Skip to main content

nr5 • 2025 • Opnieuw beginnen

39e jaargang nr.  5 (september 2025)
thema: Wij geloven - 1700 jaar Nicea

Rens de Ronde
Laatst geboekt
Opnieuw beginnen

Voor de zomer las ik met mijn gemeente in de diensten het bijbelboek ‘Ruth’ door. Het is een bijbelboek dat op allerlei manieren raakt aan de actualiteit. Het gaat over een vreedzaam samenleven tussen niet-Joden en Joden. Het gaat over vrouwen in een wereld waarin (met name) mannen nog wel eens grensoverschrijdend gedrag kunnen vertonen. Het gaat over toeval en gewaagde acties. En het gaat over migratie, natuurlijk.
Wat me opviel bij herlezing van het boek, is hoe Boaz Ruth aanspreekt bij de eerste ontmoeting: ‘Ik heb alles over je gehoord’. Om die reden stelt Boaz zich vriendelijk op. Blijkbaar maakt dat verschil bij migratie: of je weet waar iemand vandaan komt. Of je iets weet van de wereld die iemand heeft achtergelaten, van de offers die iemand heeft moeten brengen om hier te komen. Een migrant als Ruth komt niet uit het niets: ze begint opnieuw, en die achtergrond is van groot belang om iets van haar te kunnen begrijpen.
Dat belang van het kennen van iemands verhaal komt mooi naar voren in het deels autobiografische boek Citroeninkt van Maral Noshad Sharifi. Daarin maken we kennis met Talar. Zij is als kind met haar ouders gevlucht uit het Iran van de ayatollahs en in het Zuid-Hollandse Moerkapelle beland.

Onschuld
We volgen haar belevenissen op de basisschool – eerst de christelijke, later de openbare – en aan alles merk je dat Talar niet helemaal thuis is in het dorp. De gebruiken bij haar thuis zijn merkbaar anders dan die bij haar vriendinnen. Een meester op school heeft door dat ze niet alles kan uiten wat ze wil, en helpt haar om met citroensap haar belevenissen op te schrijven. In het zwembad wordt ze uitgescholden voor een ‘vieze stinkturk’.
Ondanks die zwaarte is het boek prachtig en meeslepend geschreven. De kinderlijke onschuld waarmee Talar haar nieuwe wereld in zich opneemt, wordt sterk, vol humor en soms pijnlijk eerlijk neergezet. Stukje bij beetje krijg je beeld bij het leven van een jong Iraans meisje in een christelijk dorp. Als lezer ga je je vooral steeds meer verbazen over Talars ouders. Waarom reageren die zo allergisch als er een bijbelverhaal wordt verteld op de christelijke basisschool? Waarom moet de Barbie, die Talar meegenomen heeft uit Iran, van haar moeder in de verpakking blijven?
Tussen de episodes uit Moerkapelle, die spelen in de jaren ’90 en ’00, wordt verteld over een ander verleden. We horen over jonge Iraniërs die thuis zijn in hun land, genieten van de bergen, verliefd raken, zich een toekomst voorstellen. Onderhuids groeit het verzet tegen het regime – verzet dat soms naar buiten breekt en gevaar creëert. Langzaamaan groeit de angst. Langzaamaan ga je, met de ik-persoon die in het heden leeft, steeds meer van de ouders begrijpen.
Er ontstaat een beeld van wat het betekent om opnieuw te moeten beginnen, terwijl het verleden je blijft achtervolgen. Het levert mensen op die altijd ‘vooralsnog’ leven: altijd met een been in het heden, een been in het verleden. Een helft vertrouwen en een helft achterdocht. Zoals Noshad Sharifi opmerkt in het voorwoord: ‘Je kunt van een half mens geen heel mens maken. Niemand kan dat.’ Het is die tragiek (want dat is het) die in het boek op prachtige wijze wordt verbeeld.

