Skip to main content

nr3 • 2023 • Doordachte theologie

37e jaargang nr. 3 (jan. 2023)
thema: Altijd alarmtoestand: leven in crisistijd

Arnold Huijgen
Doordachte theologie
Naar aanleiding van de bundel ‘Doordacht spreken over God’

Recent verscheen de bundel Doordacht spreken over God als een origineel cadeau ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Jan Muis, emeritus hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit. Natuurlijk worden bij emeriteringen en jubilea wel vaker bundels aangeboden, maar de opzet van deze bundel is creatiever dan de voor de hand liggende verzameling opstellen over thema's die de auteur interesseren. De bijdragen in deze bundel bestaan uit paren: telkens wordt een artikel, dat Muis in de loop van zijn lange loopbaan geschreven heeft, gevolgd door een artikel van een van zijn leerlingen dat daarop voortborduurt. Zo ontstaan zeven duetten van Muis en zijn gepromoveerden.

Ik kan me voorstellen dat Muis zich vereerd voelt en met deze bundel verguld is – dat is althans de indruk die ik bij de presentatie en uitreiking ervan kreeg. Dit boek is een weerslag van hoe academisch onderwijs slagen kan: de leerling verwerkt wat de leermeester aanreikte op een serieuze, nauwkeurige en vooral kritische manier.

Vakkundig academicus
In het woord vooraf prijzen Willem Maarten Dekker en Edward van ’t Slot hun Doktorvater om drie dingen. Ik haal ze graag aan als voorbeelden, niet alleen voor wie promovendi te begeleiden heeft, maar voor het academische bedrijf als geheel. Ik denk namelijk dat deze drie punten een spiegel zijn waarin gebreken van de huidige geesteswetenschappen en vooral van de theologie te herkennen zijn. Ten eerste stellen Dekker en Van ’t Slot dat Muis zijn studenten leerde langzaam, geconcentreerd en precies te lezen. Dat is een vaardigheid waaraan het hoe langer hoe meer ontbreekt: veel studenten redden het niet om een tekst nauwkeurig te analyseren. Of het aan de jachtigheid van de tijd of aan de dominantie van de korte teksten online ligt, weet ik niet. Ten tweede leerde Muis de goede vragen te stellen, want in de dogmatiek zijn niet alleen de antwoorden, maar ook (misschien wel: vooral!) de vragen van belang. Ten derde leerde Muis om het eigen oordeel uit te stellen. Dat past immers bij de academicus, die anders dan de Twitteraar niet direct een inschatting klaar heeft, maar alles rustig overweegt. Uiteindelijk moet een theoloog wél kiezen, en daar, zeggen Dekker en Van ’t Slot terecht, ligt misschien wel hét onderscheid tussen theologie en religiewetenschap.

De gekozen artikelen beslaan de periode van 1998 tot 2011, waarmee ook het jongste artikel toch al meer dan tien jaar oud is. Ook inhoudelijk bestrijken de artikelen een breed veld, van het geloof in God de Schepper, via discussies over de aard van de openbaring, de eenvoud van God en het theïsme naar bezinning op de metafoor van God als Koning en het letterlijk of metaforisch spreken in de Bijbel. Toch tekent zich wel een lijn af. Muis ontwikkelt zijn eigen positie vaak in discussie met anderen, vooral met Barth, Miskotte en Noordmans (met wie hij zich verwant weet), maar ook met bijbels-theologen als Friedrich Mildenberger en Walter Brueggemann en de theïstische traditie. Muis wil van iedereen iets leren, maar verhoudt zich altijd kritisch tot wat hij heeft gevonden. Zoals Dekker en Van ’t Slot in de inleiding schrijven: Muis heeft de gewoonte om het eigen oordeel zo lang mogelijk uit te stellen en de gesprekspartner zo veel mogelijk recht te doen.

