Skip to main content

40e jaargang nr.  1 (januari 2026)
thema: De deugd in het midden

Kees van den Berg
Laatst geboekt
Ge(s)laagde kinderliteratuur

In ons huis heerst al decennialang een voorleescultuur. Met name ondergetekende zet zich daar graag voor in. Zo las ik de integrale zevendelige serie De Kronieken van Narnia van C.S. Lewis aan al onze kinderen voor. Dat wil zeggen: aan ieder kind de hele serie, want tussen onze drie kinderen zit respectievelijk drie en vijf jaar. Toen zij zelf de betere kinderliteratuur konden lezen, stopte dat voorlezen van mijn kant. Behalve bij onze derde: dochter Myrthe.
Zij heeft namelijk een verstandelijke beperking. Dat betekent dat ik haar blijf voorlezen, ook al is ze intussen 21 jaar. Dat is echter geen straf. Integendeel, allebei genieten we ervan. Het mooie van goede kinderliteratuur is immers dat deze ook voor volwassenen veel te bieden heeft. Neem die genoemde Narnia Kronieken. Deze bestaan niet alleen uit geweldige fantasie, maar ze vormen in feite ook één grote allegorie van het christelijk geloof, die allesbehalve zoetsappig en voorspelbaar is. De leeuw Aslan – symbool voor Christus – is zeker geen doetje…
In deze aflevering van de laatst geboekt schotel ik u graag drie recente kinderboeken voor, waar onze dochter en ik door geraakt werden.

Mijn naam is Edith
Precies op Bevrijdingsdag las ik de laatste bladzijden voor uit Mijn naam is Edith (2025) van Lianne Biemond-Kasbergen. Volgens Myrthe was dit het mooiste boek uit de oorlog dat ze ooit gehoord had. Dat wil wat zeggen, want vele soortgelijke boeken gingen dit boek voor. Myrthe is sinds haar jaren des onderscheids namelijk verzot op boeken uit de oorlog.
Dat dit boek haar zo raakte, komt ongetwijfeld ook door het gegeven dat Edith in Gouda woonde: onze woonplaats. Voor Gouwenaars is het boek dan ook een feest van herkenning: de Lange Tiendeweg, boekhandel Verkaaik aldaar, Boekhandel Smit iets verderop, het Spaardersbad, de Reeuwijkse Plassen, enzovoort: al die plekken komen in het boek voor.
De jonge Edith geniet van het stadse leven, van de eerste lessen op school, van het spelen met haar vriendjes en vriendinnetjes. Je maakt als lezer de Joodse feesten mee en het leuke is dat er ook allerlei Joodse recepten in het boek te vinden zijn. Het water liep Myrthe en mij regelmatig in de mond. Sowieso heeft Biemond een aanstekelijke schrijfstijl, die helemaal aansluit bij de leefwereld van kinderen zonder kinderachtig te worden. Het is daarom ook een echte aanrader voor volwassenen.
Dan breekt de oorlog uit, de idylle wordt ruw verstoord. Ediths wereld wordt steeds kleiner en beperkter: het zwembad mag ze niet meer in, ze wordt van school gestuurd en ze moet de Davidsster dragen.
Edith moet uiteindelijk onderduiken. In haar eentje, samen met haar pop Bella, vindt ze onderdak in Zwammerdam, in een pastorie nota bene, waar dominee (‘tante Abelia’) Günther woont. Zij ontfermt zich over Edith. Ze probeert het leven van Edith zo aangenaam mogelijk te maken. Totdat zij verraden wordt door een Goudse politieagent. Edith komt op het Haagse politiebureau terecht, waarna ze naar Westerbork moet. Daar verblijft ze een aantal maanden, totdat ze op de trein wordt gezet naar Auschwitz, om niet meer terug te keren.
Dit verschrikkelijke drama beschrijft Biemond sober. Ze verliest zich niet in al te veel gruwelijke details. Het is immers wel een kinderboek. Maar daardoor komt het misschien nog wel meer binnen. De laatste bladzijde is prachtig qua taal, maar biedt ook licht in de zwarte nacht van de Shoah.
De slotpassage raakte mij zo dat ze terugkwam in mijn preek op de zondag erna: ‘Toch waren er steeds lichtjes in de nacht, warm als de kaarsen van Chanoeka.’ Biemond somt een aantal van die lichtjes op: de omhelzing van Ediths moeder, de zegen van haar vader, de liefde van tante Abelia, de woorden van rabbijn Dasberg in de trein naar Auschwitz, de hand van Bert op weg naar de douche, die een gaskamer bleek. En dan eindigt Biemond met: ‘Lichtjes die Edith tot het einde zag, de warmte ervan voelend. Zelfs met gesloten ogen. Laten wij kaarsen zijn voor de mensen om ons heen.’

