Skip to main content

nr5 • 2023 • Wij zijn een Woordkerk

37e jaargang nr.  5 (mei 2023)
thema: Gereformeerd belijden nú

Piet de Jong
Wij zijn een Woordkerk
De gereformeerde eredienst

Aan de start van het eerste nummer van Kontekstueel in 1986 ging een brainstorm vooraf. Als ik me het goed herinner vond dit plaats in een zaaltje van de Marekerk in Leiden. De bespreking werd samengevat in een actieplan bestaande uit een lijst van prioriteiten.

In het redactief in nummer 1 van jaargang 1 werd uitgelegd: ‘De kerk en de gereformeerde theologie staan voor nieuwe uitdagingen. Velen vluchten uit reaktie in het isolement. Anderen konformeren zich snel aan nieuwe stromingen. Wij willen graag met allen, die in brede zin van het woord ‘gereformeerd’ willen heten, nadenken over een weg, die vruchtbaarder is. Met de bede dat dit ten dienste zal zijn van ‘heel de Kerk en heel het volk.’ Vervolgens werden acht aandachtspunten genoemd. Nummer zes luidde kort en eenvoudig: ‘De gereformeerde eredienst’.
In deze bijdrage gaat het over aandachtspunt zes. Voor een historisch overzicht van de ontwikkeling van dit punt vanaf de Reformatie is hier geen ruimte. De literatuur is schier eindeloos. Ik beperk me tot enkele gedachten.

Situatie toen
In de beginjaren van ons tijdschrift lag bezinning op dit punt voor de hand. De eerste aandachtspunten van het werkplan betroffen namelijk allemaal de kerk.
Dus rees de vraag: moet ook de gereformeerde eredienst niet vernieuwd worden? Wat is gereformeerd aan onze erediensten? Volgens een boek van dr. F.G. Immink in later tijden gebeurt dáár het heilige. Hoe werkt dat praktisch? Is het nog steeds een eerste optie om God te prijzen via psalmen en Geneefse melodieën, door middel van de oude berijming, nieuwe berijming, vrijgemaakte berijming en het Liedboek voor de Kerken (1973), met heel veel klassieke liederen uit het gereformeerde piëtisme? Of gebruiken we liever het Bijbelse liedgoed van pinkstermensen en stichting Opwekking?
In veel gemeenten die behoren tot de doelgroep van Kontekstueel lag de liturgie voor de erediensten vrijwel vast. In de morgendienst werden de Tien Geboden gelezen, en/of was er een moment van verootmoediging gevolgd door genadeverkondiging. In de avonddienst klonk de geloofsbelijdenis. Aan de rechterkant van wat toen meestal de ‘gereformeerde gezindte’ werd genoemd werden uitsluitend psalmen gezongen, ook tijdens de feestdagen. Voorafgaand aan de dienst klonk vaak wel ‘Daar juicht een toon’ en ‘Wees gegroet, gij eersteling der dagen’, maar geen halleluja-liederen. Daarna ging het verder met ‘Onze hulp…’ en Psalm 118.
Intussen was er al jaren een wildgroei aan Bijbelliederen voor kinderen (denk aan Hanna Lam, Elly en Rikkert). Er kwamen liedbundels voor jongeren van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond. De Windroosjongeren hadden weer een eigen bundel. Bundels lieten zich steeds makkelijker drukken, beamers deden de rest. Vooral in ‘jeugddiensten’ en ‘evangelisatiediensten’ ging men los. Er is een tijd geweest dat je als predikant in de loop van de zaterdag werd gebeld en de vijf nummers doorgaf die je uit het psalmboek gekozen had. Gaandeweg zijn steeds meer mensen zich gaan bemoeien met de eredienst. De scriba met een brief van wat allemaal wel en niet ‘mag en kan’. In zijn kielzog een organist, een medewerker van de kindernevendienst, een pastorale ouderling met voorbeden, een bandleider en iemand die de beamer/presentatie bedient. Kerkenraden vonden deze ontwikkeling ingewikkeld. Leiding vanuit de synode werd nauwelijks gegeven. In de kringen van de IZB en HGJB verlangde men naar vernieuwing.
Samengevat: er was in 1986 en de jaren erna steeds volop reden om het punt ‘de gereformeerde eredienst’ – zeg: hoe het eraan toe ging in onze diensten – te agenderen via themanummers en thema-artikelen. Vernieuwing van de kerk raakt immers al snel aan het geloof en de beleving van kerkgangers.