De combinatie van telkens een artikel van Muis en een respons van een van zijn promovendi werkt soms heel goed, soms wat minder. Geregeld biedt het tweede artikel een samenvatting van het voorgaande artikel van Muis, dat de lezer van de bundel net tot zich genomen heeft. Een enkele keer is dat wel nuttig, zoals bij het artikel over Antoon Vos' argument voor het bestaan van God. Martijn Bac, die zowel bij Muis als bij Vos promovendus was, geeft een glasheldere samenvatting van Muis' positie en neemt het uiteindelijk ook op voor Vos' standpunt.

Gods eenvoud
Het interessantst vond ik wat de bundel biedt ten aanzien van de eenvoud van God, zijn simplicitas. Muis' artikel over deze thematiek volgt een stramien dat hem typeert: hij maakt een ronde langs vier verschillende theologen. Oudtestamenticus Walter Brueggemann beschouwt de God van Israël als ten diepste dubbelzinnig en inconsistent. Hij rubriceert oudtestamentische uitspraken in een beeld dat hij aan een rechtszaak ontleent: getuigenis, tegengetuigenis en een (ongevraagd) indirect getuigenis. Daartegenover plaatst Muis de middeleeuwer Anselmus van Canterbury, die in zijn Monologion God als de ene Volmaakte en als de volmaakt Ene beschouwt. Zijn benadering is niet narratief zoals die van Brueggemann, maar begripsmatig en wel over het hoogste zijnde. In het wezen van God heerst absolute eenvoud, omdat al Gods eigenschappen identiek zijn aan zijn wezen en dus ook aan elkaar. Terwijl Anselmus God denkt in substantiële termen, denkt Karl Barth juist in moderne termen van het subject en het zelf. Hij wijst natuurlijke theologie ook af: God is voor hem wel het volmaaktste, maar dat laat zich niet omkeren: het volmaaktste is niet God. Friedrich Mildenberger ten slotte betoogt in zijn Biblische Dogmatik dat een overgang van het Bijbelse verhaal over Gods heilsdaden naar begripsmatige conceptualiteit niet mogelijk is. Daarin gaat Muis niet mee: om ware godservaringen van afgodservaringen te kunnen onderscheiden, moeten we in enige mate weten wie God zelf is. Muis noteert wel dat hij van Mildenberger wil leren dat elk godsbegrip open en voorlopig dient te zijn en dat het denken over God ten dienste staat van het concrete geloven van mensen, maar dat klinkt toch als een wat magere oogst. Het artikel sluit ook af zonder een expliciete conclusie.

De leerling reageert
Willem Maarten Dekker reageert op Muis' verkenningen rond de eenheid van God met een gewaagd en prikkelend pleidooi. Dekker typeert Muis als iemand die zich zowel tegen mythologie in de dogmatiek verzet als tegen versmelting met de metafysica – maar tegen het eerste toch meer dan tegen het tweede. Daar tegenin bepleit Dekker dat Gods eenvoud wordt doorkruist én concreet wordt in een stuk theologie dat Muis geneigd is als mythologisch terzijde te schuiven: de 'raad des vredes', ofwel het verbond der verlossing of pactum salutis. Dekker ziet bij Muis een neiging om eenheid te benadrukken waar een spanningsvolle dialectiek passender zou zijn. Dat geldt bijvoorbeeld bij de bespreking van Gods eigenschappen. Anders dan Barth en Berkhof doen, bespreekt Muis deze niet in (dialectische) paren als weerloze overmacht of liefde én vrijheid, maar los van elkaar. Dekker neemt het op voor de spanning tussen Gods gerechtigheid en Gods barmhartigheid, als een morele strijd in God. Gods eenvoud is dan de overwinning van zijn barmhartigheid op zijn gerechtigheid. Traditionele gereformeerde theologie zoekt de fundering hiervan in de eeuwigheid, in het pactum salutis. Daarin besluit de Drie-enige God dat er mensen gered worden, wie er gered worden (uitverkiezing) en hoe: namelijk doordat de Zoon zich bereid verklaart als borg op te treden.