Krekel
In de zomer las ik Krekel (2025) van Annet Schaap voor. Schaap was voorheen vooral bekend als uitmuntend illustrator, maar in 2017 debuteerde ze met haar eerst geschreven boek: Lampje. Dat boek is intussen een ware klassieker geworden. Het werd zelfs, twee keer op rij, in de Grote Vriendelijke Podcast (en daar hebben ze er echt verstand van) verkozen tot Favoriet Kinderboek Aller Tijden.
Krekel is het vervolg op Lampje, maar je kunt het ook los lezen. Het is een werkelijk fantastisch kinderboek. Neem dat ook maar letterlijk, want het boek is één grote ode aan de fantasie.
Krekel is een jongetje met één arm. Aan de andere kant zit een vleugel. Langzaam wordt duidelijk wat daar de reden van is. Beter gezegd: wie daarachter zit. Diezelfde persoon heeft ook zijn broers betoverd. Samen met zijn grotere zus Eliza gaat Krekel naar hen op zoek. In een havenstad willen ze aanmonsteren op een schip. Dat loopt echter op een fiasco uit. Ze gaan terug naar het ouderlijk huis. Daar komen ze aan op de bruiloft van vaderlief met zijn nieuwe vrouw: Duifje. Die naam is eigenlijk veel te lieflijk voor deze feeks van een vrouw. Ze voldoet werkelijk aan alle vooroordelen omtrent nare stiefmoeders. Hoewel ze eigenlijk toch ook iets aandoenlijks heeft. Dat is het knappe van Annet Schaap: zij tekent haar personages ook mild en gelaagd.
Hoe dan ook, uiteindelijk monsteren Elize en Krekel toch aan op een schip, ‘De Zeemeid’ geheten. De kapitein is Berg, een ruwe zeebonk, met heel veel humor. Juffrouw Amalia gaat ook mee, een vrijgezelle schooljuf, die een grote zwak heeft voor met name Krekel. Zij is de keurigheid zelve. Zij heeft een Jezusbeeld, dat haar constant van commentaar voorziet. Het deed mij denken aan de komische serie ‘Don Camillo’, waarin de gelijknamige dorpspastoor ook voortdurend in gesprek is met een crucifix. Het Christusbeeld is bij juffrouw Amalia een verlengstuk van haar geweten. Om diens commentaar moest ik vaak smakelijk lachen. Myrthe wat minder. Dat maakt Krekel ook zo geweldig en tot echte literatuur: het is gelaagd. Voor kinderen is het één groot avontuur, met zware stormen, zeemeerminnen, sprookjesachtig en soms thrillerachtig. Voor volwassenen is het ook een queeste, een odyssee naar de Witte Kliffen, naar hereniging en redding.
Die redding komt er op wonderlijke wijze. Laat ik dit zeggen: ook theologisch gezien valt hier wat te halen. Zou het te maken kunnen hebben met het feit dat Annet Schaaps opa dominee was (de bekende dominee Van Pagée)?
Een van de ontroerendste passages is die met de brandneteltruien die Eliza breit. Deze ‘kleren des heils’ zijn vervaardigd met bloed, zweet en blaren – dus hebben ze werkelijk een offer gevraagd – maar juist die staan garant voor het wonder van de wedergeboorte.
Nog iets anders: in dit verhaal is de vader verloren, maar gaat uiteindelijk op weg naar zijn zonen. Het is een verrassende omkering van de bekende gelijkenis.