Een veelheid aan verhalen
De onmogelijkheid om het verleden geheel achter je te laten, is ook een van de vele thema’s in de roman Oroppa van Safae el Khannoussi. In deze uitbundige roman, dit jaar bekroond met de Libris Literatuurprijs, maken we kennis met de kunstenares Salomé (of Salma) Abergel. Hoewel, ‘kennismaken’ is misschien wat te veel gezegd: we ontmoeten het hoofdpersonage in eerste instantie indirect, via de belevenissen van verschillende mensen wier levens op een of andere manier aan dat van haar raken. Wat er écht speelt, gaat je als lezer pas langzaam dagen.
Zo is er Hind el Arian, een overdadig blowende snackbarmedewerker, die door haar baas de opdracht krijgt om op het huis van Abergel te passen. Ze raakt onder de indruk van de schilderijen die in de kelder verstopt liggen. Er is Hbib Lebyad, de eigenaar van de snackbar, die al jaren in Amsterdam woont, maar ook nog een huis verhuurt in het Tunesië waar hij vandaan komt. In Parijs ontmoetten we Irad, Abergels zoon, die met zijn moeder gebroken heeft en een smoezelig café runt waar de meest merkwaardige figuren opduiken. Een van hen: een vrouw die de dood van haar broer wil wreken. En in een flatje in Amsterdam ontmoeten we Yousef Slaoui, een terminale Marokkaan die ooit gevangenen martelde. Na een toevallige ontmoeting probeert hij met zijn verleden in het reine te komen. En tot slot is er een anonieme dagboekschrijver, die alles over de hoofdpersonen lijkt te weten, maar met geen van hen lijkt samen te vallen.
El Khannoussi presenteert een prachtige caleidoscoop aan verhalen en motieven die met merkbaar plezier worden verteld. Die veelheid maakt het in eerste instantie moeilijk om de rode draad in het boek te volgen: voor je het weet is de vertelling alweer op een of ander zijspoor beland dat op het oog weinig met de hoofdlijn te maken heeft. Combineer dat met het soms barokke taalgebruik en verschillende vertelstijlen, en het is begrijpelijk dat veel lezers het einde van het boek niet halen. Maar Oroppa is dan ook een boek dat werk van de lezer vraagt: niet alles wordt duidelijk en ook niet alle verhaallijnen worden afgehecht. Net als in de wereld buiten de roman moet je als lezer zelf aan de slag om van de verschillende brokstukken een samenhangend geheel maken.
Wie die uitdaging aan wil gaan, ontmoet een roman om heerlijk in te verdwalen, te bespreken, te lezen en weer opnieuw te lezen. Het gaat over migranten in Nederland (alle hoofdpersonen hebben een migratieachtergrond) die in smoezelige snackbars werken of met een taalachterstand bij de dokter komen. Het gaat over mensen die maatschappelijk buiten de boot lijken vallen en enkel elkaar hebben om op terug te vallen. Het gaat over Marokkanen en Tunesiërs en Joden, en de Nederlandse neiging om alle moslims op een hoop te gooien. Het gaat over goede en slechte daden, en de poging om daarmee in het reine te komen. En het gaat natuurlijk over Europa, het continent dat van alles belooft, maar vooral een plek blijkt ‘om de weg kwijt te raken’, zoals iemand in het boek roept.
Wat blijkt: het verleden achter je laten en opnieuw beginnen is niet zomaar gedaan. Vrijwel alle personages zijn op zoek naar een nieuw leven, naar een ‘eenentwintigste arrondissement’ (Parijs telt twintig arrondissementen), waarin alles eindelijk op zijn plek zal vallen. Geen van de personages slaagt erin om daar te komen. De Romeinse dichter Horatius dichtte de regels ‘Welke vluchteling / ontvluchtte ooit zichzelf?’, en die woorden komen bij me op als ik de personages zie worstelen.