Dekker wijst erop dat in Muis' artikel het onderscheid tussen twee modellen om over Gods eenheid te spreken, een grote rol speelt: het model van hetzelfde en het model van het zelf. In mijn woorden: van het idem en van het ipse, ofwel van de simpele identificatie enerzijds en de identiteit van het subject anderzijds. Dekker wijst erop dat Muis met kracht afwijst dat Gods eenvoud zou betekenen dat God hetzelfde blijft. Dat is Dekker met hem eens. Muis opteert voor een verstaan van Gods eenvoud waarbij Hij dezelfde (en dus niet hetzelfde) blijft. Dekker wijst die weg af, omdat hij meent dat de leer van de drie-eenheid deze eenvoud van het zelf doorkruist. Hij vindt dat Muis te weinig recht doet aan Gods drie-eenheid. Deze moet volgens Dekker voorafgaan aan de eigenschappenleer en dus moet Gods eenvoud van meet af aan trinitarisch worden begrepen. De eenvoud is de eenheid van Vader en Zoon in de Geest. De spanning in deze eenheid is die tussen gerechtigheid en barmhartigheid, zoals blijkt in de leer van het pactum salutis. Daarbij laten gerechtigheid en barmhartigheid niet eenvoudigweg verdelen over respectievelijk de Vader en de Zoon. Dekker haalt met instemming het klassieke doopformulier aan, waarin sprake is van Gods 'grondeloze barmhartigheid.' Toch zijn de lijnen die Dekker trekt minstens zoveel ontleend aan de kruistheologie van Eberhard Jüngel als aan de traditionele leer van het pactum. Het gaat hem immers om wat er aan het kruis gebeurt, niet om een voortijdelijke eeuwigheid. Dekker stelt voor dat de triniteitsleer niet alleen het beeld van God als substantie doorkruist (dat is Muis met hem eens), maar ook het beeld van God als subject. Blijft God wel werkelijk zichzelf?

Een veranderlijke God?
Dekkers artikel vraagt wel om een reactie van Muis. Een mogelijke tegenwerping zou zijn dat wanneer God in de weg van kruis en opstanding niet zichzelf blijft, de leer van het pactum alsnog achter de horizon lijkt te verdwijnen. Dat is immers de traditionele pendant in de eeuwigheid van Gods heilsplan dat zich in de geschiedenis ontvouwt. Maar als God in de geschiedenis niet zichzelf blijft, maar anders wordt, kan er van geen eeuwige plannen sprake zijn buiten de tijd. Mag ik veronderstellen dat Muis zou zeggen dat het pactum op deze manier enkel nog metaforisch en niet letterlijk te verstaan is? Belangrijker nog: als God niet zichzelf blijft, wat gebeurt er dan? Wordt Hij anders of zelfs een ander? Deze manier van spreken is wel te begrijpen in het licht van lutherse kruistheologie, maar met het Bijbelse getuigenis van het Oude en Nieuwe Testament over God die zichzelf blijft, staat dit wel op gespannen voet. Ook theologisch zijn de problemen serieus: als het oordeel van Golgotha God zelf wezenlijk en persoonlijk verandert, is de God die Jezus uit de doden heeft opgewekt dan nog wel de Schepper van hemel en aarde? Met andere woorden: wordt hier niet een scheur getrokken tussen schepping en verlossing waardoor het resultaat juist niet trinitarisch wordt, omdat de triniteit verscheurd wordt?

