nr5 • 2007 • Het teken van de vis

juni 2007 (21e jaargang nr. 5)

   

Reactie ds. G.F. Dekker
op omslagfoto: Geloof op straat:
het teken van de vis op de heilige koe

 

Geachte redactie,
 
Aangenaam verrast was ik door het kleine fotootje op de voorzijde van Kontekstueel juni 2007. Het christelijke symbool van de Vis verenigd met de familienaam Peugeot. Snel sloeg ik het betreffende artikel op waarin vermoedelijk de geschiedenis van deze familie van Lutherse protestanten uit de doeken zou worden gedaan. Maar nergens was een uitwerking van deze verbindende beeldsymboliek te vinden. Na enig zoeken vond ik op de binnenzijde de mededeling dat deze foto van Piet van den Heuvel het geloof op straat moest uitbeelden; het teken van de vis op de heilige koe.
Tja. Wat zullen wij van deze dingen zeggen? Zijn auto’s heilige koeien voor ons? Het automobilisme is een exponent van overheersing van de natuur en de cultuur door de meedogenloze techniek van onze mensensoort. Techniek die om offers vraagt. De georganiseerde hoeveelheid kunststoffen en metalen die wij automobiel noemen is exponent van onze technocratische samenleving die onstuitbaar naar de afgrond lijkt te razen. Tegelijkertijd gaat van dit technische raffinement een fascinatie uit die soms op pure adoratie kan uitlopen. Men betaalt geld om in grote hallen het glimmende blik van dichtbij te kunnen bewonderen, aan te raken liefst. Men troost de ouderen onder ons die hun rijbewijs moeten afstaan vanwege hun fysieke beperkingen met de wetenschap dat er ook nog ”scootmobielen” zijn. Maar na een periode van voorbeweging door middel van een elektrische rolstoel zal men toch uiteindelijk het levenseinde onder ogen moeten zien. Dan wordt men in een grote glimmende wagen naar de laatste rustplaats gereden. Als voorganger achter de lijkwagen aan heb ik menig keer in de uitlaatgassen moeten happen die nodig waren om de baar stapvoets naar het eindpunt te brengen. Na de plechtigheid scheurt iedereen terug naar de eigen bestemming en probeert men weer gelijke tred te gaan houden met de snelheid waarmee deze samenleving zich gewoonlijk voortbeweegt. Almaar sneller met almaar meer verslinding van onze beperkte grondstoffen. Straks zal het waarschijnlijk voor iedereen nog maar stapvoets gaan. Ik vermoed dat de weerzin over deze praktijken het onderschrift bij dit fotootje mede bepaald hebben. Praktijken die ook de onzen zijn. Ik rij ook Peugeot.
 
Maar daar komt nog iets bij. Goedwillende en humanitair ingestelde mensen als de lezers van Kontekstueel hebben vaak een bijna aangeboren aversie voor techniek. Een aversie die te maken heeft met een natuurlijk verzet tegen alles wat tot stand gebracht is vanuit technisch inzicht vernuft en ambachtelijke vaardigheden. Theologen zijn nu eenmaal eerder “taalbaasjes” dan sleutelaars. Eerder muzikaal dan handig. En een belangrijk deel van de mensheid wantrouwt alles wat de “demiurgos” uit het vuur weet te smeden. Daar moet Lucifer achter zitten, de Satan! Tubal-Kaïn was smid. Wij willen liever familie van Abel zijn dan van het geslacht van Kaïn!
Maar is deze Bijbeltheologische motivatie niet eerder een verhulling van het gebrek aan technisch inzicht en vaardigheden dat mensen kenmerkt die een heel andere opleiding en beroepswereld kennen dan wij? Voor een deel is de afwijzing van de techniek een romantische poging om de vraagstukken en de ethische problemen die de techniek met zich meebrengen te ontlopen door te vluchten in het credo: “Terug naar de natuur”. Prachtig wordt dit dilemma beschreven in het boek van Robert Pirsig: “Zen and the Art of Motorcycle Maintenance”. De steeksleutel die op de voorzijde uit het groene gras oprijst is illustratief voor zijn filosofie.
 