Herhaling
Kan een mens écht opnieuw beginnen? Het brengt me bij een boek van een totaal andere orde, dat ik (om met het boek Ruth te blijven spreken) laatst bij toeval begon te lezen. De herhaling van Søren Kierkegaard gaat over, zoals de titel al zegt, ‘de herhaling’. Wat er met die term bedoeld wordt, is niet zomaar doorzichtig. Het is zeker niet het makkelijkste boek van Kierkegaard (wie een toegankelijker ingang in zijn denken zoekt, leze Wat de liefde doet) en werd gepubliceerd in 1843, in dezelfde tijd als andere klassiekers als Of - of en Vrees en beven.
Hoewel Kierkegaard schrijft onder een pseudoniem en verschillende personages opvoert, heb je net als bij Citroeninkt het gevoel dat ten minste een deel autobiografisch moet zijn. Aan het woord is Constantin Constantius. In het eerste deel van het boek doet hij onderzoek naar ‘de herhaling’ en in dat kader probeert hij een eerdere reis naar Berlijn te ‘herhalen’. Die poging mislukt echter en de auteur concludeert dat ‘herhaling’ onmogelijk is.
Daarnaast vertelt de auteur ook over een anonieme jongeman die verliefd is geworden op een meisje. Hij heeft haar een huwelijksaanzoek gedaan, maar is toch op andere gedachten gekomen en heeft besloten de verloving te verbreken. Men denkt daarbij al snel aan Kierkegaards eigen verbroken verloving met Regine Olsen. Volgens de auteur is het probleem van de jongeman dat hij zich richt op zijn herinnering aan het meisje in plaats van op de ‘herhaling’. Daarom is zijn liefde gedoemd te mislukken, en nu zij eenmaal is mislukt, is een ‘herhaling’ ook niet meer mogelijk.

In het tweede deel van het boek komt de anonieme jongeman echter in brieven zelf aan het woord. We volgen zijn ontwikkeling – inderdaad zit hij met zichzelf in de knoop – waarbij hij verwijst naar de bijbelse figuur van Job. De man die alles had verloren, maar God ontmoette in het onweer en alles weer dubbel terugkreeg. Dat is de ‘herhaling’. Is dat ook voor de ongelukkige jongeman mogelijk? Duidelijk is dat dat niet zomaar gebeurt – het is iets dat hem gegeven moet worden, hij ‘wacht op onweer – en op de herhaling’ – maar uiteindelijk, in de laatste brief, leren we dat het tóch gebeurd is: ‘Ik ben weer mezelf. (…) De gespletenheid die in mijn wezen zat, is opgeheven. Ik ben weer bij elkaar.’
Zo ontstaat er een beeld van dat raadselachtige begrip ‘herhaling’. Het is Kierkegaard natuurlijk niet om een ‘herhaling van zetten’ of een ‘herhaling van omstandigheden’ te doen – zoveel maakt die herhaalde reis naar Berlijn duidelijk. Het gaat hem om de herhaling van de vrijheid, van het zelf – om weer een heel mens te zijn, zich te verzoenen met het verleden en zich toe te wijden aan wat komt. Die ‘herhaling’ laat zich niet forceren – die moet van buiten gegeven worden, zoals God aan Job verschijnt in een storm, of zoals de ex-verloofde van de anonieme jongeman uiteindelijk met een ander trouwt.
Ook bij Ruth en Naomi komt die ‘herhaling’ niet zonder slag of stoot: zij hebben een Boaz nodig, een man vol goedheid door wie God de zijne bewijst. In de romans van Noshad Sharifi en El Khannoussi vind je af en toe figuren die aan hem doen denken. Vaker wordt er eerder naar zo iemand verlangd. Naar iemand die verzoening kan brengen voor het verleden en zo een nieuwe toekomst opent.

Naar aanleiding van:
Maral Noshad Sharifi, Citroeninkt. Amsterdam: Prometheus, 2023;
Safae el Khannoussi, Oroppa. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Pluim, 2024;
Søren Kierkegaard (Constantin Constantius), De herhaling (vertaald door Annelies van Hees). Budel: Damon, 2008.

F.C. de Ronde is predikant in de hervormde gemeente van Willige Langerak en eindredacteur van Kontekstueel.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

  • Raadplegingen: 42