nr5 • 2011 • reacties op nr. 25-5

(reactie 31 mei 2011)

Beste redactie van Kontekstueel,
 
In de kringen waarin ik verkeer hoor(de) je nog al eens: "Wel mooi maar ik heb dit of dat gemist." In dit nummer worden reacties van lezers gevraagd en als niet-predikant voelde ik aan het eind van het lezen behoefte om dit nu ook eens te zeggen: “Ik mis wel wat hoor!”.
Vaak interessante, prikkelende artikelen soms, (de reden waarom ik als meer tot de 'bevindelijke' kant behorend kerklid toch al meer dan een decennium lezer ben), maar ik mis wat. En niet alleen in dit nummer maar maar in meer nummers.
Waar is de ootmoed? Waar het zonde-en schuldbesef? Waar de liefde? Waar de Heilige Geest, Die overtuigt, inleidt, verder leidt, met Christus verbindt? Het met de Geest vervuld zijn? Waar het ‘geen vriend van de wereld willen zijn, die in het boze ligt”? Waar het ontzag? Waar het Heilige? Het IK van de gemeenteleden staat zo centraal. Het met de tijd mee willen gaan. De kerk als één van al m’n andere activiteiten, die blij mag zijn als ik er ook aandacht voor heb…(“geloven is niet saai, u weet wel…”)
Waar zijn de predikanten, die de gemeente verkondigen: “Zo zegt de Heere!”, omdat ze dat zelf van Hem gehoord hebben, omdat ze in hun omgang met God dát op hun ziel gekregen hebben, omdat ze niet anders kunnen en hun hart brandt. Waar is het gezag dat uitstraalt van hen? Waar de ernst van het leven?
“Je mist nogal wat!” Jazeker, en niet alleen in Kontekstueel maar ook in veel spreken over kerkverlating, secularisatie, marginalisatie. Wel erg horizontaal allemaal. En ik steek als eerste de hand in eigen boezem! Maar we mogen toch niet alleen leven uit Christus’ lijdelijke gehoorzaamheid maar ook uit Zijn dadelijke gehoorzaamheid. Het wordt ons geschonken op het gebed. Dan is er hoop voor de Kerk.

Ik wens jullie veel aandacht ook voor deze zaken toe. Die maken het m.i. alleen maar relevanter en kontekstueler.

Hartelijke groet,
 
R.P. (Rob) Plattèl
Woudenberg


(reactie 28 mei 2011)

Zal de kerk het volhouden?
H.O. Molenaar    

Iemand kreeg een profetisch beeld van een kathedraal. Dat geweldige gebouw was veranderd in een enorme puinhoop. Maar midden tussen de scheuren en de brokstukken zat een man steentje voor steentje op te stapelen. Dit beeld drukte uit: de kerk is een puinhop geworden, maar te midden daarvan bouwt Christus Zelf steentje voor steentje zijn kerk op. Dat mag ons bemoedigen. Niet de puinhopen hebben het laatste woord, maar het eeuwige gebouw dat naar Gods gemaakt bestek zal rijzen. Niet het oordeel, maar de liefde. Maar is er vanuit deze achtergrond wat te zeggen over de achteruitgang, de crisis, het oordeel waar de kerk hier in Europa nu doorheen gaat?

