nr3 • 2014 • Lezersreactie (5)

Lezersreactie van Gert de Goeijen

op de bijdrage van W. Dekker, Christelijke dogmatiek; klassiek en vernieuwend 
in nr3 • 2014 (januari 2014), blz. 7-10

Afgelopen week ontving ik pas het Kontekstueel nummer van januari 2014; dat komt omdat ik in Indonesië woon.

W. Dekker schrijft op blz. 10: “Er zijn ook voorstanders van de vrouw in het ambt, die tegelijk Genesis 1 letterlijk willen blijven lezen. Vreemd is dat. Hoe komt dat toch? Welke hermeneutiek speelt een rol?”

Ik ben zo iemand die graag Gen.1 letterlijk wil blijven lezen en ook voor de vrouw in het ambt ben. Voor mij is dat niet zo vreemd, althans ik was me er niet van bewust dat het vreemd is of –volgens Dekker- vreemd moet zijn.

De volgende overwegingen spelen bij mij een rol:

In de bijbel worden we opgeroepen God als Schepper te belijden. Als Hij er niet was, waren wij er ook niet geweest. God als Schepper belijden is evenzeer een vooronderstelling/grondslag als de evolutietheorie ‘belijden’. Inderdaad, evolutietheorie die volgens mij steeds meer een evolutiegeloof wordt.

Het is voor mij altijd wat wrang dat we God, die Gans Anders is, inpassen binnen onze opvatting van wetenschap. Dat God de Schepper is lees ik even letterlijk als dat Jezus is opgestaan uit de doden. Volgens de wetenschap dienen we bij beide vragen te stellen. Maar wie of wat is trouwens de wetenschap?

Genesis 1 letterlijk lezen … kun je het anders dan letterlijk lezen? Wat is m.b.t. Gen.1 het verschil tussen letterlijk en figuurlijk lezen. Oké, zegt men, het is een gedicht of een prachtig stuk proza, maar beslist geen historisch (men bedoelt: wetenschappelijk) verslag. Wie zegt dat?

Impliceert het niet-letterlijk lezen van Gen.1 dat je warme gevoelens voor de evolutietheorie moet hebben? In de trant van: God de Schepper gaat uitstekend samen met de door God geleide (!) evolutie in de geschapen werkelijkheid. Dat zou kunnen, maar daar word ik niet warm van.

Net zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde het werk van God zijn, zo zijn dat de oude hemel en de oude aarde ook. De nieuwe hemel en nieuwe aarde ontstaan niet uit een wetenschappelijk te verklaren evolutiemodel. Evenmin als de oude zo zijn ontstaan.

Ik denk dat het belijden van God de Schepper van een andere (bijbelse) orde is dan voor/tegen de vrouw in het ambt zijn. Met de 12 artikelen belijden we als wereldwijde christelijke Kerk dat God de Schepper is. We belijden niets over de ambten en over wie al dan niet een ambt mogen bekleden.

Ik vraag mij af of ons ‘ambt’ (predikant, ouderling, diaken) zo rechtstreeks uit de bijbel te herleiden is. Alleen daarom al zou ik voorzichtig zijn om te zeggen dat de vrouw niet in het ambt mag, maar ook net zo voorzichtig om te zeggen dat de vrouw in het ambt moet. Want wie zegt dat?

Natuurlijk, de zwijgteksten van Paulus wil ik ook laten meespreken. Maar spreken deze over het ambt?

Wat hermeneutiek betreft: Daar ben ik geen held in. Ik probeer de bijbel te lezen en te verkondigen met het oog op de voortgang van Gods Koninkrijk: Hoe kunnen wij in ons leven van alledag de Drie-enige God dienen en verheerlijken.

Dit nog eens teruglezend denk ik: Inderdaad, wel wat vreemd allemaal. Maar toch!

Gert de Goeijen
Rantepao, Indonesië.

Gijsbert van den Brink reageerde op Twitter:

Leuk om jou hier tegen te komen Gert! Ik ben het niet met je eens t.a.v.je scepsis over evolutie. De theorieën die je noemt (m.n. creationisme en diluvialisme) zijn eigenlijk zonder uitzondering bedacht door christenen die er niet aan willen. De kadertheorie is wel een prima theorie, maar dan van bijbelwetenschappelijke aard. Ze laat zien dat er vanuit de Bijbel geen dwingende reden is om 'geleide evolutie' af te wijzen. En hoewel het waar is dat er nog tal van 'gaten' en onduidelijkheden zijn, is het ook zo dat wanneer je uitgaat van een miljoenen jaren proces van evolutie in heel verschillende wetenschapsgebieden (onafhankelijk van elkaar; het meest recent kwam hier de genetica nog bij) tal van stukjes in de puzzel blijken te passen. In die zin denk ik dat christenen geen steun meer moeten zoeken in alternatieven, maar zich rekenschap moeten geven van het gewijzigde wereldbeeld (net als in de dagen van Copernicus en Galilei). Hartelijke groet!

 

Waarop Gert de Goeijen weer een reactie instuurde:

Hartelijk dank Gijsbert voor je reactie. Een paar gedachten:

 - Tja, wat zijn plausibele wetenschappelijke theorieen? Er zijn tal van theorieen over de schepping in omloop: kadertheorie, creationisme, evolutionisme, diluvialisme, etc. M.i. moet de theologie zich niet zozeer laten bepalen door theorieen, die vaak ook wat betrekkelijks/voorlopigs hebben. Ik kan me voorstellen dat theologie graag het gesprek met de cultuur en de natuurwetenschap aangaat, maar geef niet te snel het eigene van de bijbel prijs.
 - Is er een theorie die kan bewijzen dat de schepping niet in 6 dagen van 24 uur kan?
M.i.kan dat niet, net zoals je wetenschappelijk niet kunt bewijzen dat Jona niet in de vis heeft gezeten of dat Jezus niet door dichte deuren en muren kan of dat Petrus niet over water kan lopen. Kun je plausibel maken dat het wel kan? Dat kan wel, zij het dat je het niet kunt bewijzen.
 - Over die scheppingsdagen van 24 uur nog dit: Aardig dat Koehler-Baumgartner in het woordenboek bij het woord 'jom' (dag) o.a. de betekenis noemt van een dag van 24 uur en daar expliciet Gen. 1,5 bij noemt. Nu is dit woordenboek uit 1958, dus van de jongste wetenschappelijke verklaringen niet op de hoogte, maar opmerkelijk is dat Jenni-Westerman dit in de THAT ook doet. Bij Gen.2,4 geeft laatstgenoemde de betekenis van 'tijdsperiode' bij het woord 'jom'. Plausibel, deze binnenbijbelse uitleg?
Het ga je goed.
Gert

 

 

Afdrukken