Skip to main content

nr3 • 2023 • Omgaan met crisis in het Oude Testament

37e jaargang nr. 3 (jan. 2023)
thema: Altijd alarmtoestand: leven in crisistijd

Marjo Korpel
Omgaan met crisis in het Oude Testament

Terwijl Rusland doorgaat met het afvuren van raketten op burgerdoelen lazen we in een zondagse dienst Jesaja 2. Ineens klinkt de tekst wereldvreemd: ‛Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal nog de wapens leren hanteren.’ Aan de andere kant: hoe valt er nog te leven zonder groots verhaal? Mensen hebben grote verhalen nodig. In de christelijke traditie hebben we een schat aan grootse en bemoedigende verhalen.

In het jaar 586 voor Christus werd de stad Jeruzalem inclusief de tempel verwoest door Babyloniërs. De koning en hele hofhouding werden afgevoerd naar Babylonië, evenals een groot deel van de elite van Jeruzalem en een deel van de bevolking van Juda. Wie de dreiging in de gaten had gehad was voortijdig al gevlucht, anderen bleven berooid achter in een verwoest en geplunderd gebied. De gebeurtenis leidde tot een enorme geloofscrisis. Het geloof dat God altijd Jeruzalem, de tempel en de Davidszoon zou beschermen was aan gruzelementen. Op verschillende manieren is men met deze enorme crisis omgegaan.

Leven in apathie: doelloos en vertwijfeld
Allereerst is er de oudere generatie die beseft dat ze zelf schuld heeft. Zoals oudere generaties van nu beseffen dat de klimaatcrisis, energiecrisis en vluchtelingencrisis deels door henzelf zijn veroorzaakt. De bomen reikten tot in de hemel. Zoals ook in de tijd van de profeten Jesaja en Micha, die al in de 8e eeuw de enorme tweedeling tussen arm en rijk aan de kaak stelden. De koningen hielden er een uitbundig leven op na, net als hun hofhouding en raadgevers (zie bijv. Jes. 3:16-24), armen werden onderdrukt (Jes. 3:1-15). Wat later, vlak voor de eerste aanval van Babylonië in 598 v. Chr., is het koning Jojakim die zijn volk uitbuit (Jer. 22:13-19), en ook profeten en priesters zijn in die tijd niet meer te vertrouwen (Jer. 14:14). Als de enorme breuk in de geschiedenis een feit is, dan kijkt men achterom en beseft dat er op veel te grote voet is geleefd ten koste van anderen en dat er leugens zijn verteld over de toekomst. De oudere generatie heeft eigenlijk geen hoop meer op God en zegt: ‛Mijn weg is verborgen voor de Heer, mijn God heeft geen oog voor mijn recht’ (Jes. 40:27).
Inwoners van Jeruzalem klagen: ‛De Heer heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten’ (Jes. 49:14). Zelfs de vijanden roepen spottend ‛Waar is hun God?’ (Ps. 79:10). Je zou kunnen zeggen dat een groot deel van de joden apathisch is geworden. God is ver weg. De stad Jeruzalem zit eenzaam neer, ze is geworden als een weduwe, terwijl er niemand meer is die haar nog troost (Klaagl. 1:1-2).

Leven zonder God of gebod
In Babel waren ook Judeeërs die hadden geconcludeerd dat ze zelf maar het heft in handen moesten nemen en ze werkten samen met de Babyloniërs. Ze kozen voor de Babylonische godsdienst, zoals te zien is aan namen als Ester en Mordechai (afgeleid van de Babylonische godennamen Isjtar en Marduk). In de oude Babylonische stad Nippur moet een groot aantal joodse ballingen hebben gewoond. Hun namen komen voor in de Murasju-tabletten, oude bankafschriften op klei van de Babylonische Murasju-bank. Tekenend in dit verband is de duidelijke negatieve klank van het woord ‛rijke’ in Jesaja 53:9. Dit is een tekst in het tweede deel van het boek Jesaja (Jes. 40-55), gesproken tegen de achtergrond van de Babylonische ballingschap en het verwoeste Jeruzalem. De rijke wordt hier parallel gesteld aan de `goddeloze' en dat kan eigenlijk alleen verklaard worden uit het feit dat sommige ballingen geheel opgegaan waren in de Babylonische cultuur en daardoor rijk geworden waren.