Met hem wijs ik deze weerzin en dit escapisme af. Niet alleen omdat de techniek onmisbaar is geworden in onze fijnmazige samenleving maar ook omdat goed gebruikte techniek ons veel kan brengen. Ieder keer opnieuw dienen gelovigen te vragen wat het doel en wat de prijs is van technische verworvenheden. Iedere keer opnieuw dienen de bijbels-georienteerden zich af te vragen hoe God en de humaniteit gediend kunnen worden door het menselijk kunnen. Een orthodoxe jood verwenst het vliegtuig niet waar hij in moet stappen omdat het zich vuurspuwend en vuilspuitend door het zwerk gaat begeven, hij spreekt een zegen uit opdat deze techniek met alle respect voor de Allerhoogste zal worden ingezet. Zoiets heeft te maken met een besef van afhankelijkheid en kwetsbaarheid. Maar ook met een vertrouwen in het de wijze waarop de Naam met het menselijk maaksel mee kan vliegen. Hij heiligt niet de koe maar de Eeuwige.
Vandaar dat ik een lans wil breken, niet alleen voor de Vis die sommige voertuigen van het wagenpark siert. (ik zal daar zelf niet gauw aan meedoen, denk ik, omdat ik denk dat uit het menselijke gedrag en dus ook het verkeersgedrag de drijfveren zichtbaar moeten worden en niet andersom. Maar dit terzijde).
 
Ik wil ook een lans breken voor de familienaam Peugeot. Voor romantici is alles wat het plaatwerk van een voertuig verhult eender. Men wordt ten hoogste aangesproken door de glimmende verschijning van het koetswerk. Wat er onder zit is lelijk, vies en vol duistere gedachtegangen. Toch is het mogelijk om daar ook liefde voor te koesteren. Liefde die geen adoratie is maar aandacht en belangstelling. Zo verging het ook de familie Peugeot. Vanaf het begin van de achttiende eeuw was deze lutherse familie in het land van Montbéliard bezig met de smeedkunst. Zij ontwikkelden hun industriële productie vanuit een protestantse geest. Hun burgerlijke vrijheidszin stelde hen in staat op vanuit een groot maatschappelijk besef een imperium op te bouwen. Ik kan daarover nu niet teveel uitweiden maar breek een lans voor hun ondernemersgeest, technisch gevoel en christelijke waarden en normen. J.C. Peugeot schrijft dat zijn één van zijn voorvaders, Emile Peugeot en dienst dochter die in 1928 stierf, vanuit hun geloof geboeid waren door idealen voor vrede en gerechtigheid, om enkele voorbeelden te noemen. De Peugeots hebben de werkomstandigheden van hun personeel hervormd, lang voordat de samenleving hen volgde; Dertig jaar voordat dit in Frankrijk “bon ton” was hadden hun werkers al een werkdag van 10 uur. Vanaf 1853 was er in het bedrijf al een vorm van “sociale zekerheid”. Het personeel kon goedkope woningen krijgen. Jongeren kregen opleidingen binnen het bedrijf. Vanaf 1811 verstrekte Peugeot weduwepensioenen. Al het personeel kreeg na een arbeidsverleden pensioen. Er zijn ongetwijfeld ook minder fraaie dingen te noemen van dit bedrijf, maar dit wil ik toch geschreven hebben.
Want deze dingen zijn goed om te bedenken als u weer eens een pepermolen ter hand neemt en ontdekt dat dit een Peugeot-produkt is; een protestants stukje gereedschap. En zo maakt men daar nog meer dingen van aardse grondstoffen voor de mensen. Geen reden om hun producten heilig te verklaren. Er kleven overal nadelen aan. Iedereen zal zijn eigen geweten moeten benutten en niet slaafs achter de machinaties van de machten aan moeten lopen. Maar een Vis op een Peugeot vind ik niet zo’n slechte combinatie.

Gert Dekker
Predikant-directeur “Ruimzicht”.


reactie Piet van den Heuvel

Beste collega,

Een van de voorrechten van het ambt van predikant – ik heb het vandaag weer eens ondervonden – is dat men ons wijsheden toedicht waarvan we zelf niet het geringste vermoeden hadden dat we ze in huis hadden. Meer dan eens heb ik meegemaakt, dat een gemeentelid in de loop van de week mij meedeelde dat hij of zij zeer gesticht was over wat ik de afgelopen zondag had gezegd en dat betrokkene het daar ook hartelijk mee eens was. Een dergelijke reactie is natuurlijk zeer bevorderlijk voor het zelfvertrouwen. Blijkbaar komen er uit mijn mond ook wel eens wijsheden voort.
Liet men het daar maar bij! Lastiger werd het als men vervolgens ging vertellen waardoor men zo was gesticht: 'zoals u zo treffend zei:....' en dan volgde er een uitspraak die mij in de grootste verlegenheid bracht. Om te beginnen kon ik me niet herinneren zoiets ooit te hebben gezegd (dat kan natuurlijk aan mijn geheugen liggen), maar vooral: ik zou het ook nooit gezegd willen hebben! Zo'n reactie scheept je op met een dilemma: als je gaat ontkennen zo iets te hebben gezegd maak je het gemeentelid tot leugenaar (en dat bevordert de saamhorigheid in de gemeente niet). Als je ronduit beweert dat je het met die stelling niet eens bent, drijf je het conflict op de spits en is de eerste steen aangedragen om tot een 'ongeschiktheid ter plaatse' te geraken.

