protestanten de afgescheidenen, die zich los hadden gemaakt van de moederkerk en bovendien in onderlinge verdeeldheid waren gevallen. Het was voor beide kanten niet zo moeilijk om de afstand te meten tussen de twee kerken. Natuurlijk werd het geloof van het credo gedeeld, maar dat functioneerde op dusdanig onderscheiden wijze, dat daarmee dit gemeenschappelijke meteen weer oploste.

Kerk in postmoderne tijden
Intussen wrijft de kerk haar ogen uit in een postmoderne wereld, die althans in West-Europa ook een postchristelijke wereld is. Dat brengt veel met zich mee. Voor wat betreft ons protestantse smaldeel zijn de poten onder de min of meer comfortabele zetel van Nederland als protestantse natie weggezaagd. De vraag hoe kerk en christen te zijn zonder deel uit te maken van de mainstreamcultuur en zonder de vanzelfsprekende overdracht van het evangelie van de ene generatie naar de andere is brandend en zal ons steeds meer op de huid gaan zitten. Rome heeft met het Tweede Vaticaanse Concilie afscheid genomen van de zelfgenoegzame en zelfverzekerde kerk zoals zij zich tot diep in de twintigste eeuw vertoonde. De kerk verschijnt van alle machtsaanspraken gezuiverd en van alle zelfverzekerdheid genezen, als een nederige gestalte, al valt het in de praktijk hard tegen om dit ook echt te zijn en al vraagt het om nog wel meer dan een synodale weg om deze weg echt te gaan.
Met dat in gedachten is het niet langer comme il faut dat er in ons werelddeel twee kerken zijn die beiden kerk van Christus zijn. De kerk vindt zichzelf terug in de marge van het leven. Bovendien kleurt de hemel apocalyptisch. Aan de horizon verheffen de beesten uit de afgrond zich. De bruid herneemt de roep van de vroege kerk en roept: ‘Kom Here Jezus, ja kom haastig.’ Kan het anders dan dat die bruid de éne bruid is? Of anders gezegd, kan het ook zijn dat de stofwolken optrekken en we ontdekken hoeveel we delen als we het credo delen? In 2025 herdenken we 1700 jaar geloofsbelijdenis van Nicea. Staat daar niet alles in wat tot de zaligheid dient? Het is niet om het even op welke kerkelijke wijze dit geloof is en wordt overgeleverd, maar dat neemt deze gezamenlijke belijdenis toch niet weg? Is dit nu niet precies wat Paulus bedoelde toen hij schreef: ‘één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is’ (Ef. 4:4-6)?

De inzet van het platform
Het platform Rome Reformatie heeft een verklaring doen uitgaan waarin wordt opgeroepen tot zichtbare eenheid tussen Rome en de kerk(en) van de Reformatie. Wij menen dat na vijfhonderd jaar gescheidenheid het aan de orde is om ons te herinneren dat er 1500 jaar van gedeeld kerkelijk leven aan vooraf is gegaan. Daarbij gaat het niet om het helen van de breuk op zijn zachtst. Het evangelie van Christus vraagt binding aan Hem en aan de waarheid van zijn aanwezigheid. Kerkheling zal er niet komen op grond van diplomatiek verkeer en zal niet standhouden wanneer deze is gebaseerd op strategische overwegingen. Kerkheling kan er alleen zijn in een voortdurende gemeenschappelijke bekering tot Christus. Maar die kan er niet meer los van elkaar zijn. Alleen mét elkaar kunnen we ons tot Christus bekeren, en ons tot Christus bekeren betekent dat we samen bij Hem uitkomen en samen door Hem gezonden worden. We zullen de vooroordelen en de gemakkelijke reflexen in moeten leveren en het bastion van het eigen gelijk, dat we op een al te vanzelfsprekende manier tégen de ander inzetten, moeten loslaten. Alleen in de geest van het evangelie, waarin we de ander hoger achten dan onszelf, kunnen we ons echt tot Christus bekeren. We zullen de kerk weer opnieuw uit zijn handen moeten ontvangen. Het is niet onze kerk. Het is zijn kerk. Hij heeft over de zijnen gewaakt, ook in hun gescheidenheid, maar niet om die gescheidenheid van het zegel van zijn goedkeuring te voorzien.