Verlangen naar vernieuwing
Hoe hangt de vlag er nu bij, na bijna veertig jaar? Is er zoiets als een omlijnde gereformeerde eredienst? En als die er is, moeten we daar ook in 2023 aan vasthouden? Is het een reële optie om je erop te oriënteren als kerk en als gemeenten met diepe wortels in de gereformeerde traditie? Waait de Geest niet overal heen waar Hij wil en hebben we in de afgelopen jaren de Geest ook niet werkelijk overal heen zien waaien, ook daarheen waarheen we als voorgangers, ambtsdragers en gemeenten de Geest mogelijk liever niet zagen waaien? Maar maakt de Geest van Christus ook niet gebruik van wat er spiritueel allemaal zo in the air is om harten te raken, te bekeren en te vervullen?
In veel gemeenten behorend tot de bredere achterban van Kontekstueel verandert de praktijk drastisch. Naast psalmen zingt men steeds vaker liederen uit alle denkbare bundels. Er is op zondagmorgen veel ruimte voor lofprijzing. Tijdgeest-watchers beschouwen deze liturgische ‘vernieuwing’ als een van de opvallendste veranderingen van de laatste decennia. Volgens velen is het een teken van verval en veroppervlakkiging. Een belangrijke identity marker van het gereformeerde segment in protestants Nederland verdwijnt. Maar anderen zien de verandering juist als broodnodige vernieuwing van de eredienst waar veel gemeenteleden naar verlangen.

Wat is een gereformeerde eredienst?
Hoe stel je vast wat een gereformeerde eredienst heet? Heeft bijvoorbeeld Calvijn daarvoor een orde van dienst nagelaten? Zijn er sinds de afschaffing van de roomse eucharistieviering met heel de verdere santenkraam van heiligenverering, kaarsen, beelden, zalvingen, wijwater, knielmomenten en kruisrituelen nieuwe richtlijnen ontstaan? De overgang van rooms naar hervormd moet indertijd heel drastisch geweest zijn, met name voor het volksgeloof en de rituelen die daarbij hoorden. Alles werd afgekapt, de muren wit geschilderd, koud en doods. Geen beelden en vooral geen Maria. De Heidelbergse Catechismus was onverbiddelijk: geen ‘boeken voor de leken’, en: God onderwijst ons niet ‘door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn Woord.’ (Zondag 35, antwoord 98)
Hoeveel rituelen heeft gereformeerd geloof in erediensten nodig om geraakt en gevoed te worden en te kunnen bloeien? Niet alle kerkgangers zijn kinderen Gods in de strikte zin van het woord. Er is aarzeling, hapering en verzet. De grenzen van de gemeente mogen open en diffuus zijn, maar het evangelie wil elk mens niet alleen raken maar ook veranderen en bekeren. Daarvoor is aansluiting bij de aanwezige gevoelsstroom nodig. Zo ben ik zelf ook aanwezig in een eredienst: ik wil geraakt worden, bevrijd, vervuld. Ik wil God ontmoeten, ik wil iets leren. Daar ben ik ook mee bezig als ik zelf voorganger ben. Ik wil dat de mensen met heel hun hart zingen. Dat betekent: hun ziel uitzingen, niet zo sneu protestants dun zoals in heel veel PKN-gemeenten op moment gebruikelijk is. Daar valt geen muur van om. Maar dan moeten mensen de liederen wel kennen en aanvoelen. Ik wil dat mensen gretig luisteren en meedoen.