Ik wil niet de weg van het conflict gaan en spreek dus hierbij uit dat ik aangenaam verrast was door het uitvoerige betoog dat u aan het minuscuul kleine fotootje op Kontekstueel heb gewijd. Ik was me er niet van bewust dat ik zulke diepe gedachten in zo'n kleine prent kon leggen!
Eerlijk gezegd was – van mijn kant bezien – de aanleiding nogal prozaïsch. Ik had me voorgenomen om gedurende één jaargang in beeld te brengen waar vandaag de dag in het openbare leven nog verwijzingen naar het christelijk geloof te zien zijn (daarbij kerken e.d. buiten beschouwing gelaten). Zodoende kwam ik bij Willibrord die pontificaal op zijn paard zetelt, bij gevelstenen uit vervlogen eeuwen, en zo meer. Maar zijn er ook nog moderne varianten, dus voorbeelden van eigentijdse symbolen die worden aangewend om een verwijzing naar de Bijbel te zijn? Dat bleek nog niet zo eenvoudig, en zodoende kwam ik bij het visje op de Peugeot van mijn zus. Omdat ik meestal vermeld waar ik het betreffende symbool heb aangetroffen, heb ik bij wijze van (een niet al te originele) woordspeling toen maar geschreven: het teken van de vis op een heilige koe. Niet wetende dat ik daarmee een wereld van diepzinnigheid aanboorde.

Toch waag ik het op de exegese van collega Dekker enige voorzichtige kritiek te oefenen. Is die wel voldoende e mente auctoris gepleegd? Hij vermoedt namelijk dat er een aversie tegen de techniek in het algemeen en tegen Peugeot in het bijzonder onder de oppervlakte borrelt. Een dergelijk interpretatie moet ik echter nadrukkelijk van de hand wijzen:
om te beginnen weet iedereen die mij kent dat ik dol ben op knopjes. Vroeger al was ik gewoon om alles uit elkaar te schroeven om te kijken hoe het er van binnen uitzag. Op mijn trouwerij ontving ik als geschenk een Dinky Toy om ermee over de rand van de preekstoel te kunnen rijden! Mijn belangstelling voor digitale fotocamera's neemt evenredig toe met het toenemen van het aantal instellingsmogelijkheden die ik ook allemaal ga uitproberen. En om nog éń huzarenstukje te noemen: gisteren heb ik met veel moeite bij een speciaalzaak een bitje Torx 6 weten te bemachtigen om de gaspitten in de caravan uit elkaar te kunnen schroeven en te repareren. Ik hoop dat collega Dekker hierdoor overtuigd is van mijn grote liefde voor de techniek.
Dat ik niet de enige ben, zal binnenkort blijken als op de omslag van 21-6 de molen 'de held Jozua' prijkt, een paltrokmolen (1719) in Zaandam, die in 1728 eigendom bleek te zijn van 'Gerardus van Aelst, predikant in de Gereformeerde kerke tot Westsaendam'. Deze collega had blijkbaar iets met molens.
Wees ervan verzekerd dat er van escapisme dus geen sprake is.

En dan de Peugeot. Ik geef  toe dat ik een afvallige ben. Ik ben vervallen aan een Renault en dat is iets heel anders. Maar ik blijf beweren dat de Peugeot 304 die ik in 1972 kocht de beste auto is die ik ooit heb gehad (zijn opvolger was opnieuw een Peugeot 304, maar die was al iets minder).
Toen wist ik nog niet dat Peugeot van lutherse afkomst was. Als we daarvan tijdig op de hoogte waren geweest was het Samen-op-Weg proces ongetwijfeld veel soepeler verlopen. Met name dat de Peugeot-familie kennelijk zo sociaal bewogen was, pleit voor haar. De mededeling over de pepermolen bracht me echter weer aan het twijfelen. Ten tijde van de vereniging waren de gemoederen al zo verhit, dat - naar ik vrees - het toedienen van Peugeot-gemalen peper de zaak geen goed had gedaan.

Kortom: ik was zeer gevleid dat het visje zoveel aandacht heeft gekregen.

Afdrukken