Is dat verwerpelijk? Eigenlijk is het een begrijpelijke reactie. Als je niets meer ervaart van God kun je apathisch worden. Je kunt ook denken dat je het als mens blijkbaar zelf maar moet oplossen in het leven, en dan kun je er maar beter het beste van maken. Het is een van de manieren om met crisis om te gaan: jezelf centraal stellen en tot maat maken voor alle dingen in het leven. Helaas is door de eeuwen heen wel gebleken dat dat veel strijd, verschillen van mening, oorlog en geweld oplevert en in het ergste geval tot autonomie of anarchie leidt, waarbij niemand zich nog iets door een ander laat gezeggen. Het boek Ester is daarin illustratief: de lieftallige vrouw Ester wordt nog wreder dan de schurk Haman.

Hopen op God: durven dromen en handen uit de mouwen
Een derde houding is met name bij jongeren te zien. In ruim zestig jaar ballingschap zijn er nieuwe generaties opgegroeid. Ze worden getekend als hoopvolle jonge planten, die opschieten uit dorre aarde (Jes. 44:3-5; 53:2, zie ook Jes. 41:19; 55:13), waarbij de dorre aarde en de woestijn beeldspraak zijn voor de algehele ellende en crisis. Zoals nu jonge kinderen geboren worden in vluchtelingenkampen, en kinderen geboren zijn tijdens coronatijd. Een nieuwe generatie die is terechtgekomen in allerlei ellende, terwijl ze er part noch deel aan hadden.

Als ouderen niets doen, willen jongeren actie. Meer dan eens wordt expliciet over hen (zonen en dochters!) gesproken (Jes. 43:6-7; 49:22). In het boek Klaagliederen zeggen ze geërgerd: ‛Onze ouders hebben alles verkeerd gedaan; zij zijn er niet meer, nu dragen wij hun schuld’ (Klaagl. 5:7, zie ook Ps. 79:8; Jes. 51:20). Een uitspraak die zelfs tot een bekende spreuk had geleid: ‛De ouders hebben zure druiven gegeten, maar de tanden van de kinderen zijn bot geworden’ (Jer. 31:29; Ezech. 18:2). Ook Jesaja 53:4 en 53:11 zinspelen op die spreuk. De profeet zegt echter hoopvol dat de nieuwe generatie anders is dan hun pessimistische ouders (Jes. 44:3; 54:13). Hij hoorde mogelijk zelf bij die nieuwe generatie en laat zien hoe je positief kunt blijven door een andere houding, namelijk door elkaar te herinneren aan wat God in het verleden al deed.

Zo wijst hij op God als Schepper en op de grootsheid van Gods schepping aan de sterrenhemel (Jes. 40:12, 21-22, 25-26, 28). Via de foto’s van NASA’s nieuwe Webb-telescoop kunnen we nu zelfs nog veel meer zien dan toen. Zou God als die grote kracht achter de oneindige kosmos niet ook in staat zijn nieuwe kracht te geven aan zijn volk (Jes. 40:28-29)? Zou God die zijn volk uit Egypte geleid heeft niet opnieuw zijn volk kunnen uitleiden? (Jes. 51:9-11). De jonge generatie gelooft dat vast en zeker, ook al struikelen ze soms onder het gewicht van hout dat ze te sjouwen hebben (Klaagl. 5:13), God raakt nooit vermoeid en zal nieuwe kracht geven aan wie op God blijven hopen: ‛Ze slaan de vleugels uit als een adelaar, ze lopen, maar worden niet moe, ze rennen, maar raken niet uitgeput’ (Jes. 40:31). Het bijzondere hierin is dat ze ook zelf actief moeten zijn. Ze moeten zelf lopen en rennen, maar door te blijven hopen op God lukt het. Dit geeft ook aan dat de jongeren kennis van God hebben. Hun apathische ouders hebben hun dus nog wel de verhalen uit het verleden doorverteld.