Het touw en de waarheid
Mijn broer en zus, beiden werkzaam in het basisonderwijs, hadden mij Het touw en de waarheid (2024) van Marco Kunst getipt. Toen ik het in de herfstvakantie in een boekhandel in Vlissingen zag liggen, was ik direct verkocht, niet in de laatste plaats door de schitterende illustraties. Jeska Verstegen is hiervoor verantwoordelijk. Zij won hiervoor niet voor niets in 2024 het Gouden Penseel, de prijs die ieder jaar wordt uitgeloofd aan het mooist geïllustreerde kinderboek van het afgelopen jaar. De paginagrote illustraties zijn ook wonderschoon. Dat geldt ook voor de inhoud van het boek. Dit is het meest poëtische boek van het drietal hier besproken kinderboeken.
Marco Kunst weeft hier twee verhaallijnen kunstig door elkaar heen. Deze wisselen elkaar steeds af. De eerste verhaallijn is die van de jongen Ylan. Hij woont in een klooster op het denkbeeldige eiland Skribe. Die naam zegt het al: alles draait er om taal. Werkelijk alles is beschreven met letters. Maar niet voor niets zijn de illustraties in grauwe kleuren. Ylan is er niet gelukkig. Hij is een wees. Hij moet van de monniken op zoek naar de waarheid. Alleen weet niemand waar en wat die waarheid is. Totdat Ylan op het woord ‘verlangen’ stuit. Dat zet hem in beweging, zo zeer dat hij met een roeiboot van het eiland wegvlucht.
Op een ander eiland woont Kyra. Ook zij heeft geen ouders meer. Haar oma zorgde voor haar en leerde haar stoffen verven in de prachtigste kleuren. De illustraties zijn hier juist vol kleur. Haar grootmoeder is intussen overleden. Kyra is niet meer veilig op het eiland. Er zijn al een keer roofzuchtige mannen op het eiland geweest. Ook in Kyra ontstaat een verlangen naar elders, naar ‘een beter vaderland’. Zij stapt op een vlot, maar voor de zekerheid heeft ze een oneindig lang touw gevlochten. Dat bindt ze vast aan haar eiland. Maar al snel breekt dat los. De banden worden doorgesneden.
Zo dobberen beiden op de immense zee. In die zee huizen twee monsters: de walvis Livyathan (hier hoort de geoefende bijbellezer het oermonster van de Leviatan in) en Krayke, een enorme octopus. Deze hebben al eens met elkaar gestreden, op leven en dood, maar hebben nu een wapenstilstand. Als boven hen op het wateroppervlak Ylan verschijnt, die het rode losgebroken touw van Kyra heeft opgevist, schiet Lyvyathan naar boven. Ylan weet het touw om hem heen te slaan, maar de bijna blinde Krayke denkt dat zijn concurrent zich aan een andere octopus vergrijpt. Zodoende ontbrandt hun strijd opnieuw. In die kolkende zee stuiten Ylan en Kyra op elkaar. Ze weten te ontkomen en komen aan op een ander eiland.
Daar begint hun nieuwe toekomst. Het veelkleurige touw roept allerlei herinneringen op bij Ylan – prachtig beschreven door Kunst – die hij zodoende leert te verwerken. Langzaam dringt de waarheid over verleden en heden tot hem door.
Ylan en Kyra vormen een mooi stel: hij is de man van de taal, zij is de vrouw van de beeldende kunst. Samen schrijven ze een boek. Het is het boek, dat wij in handen hebben.
Het touw en de waarheid is een schitterend boek, een ode aan de taal en de verbeelding, een psychologisch en mythologisch kleinood over rouw, verlangen en heling. Ik weet het: ik gebruik nu grote woorden, maar ook voor kleine mensen is dit een dikke aanrader!

Lianne Biemond, Mijn naam is Edith (Apeldoorn: De Banier, 2025);
Annet Schaap, Krekel (Amsterdam/Antwerpen: Querido, 2025);
Marco Kunst, Het touw en de waarheid (Rotterdam: Lemniscaat, 2024).

C. van den Berg is predikant van de Protestantse Wijkgemeente Pauluskerk in Gouda.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

  • Raadplegingen: 14