Zichtbare eenheid?
We realiseren ons daarbij ook dat niet iedereen hierop zit te wachten, ook christenen die van harte de ander herkennen als medegelovige niet. We kunnen toch ook één zijn zonder zichtbare, ‘organisatorische’ of ‘institutionele’ eenheid, zo wordt geopperd? Het gaat toch om de oecumene van het hart, of om de spirituele oecumene? Ik wil niet afdoen van het belang ervan. Maar waar hebben we het dan precies over? Het lijkt op pleiten voor een huwelijk, als het maar niet zichtbaar is. Natuurlijk gaat het niet om het oprichten van een megabedrijf. Het gaat niet om één dienstenorganisatie, alsof het wezen van de kerk daarin ligt. Het gaat om de instituten die Jezus heeft geïnstitueerd of laten institueren. Om doop en avondmaal of eucharistie. Om het credo als afgeleide van de doop in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Om de Schrift als canon van de kerk. Om het apostolische ambt dat getuigt van Christus. De kerk wordt zichtbaar in deze ‘instituten’. De kerk is zichtbaar in haar samenkomst rond Woord en Sacrament, in haar onderlinge dienst en in haar missie in de wereld. Zeker, het geheim van de kerk is het inwonen van de heilige Geest in haar, en de Geest is onzichtbaar, evengoed als de opgestane Heer onzichtbaar aanwezig is. De kerk wordt echter niet voor niets ‘lichaam van Christus’ genoemd en dat duidt ook op een zichtbare werkelijkheid.

Het is zonder meer positief dat christenen elkaar over en weer herkennen, dat zij samenwerken, dat ze samen bidden, dat ze ook als kerken elkaar weten te vinden in een gezamenlijk getuigenis naar de wereld. Zonder de oecumene van het hart geen zichtbare eenheid. Maar heeft Christus dit bedoeld toen Hij bad: ‘Laat hen allen één zijn’ (Joh. 17:21)? Wordt dit bedoeld als we zeggen te geloven in de ‘ene, heilige, katholieke en apostolische kerk’? Bovendien mag niet vergeten worden dat we van elkaar zijn afgescheurd, geestelijk en daarom zichtbaar. Die scheuringen vragen erom geheeld te worden en niet met de mantel van een oecumene van het hart bedekt te worden.

Zeker, een verenigde kerk vraagt om verscheidenheid. De term die gesmeed is, is die van een verzoende verscheidenheid. Verzoend, de twist is bijgelegd, de vrede hersteld, de eenheid in Christus hervonden. Maar ook verscheidenheid. Die doet in de eerste plaats recht aan de kracht en betekenis van de verschillende tradities. Een verenigde kerk is geen vlees-noch-vis-kerk, maar een kerk waar de Heer zijn gaven aan geeft. Die staan niet los van de traditiesporen. Verschillende liturgische stijlen, ambtsbedieningen, spiritualiteiten, gemeenschapsvormen en diensten zijn daarin meer dan welkom. Verscheidenheid houdt ook in dat er een fundamentele openheid is voor wat de Heer met de kerk doet. De kerk wordt niet vanuit een centrale eenheid bestuurd. De wendingen en sprongen in de kerkgeschiedenis waarin de Geest de hand heeft, komen meestal zijdelings en onverwacht binnen. Er is geen centraal ondernemerschap, waar de strategieën worden bepaald en vanwaar het beleid wordt uitgevoerd. Ook in een verenigde kerk zal de Geest buiten de lijnen blijven schrijven. Die verscheidenheid staat de eenheid niet in de weg. Die eenheid is er nu ook in afzonderlijke kerken en gemeenschappen. Het ligt voor de hand dat deze kerken en gemeenschappen zich op een of andere wijze verhouden tot Rome. Niet als een terug tot Rome, maar als een zich verantwoorden voor een kerk die (hoezeer ook anderen dat genoemd mogen worden) katholiek is. Omgekeerd zal de Rooms-Katholieke kerk zich nog meer dan nu dienen te verhouden tot kerkelijk leven en geloof dat nog niet in een verband van eenheid met Rome leeft. De bereidheid daartoe, van beide kanten, is groeiend. Ik geloof dat de Geest zelf ons bezig is tot elkaar te brengen. Hoe kan het ook anders, als het de Geest van Christus is, die de éne bruidegom is, en die zich de éne bruid heeft verworven?

Dr. A.J. Plaisier is voormalig scriba van de Protestantse Kerk en initiatiefnemer van het platform Rome Reformatie.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

  • Raadplegingen: 1408