Dat is belangrijk: grote verhalen uit het verleden moeten verteld blijven worden. Zo roept de profeet de verhalen op van Noach (Jes. 54:9), Abraham en Sara (Jes. 41:8; 51:2), en David (Jes. 55:3). De jongeren in Babel grijpen zich eraan vast, zoals blijkt uit Jesaja 44:1-5. In tegenstelling tot hun somberende ouders roepen zij uit: ‛Ik ben van de Heer’, en een ander noemt zichzelf met de naam van Jakob: Jakob die worstelde met God, maar het geloof niet opgaf, en uitriep: ‛Ik laat u niet gaan, tenzij u mij zegent' (Gen. 32:27). Zo houden ze hoop! Weer een ander schrijft op zijn hand: ‛Jhwh’ (Heer). Juist dat gebaar van het schrijven van Gods naam (met de betekenis ‛Ik ben die Ik ben’) op de hand is veelzeggend. In het oude Babel kregen slaven namelijk de naam van de eigenaar in de hand gebrand. Door nu Gods naam in de hand te schrijven zeggen jongeren in feite: ik ben misschien een dienaar van een Babyloniër, maar in mijn hart zal ik enkel dienaar (slaaf) zijn van God. ‛Dienaar van de Heer’ is hier een eretitel en tegelijk een oproep aan iedereen om te durven getuigen van God, ook al zie je nog niets. Ook de jongeren in Babel zijn nog ‛blind’ en ‛doof’ net als iedereen, want niemand ziet ook maar iets van God (Jes. 42:7, 18-19). Het grote verschil is dat de jongeren durven dromen. Ze durven voor de toekomst op God te vertrouwen, en gaan niet bij de pakken neerzitten zoals hun ouders. Ze laten zien dat je ook zelf een begin moet maken met je gedroomde nieuwe toekomst.

De profeet Jesaja laat dat op subtiele wijze zien, door zijn sombere gehoor tot actie aan te sporen. Zo roept hij mensen in Jeruzalem op om op te staan, en op een hoge berg te klimmen (Jes. 40:9-10), want dan zullen ze als het ware God in de verte al zien aankomen vanuit Babel: een stoet van mensen, oud en jong. Als een herder met zijn kudde (Jes. 40:11). Het is niet ondenkbaar dat ook Psalm 23 tegen de enorme crisis van de ballingschap is te lezen, over de herder die met de kudde op weg is en uiteindelijk ook telkens weer met de kudde terugkeert (Ps. 23:7), terwijl er ook donkere tijden zijn waarin schapen zelf de verkeerde keuze maken en de diepste duisternis over zich heen halen. Opmerkelijk in die Psalm is dat alle werkwoorden de herder als onderwerp hebben, behalve die over de duisternis, waar ineens staat: ‛Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis’ (Ps. 23:4). De herder loopt om overzicht te houden normaliter achter de kudde aan. Zo ook volgt God mensen met zijn goedheid en trouw (Ps. 23:6), zoals de herder de kudde volgt met zijn stok en staf (Ps. 23:4). Het kan even duren, maar de herder zal uiteindelijk het schaap in het donkere dal terugvinden. De herder geeft nieuwe levenskracht (Ps. 23:3) waar mensen zo hartstochtelijk om riepen (Klaagl. 1:16). God nodigt wie op hem bouwen uit aan de tafel (Ps. 23:5), voor het oog van de tegenstanders. Het is een visioen voor de toekomst dat met veel profeten wordt gedeeld (bijv. Jes. 25:6-10), waarbij de vijanden die zich niet bekeren moeten toekijken of gestraft worden. Een begrijpelijke gedachte omdat het voor mensen onverteerbaar is dat ook een wrede vijand beloond zou worden.

Visioenen, verhalen, spotprenten en liederen
Grote verhalen, dromen en visioenen zijn belangrijk, vooral in tijden van crisis. Jesaja 2:2-5 en ook Micha 4:1-5 tekenen één van die visioenen. Opmerkelijk is dat beide teksten omringd worden door akelige onheilsprofetieën. In oude Hebreeuwse handschriften zijn de verzen apart gezet. Dat wijst erop dat het een latere profetie kan zijn. De eerdere onheilsaankondigingen waren al gebeurd, Jeruzalem is verwoest, de koning en de hele hofhouding zijn al weggevoerd naar Babel. Een naamloze profeet beseft dan dat de profeten Jesaja en Micha gelijk hadden. Het moest wel fout lopen. Tegelijk heeft deze profeet hoop gehouden op God en zegt nu als het ware: Het kán niet zo zijn dat de ellende van nu Gods laatste woord zou zijn. Er moet een moment komen dat er een ommekeer komt. Wanneer ieder volk Gods geboden naleeft zal er nooit meer oorlog zijn. Hij ziet het al voor zich, hoe alle volken zullen opstromen naar Jeruzalem. Een eerder beeld van Jeremia draait hij om, over de volken die juist niet meer naar Babel zullen opstromen (Jer. 51:44).