Ik zou hierover twee opmerkingen willen maken.
In de eerste plaats over wat de kerk naar haar wezen is. Zij is, als lichaam van Christus, een organische eenheid. Zoals ons eigen lichaam een eenheid is en tot uitdrukking brengt wat wij in ons hoofd denken, zo hoort het lichaam van de kerk een eenheid te zijn welke tot uitdrukking  brengt wat het Hoofd Jezus Christus wil. De kerk is bedoeld om Jezus Christus te openbaren. Allereerst naar de hemelse gewesten en dan naar wereld toe.
Waar eenheid is kan het leven gedijen, waar geen eenheid is treden tegenstellingen, ziekte en sterven op. Niet voor niets bidt Jezus in Johannes 17:21 “Laat hen allen een zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld geloof dat u mij hebt gezonden”.
De reden dat de wereld niet meer geloven kan in Jezus Christus heeft voor een belangrijk deel hiermee te maken dat wij geen eenheid vormen. Wij hebben het ene lichaam van Christus in stukken gehakt. Zo vloeit het leven er uit. Mensen gaan weg, het ‘zegt’ hen niets meer. ‘De zonden van de voorgeslachten rusten zwaar op ons’. ‘Onze’ kerken zijn, naar het beeld van Jeremia, uitgehouwen bakken die het water niet kunnen houden. Wij hebben ‘onze kerken’ opgebouwd van beneden naar boven, als torens van Babel. Zo is de kerk geworden: èn het lichaam van Jezus Christus èn tegelijk Babylon, inclusief de Babylonische spraakverwarring waarin men elkaars taal niet meer verstaat. Dat kom ik ook tegen in de zonden en opstand in mijn eigen hart. Nieuwe en oude mens. Er is geen enkele reden om mij boven wie dan ook te verheffen.    
Het grote probleem is dat Jezus Christus Zich niet meer openbaren kan in zijn lichaam de kerk en dat vanwege de verdeeldheid. Wat mij opviel is dat daar vrijwel nergens in de artikelen over wordt gesproken. Dat is wel te begrijpen: we zijn zo gewend geraakt aan de verdeeldheid. We weten wel dat het zo niet moet, maar we weten ook geen oplossing voor die versplintering. En zo gaat het van kwaad tot erger.
Is de eerste weg  niet dat wij ons verootmoedigen over de puinhoop die wij van de kerk gemaakt hebben? Dat wij het boetegebed uit Daniël 9 tot het onze maken? ‘Want uw dienaren hebben de stenen van Sion lief, de ruïnes vervullen hen met deernis’.

Dat brengt me bij het tweede. Als de Gereformeerde Kerken al zo verdeeld zijn, is het de vraag of de gereformeerde traditie wel voldoende in staat is antwoord te geven op de crisis die gaande is. Daarmee ontken ik niet de rijkdom die in deze traditie opgeslagen is. Maar als ik elders lees dat we ook elementen uit de vroeg christelijke kerk naar voren moeten halen, dat we veel meer moeten groeien in katholiek besef en mogen putten uit ander tradities van andere kerken, is daarmee dan al niet een antwoord gegeven?
Uit eerdere artikelen in Kontekstueel maakt ik op dat wij van harte theologiseren van “boven naar beneden”. Terecht. Maar wat houdt dat in?  Ik denk dat wij willen uitgaan niet van onze menselijke ervaring, maar van Gods openbaring.
Wanneer ik dan in het Oude Testament lees dat Mozes de tabernakel exact moest bouwen volgens het model dat God hem op de berg getoond had, dan vraag ik me af of dit gegeven ons nu niet wat te zeggen heeft?
Wat dan? Op zijn minst de vraag of God nu niet aan ons openbaren kan hoe Hij eigenlijk zijn lichaam de kerk bedoeld heeft. Hoe Hij zijn huis gebouwd wil hebben. Hoe Hij wil dat de erediensten tot zijn eer gebracht worden. Dat heeft grote gevolgen voor de eredienst, grote gevolgen hoe Hij - De Eeuwige - tot ons komt in doop en heilig Avondmaal. je zou de uitdagende vraag kunnen stellen of de Rooms-Katholieke kerk in de viering van de eucharistie niet dichter bij sommige bijbelse gegevens gebleven is dan de protestanten. Zoals een collega zei: ‘Veel Calvinisten zijn in feite Zwinglianen’. De sacramenten zijn in hun beleving niet meer dan een symbool.
Waar het op neer komt is de vraag of we durven geloven dat God ook in 2011 nog antwoord geven wil aan mensen die zich echt willen verootmoedigen voor wat wij van zijn kerk gemaakt hebben. ‘Here, wij weten het niet, maar U wel’.   
Omdat er naar Hem niet geluisterd wordt gaat het oordeel voort en zal het verder voortgaan. Maar het oordeel heeft in de Schrift nooit het laatste woord. Naar analogie van kruis en opstanding van Christus zal God het oordeel gebruiken om te komen tot zijn doel. Het nieuw Jeruzalem dat van boven is.

Ds. Herman Molenaar is predikant (PKN) in Heelsum

Afdrukken