Woordkerk
Een gereformeerde eredienst is een dienst waarin Gods Woord het hoofdmenu is. Deze insteek heeft de eredienst gestempeld als Woordkerk. De focus daarop binnen de gereformeerde traditie werd zo sterk dat ook de aandacht voor het sacrament als heilsmiddel afnam. Van een echte viering van het sacrament was weinig sprake meer. Liever sprak men van de ‘bediening van het sacrament’ in het spoor van de prediking als ‘bediening des Woords’. Het ging om de verkondiging, en men mocht vooral ‘niet blijven hangen in het uiterlijk van brood en wijn’, of bij het ‘uitwendig badwater’. Kortom: de sacramenten voegden niet veel toe, het had hooguit een versterkende werking van het geloof. Je kon ook zonder zalig worden. Het altaar verdween, een tafel was er alleen bij een avondmaalsviering tijdens een beperkt aantal zondagen per jaar. En het veelal grote oude stenen En het grote oude stenen doopvont – stond het in de weg? – maakte vaak plaats voor een simpel schaaltje dat vastzat aan de kansel. De sacramenten waren slechts een ‘aanklevende bediening’ (Graafland).
Centraal werd in de gereformeerde traditie de prediking van het Woord van God en het evangelie van Christus in het bijzonder. Het werd een soort derde sacrament. Behalve gebeden en een enkele psalmzang was het luisteren naar en leren van de Bijbel. Kerkdiensten werden Woorddiensten. De aanwezigheid van de Geest bleef veelal op de achtergrond. Barth was van mening dat het Woord Gods ‘senkrecht von oben’ geschiedt, een extra radicalisering van de verkondiging. Maar of het ‘unten’ ook landde?

Gereformeerde eredienst nú: vernieuwing nodig
In de hervormd-gereformeerde traditie is vanouds het karakter van de eredienst sterk betrokken geweest op het Woord, met weinig of geen rituelen. Bij deze concentratie past de gedachte om ook in de lofzang vooral psalmen te gebruiken en dicht bij de Schrift te blijven. In dat spoor wees men in de echte refokerken en ook de Gereformeerde Bond al snel – te snel – de nieuwe berijming van 1967 als niet Schriftuurlijk genoeg af. Op dit moment voert het Reformatorisch Dagblad een actie om de psalmberijming van 1773 – dit jaar een jubileum – heilig te verklaren, eventueel met een verklarende woordenlijst voor de jeugd. In hetzelfde circuit werden al pogingen gedaan om de psalmen van 1773 te hertalen. Aan ijver en initiatieven ontbreekt het dus niet. Ook niet in het bredere orthodoxe achterveld van de Protestantse Kerk waar in 2021 ‘De Nieuwe Psalmberijming’ (DNP) ontstond, bedoeld als verbetering en vervanging van 1773 én 1967.
Als de gemeente samenkomt, is er volgens mij vanuit de Schrift alle ruimte voor een veelheid van psalmen en liederen, vormen en muziek. Alles kan, schreef Paulus al. Maar het luistert ook nauw. Want niet alles bouwt het geloof en de geloofsgemeenschap op. Vasthouden aan traditionele vormen lijkt veilig, maar is het niet. Zeker in deze tijd speelt de aanwezige gevoelssfeer een grote rol. Dat geldt voor alle kerken: van oud-gereformeerd tot gemeenten waar veel liederen van Huub Oosterhuis worden gezongen (paaszondag jl. is hij overleden). Met liturgische vervreemding hebben kerkgangers weinig geduld. Vernieuwen heeft een ongrijpbare dynamiek. Oosterhuis wordt – terecht – hoog geprezen om zijn vernieuwende religieuze taalgebruik, maar een en ander heeft de roomse kerkleegloop niet voorkomen. In de achterban van Kontekstueel geven de bundels Weerklank, Hemelhoog en Opwekking een nieuwe boost aan de eredienst. Je bent een kniesoor als je daar iets van zegt. Maar houden de eredienstvernieuwingen de mensen bij de zaak van het Evangelie?
Conclusie: een gereformeerde eredienst is een Woorddienst. Het Woord van God verwarre men echter niet met de vele vrome mensenwoorden die in een eredienst vallen. De levende stem wordt ook opgemerkt in psalmen en liederen, lezingen, gebeden, stiltes, en in nieuwe rituelen. Heel veel beelden in onze tijd zijn alles behalve stom. De verkondiging van het Woord veronderstelt steeds de aanwezigheid en werking van de Geest, niet alleen in woorden. Het thema ‘de gereformeerde eredienst’ moet daarom op de lijst van aandachtspunten blijven als we het hebben over ‘gereformeerd zijn nú’.

P.L. de Jong is emeritus predikant in de PKN, een van de initiatiefnemers van Kontekstueel en lid van de redactie. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

  • Hits: 221