Ook verhalen worden gebruikt om mensen hoop te geven. Zo wordt het verhaal van Ruth opnieuw verteld, waarbij het extra betekenis krijgt. Een volk dat uitzag naar verlossing en bevrijding kan in de figuur van Boaz God zelf herkennen, die de weduwe Jeruzalem (zoals beschreven in Klaagl. 1:1) verlost, zoals Boaz Ruth en Naomi lost (Ruth 3:9, 12, vgl. Jes. 54:4, 8). Vrouwe Jeruzalem klaagde dat er niemand was die haar troostte (Klaagl. 1), maar Ruth ervaart Gods trouw in Boaz en zegt ‛U heeft mij getroost en gesproken tot het hart van uw dienares’ (Ruth 2:13; vgl. Jes. 40:1-2).

Hoop houden kan ook door spotteksten, zoals we tegenwoordig cartoons en spotprenten kennen. Ze vormen in tijden van crisis een belangrijke uitlaatklep. Zo wordt vrouwe Babel belachelijk gemaakt en bespot (Jes. 46:1; 47; Jer. 51:34-40), evenals de Egyptische farao die wordt getekend als een grote machtige krokodil die echter door God aan de haak geslagen zal worden (Ezech. 29:3-7). Ook afgoden moeten het ontgelden. De profeet Jesaja maakt ze belachelijk, net als hun makers (Jes. 44:9-20). De goden moeten gedragen worden door mensen en zeggen niets terug (Jes. 45:20; 46:6-7). Maar geheel anders de God van Israël, die spreekt en handelt en juist zijn volk draagt (Jes. 46:3-4, 9-11). Natuurlijk, zulke spotverhalen zijn vooral ook diepmenselijk. Tegelijk laat het zien waar men naar uitziet: rechtvaardigheid en gerechtigheid in Gods licht.

En ook liederen bieden houvast. Na de doortocht door de woestijn onder Mozes heeft men aan die gebeurtenis een lied gewijd (Exod. 15), een lied om steeds weer te zingen. Ook het samen zingen van klaagzangen (zoals Psalm 89 en Klaagliederen) kan een manier zijn om stand te houden in tijden van crisis. Blijven roepen (Jes. 62:7, ‛Gun God geen rust!’), klagen, de lofzang gaande houden (Ps. 107), juist ook als God ver weg of afwezig lijkt.

Worden dromen werkelijkheid? Zijn Bijbelse dromen, grote verhalen en liederen genoeg in tijden van crisis? Op zijn minst kunnen ze helpen om met crisis om te gaan. Maar: dromen en grootse visioenen vragen ook om actie. Ook een droomvakantie wordt geen werkelijkheid als je niet eerst zelf die reservering doet of je kampeeruitrusting op orde brengt. In Jesaja 2:5 zegt de profeet na zijn mooie woorden over wapens die werktuigen worden: ‛Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.’ De profeet roept op tot zowel dromen als ook tot zelf de handen uit de mouwen steken. Leven in Gods licht, dat is: leven naar de wet van God. Een bekende tekst als Jesaja 11 tekent een prachtig visioen over een lam dat samenleeft met een wolf, maar daarvoor is wel vereist dat kennis van God de aarde vervult (Jes. 11:9). Kortom: Waar mensen zich laten leren door die eenvoudige woorden ‛Heb God en de naaste lief als uzelf’ (Lev. 19:18; Marc. 12:30-31), daar begint al de werkelijkheid van Bijbelse visioenen.

M.C.A. Korpel is universitair hoofddocent Oude Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam en Groningen Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

  • Hits: 515