Mij lijkt het mogelijk om met Dekker de eenvoud Gods voluit trinitarisch te bepalen zonder de genoemde consequenties. Oepke Noordmans gaat langs de rand van de afgrond van het uiteenscheuren van de Drie-eenheid als hij zegt dat tegenover de Schepper altijd de Lijder staat, maar de spanning tussen Vader en Zoon resulteert uiteindelijk niet in een breuk.
Jan Muis' artikel over de mogelijkheden van een pneumatologische christologie bespreekt de beperkingen van een Geest-christologie. Die heeft enkele voordelen ten opzichte van een traditionele Logos-christologie, zoals het accent op de rol van de Geest bij de zending van Jezus, die voluit Bijbels is. Maar er zijn ook nadelen: Geest-christologie kan bijvoorbeeld niet uitdrukken dat in Jezus Christus God zelf in een persoonlijk tegenover tegenwoordig is. In Logos-christologie is Jezus Christus persoonlijk God, maar in Geest-christologie is Hij ‘slechts’ gevuld met de Geest van God. Muis gaat te rade bij Calvijn, die een Logos-christologie aanhangt, maar die deze zo pneumatologisch laadt, dat hij bijvoorbeeld de neerdaling van de Geest op Jezus bij diens doop in de Jordaan goed kan verklaren. Wel wil Muis, anders dan Calvijn, af van het statische begrip 'natuur' om Jezus' identiteit als God en mens te beschrijven: die term past niet bij de ontwikkeling die Jezus doormaakt. In de relatie tussen Christus en de Geest ligt de sleutel voor Jezus' mens-zijn en God-zijn. Muis stelt: ‘Wie zo de Geest ontvangt als Jezus Christus moet wel volledig en bijzonder mens zijn en wie zo de Geest geeft als Jezus moet wel volledig en bijzonder God zijn.’ Aaldert Gooijer is van het eerste deel van die zin wel overtuigd, maar van het tweede niet. De Geest geven is altijd het werk van God, dus het 'zo' hoeft er niet bij.

Ik denk dat Gooijer gelijk heeft wat de formulering betreft. Tegelijkertijd ligt er nog voldoende huiswerk om de traditionele Logos-christologie niet te laten ontsporen, maar in overeenstemming te brengen met belangrijke Bijbelse en theologische lijnen. Bruce McCormack heeft in zijn recente boek over de nederigheid van de eeuwige Zoon enkele belangrijke voorstellen gedaan. De traditie, en zeker ook in de Logos-christologie, overaccentueert Jezus' godheid ten koste van zijn mensheid. McCormacks voorstel om te denken vanuit de ontologische receptiviteit van de Logos helpt hier: het is voor de eeuwige Zoon niets vreemds om ontvankelijk te zijn. Zo is Hij van eeuwigheid tot eeuwigheid voor de Vader. Precies daarom kan Hij en wil Hij het menselijk vlees aannemen en vanaf dat moment doet de Logos menselijke ervaringen op, gedreven door de Geest. Dergelijke lijnen hebben brede repercussies, tot in de ecclesiologie, de visie op Israël en de eschatologie toe.

Explain technical jargon
Na lezing van deze bundel overheerst bij mij een wat weemoedige vraag of iets dergelijks in een volgende generatie nog mogelijk zal zijn. Studenten lezen niet alleen geen Latijn meer, ook Duits is ontoegankelijk geworden. Nauwkeurig lezen en de goede vragen stellen veronderstelt een mate van taalbeheersing, geduld en reflectie die al zeldzamer begint te worden. Dat maakt deze bundel alleen nog maar waardevoller.

Het is de vraag of van deze bundel een tweede druk zal verschijnen. Als dat gebeurt, is het wel goed dat er nog eens nauwkeurig naar drukfouten gezocht wordt. De meest opvallende is een opmerking tussen vierkante haken op pagina 212, die afkomstig lijkt van een redactor van de drukproef, die een definitie van 'deictic terms' verlangt: 'explain technical jargon for non-expert readers.' Eerlijk gezegd misstaat zo'n opmerking in een theologische bundel ook weer niet helemaal.

Over: W.M. Dekker en E. van ’t Slot (red.), Doordacht spreken over God. Opstellen van en voor Jan Muis ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag (Kampen: Summum, 2022)

A. Huijgen is hoogleraar dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

  • Hits: 518